Motorcrossclub verliest beroep over geluidsoverschrijding handhaving
ECLI:NL:RVS:2026:5601, Raad van State, 30-09-2026, 202304401/1/R3
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 17 maart 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Ooststellingwerf MSV de Prikkedam onder oplegging van een dwangsom gelast om het in artikel 5.4.2 van het bestemmingsplan "motorcrossterrein De Prikkedam" toegestane maximale geluidsniveau tijdens trainingen niet te overschrijden. MSV de Prikkedam is de gebruiker van het motorcrossterrein "De Prikkedam" aan de Prikkedam 1A in Makkinga. Op het terrein ligt een motorcrosscircuit dat wordt gebruikt voor wedstrijden en voor trainingen. [partij A] en [partij B] wonen aan de [locatie] ten zuidoosten van het motorcrossterrein. Zij hebben het college op 8 januari 2015 verzocht om handhavend op te treden tegen onder meer geluidhinder. Het college heeft dit verzoek toegewezen en heeft MSV de Prikkedam op 8 november 2016 en op 7 mei 2019 lasten onder dwangsom opgelegd wegens de overtreding van geluidsvoorschrift F3 in de aan MSV de Prikkedam in 2001 verleende milieuvergunning voor het motorcrossterrein. Bij besluiten van 27 oktober 2020 heeft het college besloten tot invordering van twee volgens hem verbeurde dwangsommen van elk € 4.000,00. MSV de Prikkedam is het daarmee niet eens.
Kern van de zaak
Motorsportvereniging de Prikkedam in Makkinga overtrad de geluidsnormen van haar milieuvergunning tijdens een training op 8 maart 2020. Buurtbewoners hadden al in 2015 handhaving gevraagd. Het college legde meerdere lasten onder dwangsom op, waartegen de vereniging in hoger beroep ging.
Beslissing van de rechter
Het hoger beroep van MSV de Prikkedam is ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd; het incidenteel hoger beroep van het college is niet-ontvankelijk. De doorslaggevende reden is dat de opgelegde last onder dwangsom terecht was wegens geconstateerde overschrijding van de geluidsnormen uit de milieuvergunning. De Staat wordt veroordeeld tot betaling van € 2.500,- schadevergoeding aan de vereniging wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Impactscore
LaagDe uitspraak is feitelijk van aard en past het bestaande recht toe zonder nieuwe rechtsnormen te stellen; de overgangsrechtelijke bevestiging is nuttig maar niet verrassend en heeft beperkte precedentwerking buiten deze specifieke casus.
Belangrijkste punten
- 1Oud recht (Wabo) blijft van toepassing omdat de last onder dwangsom vóór inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 is opgelegd (art. 4.23 lid 1 Invoeringswet Omgevingswet).
- 2MSV de Prikkedam overtrad geluidsvoorschrift F3 van de in 2001 verleende milieuvergunning; overschrijding werd geconstateerd tijdens training op 8 maart 2020.
- 3Het college legde eerder al lasten onder dwangsom op in november 2016, mei 2019 en vervolgens opnieuw in maart 2020 (vervangende last).
- 4Het incidenteel hoger beroep van het college van B&W Ooststellingwerf is niet-ontvankelijk verklaard.
- 5De Staat der Nederlanden (ministers van JenV en BZK) wordt veroordeeld tot betaling van € 2.500,- schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn, elk € 1.250,-.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de toepassing van het overgangsrecht bij de Omgevingswet: handhavingstrajecten die vóór 1 januari 2024 zijn gestart vallen volledig onder het oude Wabo-regime totdat de last is afgewikkeld. De niet-ontvankelijkverklaring van het incidenteel hoger beroep van het college beperkt de reikwijdte van de procedure.
Praktische impact
MSV de Prikkedam dient de opgelegde geluidsbepalingen na te leven en kan geen rechterlijke bescherming inroepen tegen de handhaving. Omwonenden zoals [partij A] en [partij B] zien hun verzoek om handhaving definitief bekrachtigd na een juridisch traject van meer dan tien jaar.
Onderwerp-impact
Voor motorcross- en motorsportterreinen geldt dat gemeenten strikt kunnen blijven handhaven op geluidsnormen uit milieuvergunningen, ook onder het nieuwe omgevingsrechtelijke stelsel, zolang het overgangsrecht het oude regime van toepassing houdt.
Samenvatting
Deze uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State betreft een langlopend handhavingsgeschil tussen het college van burgemeester en wethouders van Ooststellingwerf en Motorsportvereniging de Prikkedam over geluidshinder van het motorcrossterrein 'De Prikkedam' in Makkinga. Omwonenden dienden in 2015 een handhavingsverzoek in wegens overschrijding van de geluidsnormen uit de milieuvergunning uit 2001. Na meerdere lasten onder dwangsom in 2016 en 2019 constateerde het college op 8 maart 2020 opnieuw een overschrijding van het maximale geluidsniveau tijdens een training, waarna op 17 maart 2020 een vervangende last onder dwangsom werd opgelegd. De centrale juridische vraag was of deze handhaving rechtmatig was en welk recht van toepassing is nu de Omgevingswet op 1 januari 2024 in werking is getreden. Op grond van artikel 4.23 lid 1 van de Invoeringswet Omgevingswet oordeelt de Afdeling dat het oude recht — de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) — van toepassing blijft, omdat de last vóór de inwerkingtreding is opgelegd. De Afdeling verklaart het hoger beroep van MSV de Prikkedam ongegrond en bevestigt de aangevallen uitspraak van de rechtbank. Het incidenteel hoger beroep van het college wordt niet-ontvankelijk verklaard. Afzonderlijk wordt de Staat der Nederlanden veroordeeld tot betaling van € 2.500,- schadevergoeding aan MSV de Prikkedam wegens overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM; elk van de twee betrokken ministers betaalt de helft. De uitspraak heeft beperkte precedentwerking maar illustreert helder hoe het overgangsrecht bij de Omgevingswet uitpakt voor lopende handhavingstrajecten.