JurispRadar
ECLI:NL:HR:2026:1123Laag12/100

Hoge Raad verklaart cassatieberoep belastingzaak ongegrond

ECLI:NL:HR:2026:1123, Hoge Raad, 10-07-2026, 25/00132

Hoge RaadUitspraak: 10 juli 2026Publicatie: 1 juli 2026
Procedure:Cassatie
Zaaknummer:25/00132
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Financiele Dienstverlening
Hoge Raad
Cassatie
Belastingrecht
Parallelzaak
Ongegrond

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Informatiebeschikking; art. 47 en 52a AWR; Tax Information Exchange Agreement (TIEA); verwijzing naar ECLI:NL:HR:2026:1016

Kern van de zaak

Een belastingplichtige (belanghebbende) heeft beroep in cassatie ingesteld bij de Hoge Raad tegen een uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch (ECLI:NL:GHSHE:2024:4083) in een belastingkwestie. De exacte aard van het geschil is niet uit de uitspraaktekst op te maken, maar de zaak hangt samen met de parallelzaak met nummer 25/00129.

Beslissing van de rechter

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond, zonder nadere motivering in dit arrest zelf. De middelen falen op dezelfde gronden als uiteengezet in het arrest van dezelfde datum in de parallelzaak ECLI:NL:HR:2026:1016 (zaaknummer 25/00129); er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

12van 100

Impactscore

Laag

Het arrest is een procedurele parallelzaak zonder zelfstandige rechtsregel; alle inhoudelijke draagkracht ligt in de hoofdzaak 25/00129 die hier niet is aangeleverd. De feitelijke en juridische context van het onderliggende geschil is grotendeels onbekend uit de beschikbare tekst.

Belangrijkste punten

  • 1Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard zonder zelfstandige motivering; de Hoge Raad verwijst uitsluitend naar de parallelzaak ECLI:NL:HR:2026:1016.
  • 2De uitspraak betreft een belastingzaak afkomstig uit het Gerechtshof 's-Hertogenbosch (ECLI:NL:GHSHE:2024:4083).
  • 3De conclusie van de advocaat-generaal (ECLI:NL:PHR:2025:1360) is in de procedure betrokken en belanghebbende heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
  • 4Geen proceskostenveroordeling opgelegd.
  • 5De inhoudelijke beoordeling van de cassatiemiddelen is onbekend vanwege de beperkte tekstweergave; volledige analyse vereist raadpleging van de parallelzaak 25/00129.

Impactanalyse

Juridische impact

Dit arrest heeft op zichzelf beperkte zelfstandige juridische betekenis, omdat de motivering volledig wordt gedragen door de parallelzaak ECLI:NL:HR:2026:1016; de rechtsontwikkeling vindt aldaar plaats. Als standaard afdoeningsarrest in een reeks parallelle zaken bevestigt het de lijn uit de hoofdzaak.

Praktische impact

Voor de belanghebbende betekent de ongegrondverklaring dat de hoger-beroepsuitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in stand blijft en de belastingaanslag of -beschikking zoals vastgesteld door de lagere rechter onherroepelijk wordt. Er is geen proceskostenvergoeding toegekend.

Onderwerp-impact

Binnen de belastingpraktijk illustreert dit arrest de Hoge Raad-werkwijze van gebundelde afdoening van samenhangende zaken, waarbij inhoudelijke rechtsontwikkeling geconcentreerd wordt in één leidende uitspraak.

Samenvatting

Op 10 juli 2026 heeft de Hoge Raad in de belastingzaak met zaaknummer 25/00132 het beroep in cassatie van de belanghebbende ongegrond verklaard. De zaak was afkomstig van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch, dat eerder uitspraak had gedaan (ECLI:NL:GHSHE:2024:4083). Over de exacte inhoud van het fiscale geschil — welk belastingmiddel, welk jaar, welk bedrag of welke rechtsvraag — biedt de beschikbare uitspraaktekst geen uitsluitsel, zodat op dit punt onzekerheid bestaat. De procedure bij de Hoge Raad verliep via de gebruikelijke cassatieroute: een advocaat-generaal bracht conclusie uit (ECLI:NL:PHR:2025:1360), waarop de belanghebbende schriftelijk reageerde. De Hoge Raad oordeelde vervolgens dat alle cassatiemiddelen falen, maar gaf daarvoor geen zelfstandige motivering. In plaats daarvan verwees het college volledig naar het arrest dat op diezelfde dag is uitgesproken in de samenhangende zaak met nummer 25/00129 (ECLI:NL:HR:2026:1016). Dit is een gebruikelijke werkwijze van de Hoge Raad bij parallelle of samenhangende zaken: de rechtsontwikkeling en motivering worden geconcentreerd in één leidend arrest, terwijl de overige zaken kortsluiting-gewijs worden afgedaan. Voor de belanghebbende heeft de ongegrondverklaring tot gevolg dat de uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch onherroepelijk wordt en de belastingpositie zoals door het hof vastgesteld, definitief vaststaat. Een proceskostenveroordeling bleef achterwege. De zelfstandige juridische betekenis van dit arrest is beperkt; de rechtsontwikkeling dient te worden gevolgd via de hoofdzaak ECLI:NL:HR:2026:1016.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 10 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Belastingrecht

ECLI:NL:HR:2026:1234Laag
Belastingrecht

ECLI:NL:HR:2026:1234, Hoge Raad, 10-07-2026, 25/00131

Hoge Raad10 jul 2026OverheidFinanciele Dienstverlening
12/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1261Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1261, Hoge Raad, 10-07-2026, 24/03361

Hoge Raad10 jul 2026OverheidFinanciele Dienstverlening
8/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1245Richtinggevend
Bestuursrecht
Belastingrecht

ECLI:NL:HR:2026:1245, Hoge Raad, 10-07-2026, 25/00155

Hoge Raad10 jul 2026OverheidHandhaving
72/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1016Hoog
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1016, Hoge Raad, 10-07-2026, 25/00129

Hoge Raad10 jul 2026Financiele DienstverleningOverheid
58/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied