Omgevingsvergunning kas en dierenverblijf terecht geweigerd
ECLI:NL:RVS:2026:5556, Raad van State, 23-09-2026, 202408089/1/R2
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 1 februari 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Tilburg geweigerd om aan [appellant] een omgevingsvergunning te verlenen voor de bouw van een dierenverblijf en een kas achter het perceel aan de [locatie 1] in Tilburg. [appellant] woont op het perceel aan de [locatie 2] in Tilburg. [appellant] heeft op het aangrenzende perceel, dat ook in zijn eigendom is, twee bouwwerken gerealiseerd: een dierenverblijf en een kas. Het dierenverblijf wordt gebruikt voor het hobbymatig houden van kippen en de kas wordt gebruikt voor het hobbymatig telen van gewassen. Door de vorm en ligging van de percelen staan de bouwwerken direct achter het perceel aan de [locatie 1] in Tilburg. De bouwwerken zijn in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Buitengebied De Voorste Stroom". Naar aanleiding van een handhavingstraject heeft [appellant] een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning voor de bouw van een kas en een dierenverblijf.
Kern van de zaak
Een bewoner in Tilburg realiseerde zonder vergunning een kas en dierenverblijf op een aangrenzend perceel in zijn eigendom, in strijd met het bestemmingsplan 'Buitengebied De Voorste Stroom'. Na een handhavingstraject vroeg hij alsnog een omgevingsvergunning aan, die het college weigerde. De bewoner vocht deze weigering aan bij de rechtbank en vervolgens in hoger beroep bij de Raad van State.
Beslissing van de rechter
De Raad van State bevestigt het oordeel van de rechtbank dat het college de omgevingsvergunning op goede gronden heeft geweigerd. De doorslaggevende reden is dat het college het belang van het open karakter achter de woonpercelen zwaarder mocht laten wegen dan het individuele belang van appellant bij het realiseren van de bouwwerken op gronden waar geen gebouwen zijn toegestaan.
Impactscore
LaagHet betreft een casuïstische toepassing van bestaande jurisprudentie over bestemmingsplanafwijkingen en beleidsruimte van bestuursorganen, zonder nieuwe rechtsvragen. De uitspraak is relevant voor de directe betrokkenen maar stelt geen nieuwe rechtsregels.
Belangrijkste punten
- 1Overgangsrecht Omgevingswet: omdat de aanvraag vóór 1 januari 2024 is ingediend (7 november 2023), blijft de Wabo (oud recht) van toepassing.
- 2De bouwwerken (kas en dierenverblijf voor hobbymatig gebruik) zijn gerealiseerd in strijd met het bestemmingsplan 'Buitengebied De Voorste Stroom'.
- 3Het college heeft beleidsruimte bij de afweging om al dan niet af te wijken van het bestemmingsplan via een omgevingsvergunning.
- 4Het belang van het open karakter achter de woonpercelen prevaleert boven het individuele belang van appellant.
- 5De bestuursrechter toetst of de nadelige gevolgen van het besluit onevenredig zijn in verhouding tot de te dienen doelen; dat is hier niet het geval.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de beleidsruimte van colleges van B&W bij afwijkingen van het bestemmingsplan en de terughoudende rechterlijke toetsing daarvan op onevenredigheid. Het overgangsrecht van de Invoeringswet Omgevingswet wordt toegepast conform artikel 4.3 aanhef en onder a.
Praktische impact
Appellant moet de zonder vergunning gerealiseerde bouwwerken (kas en dierenverblijf) verwijderen of gedoogd zien worden op basis van handhavingsbeleid, nu de omgevingsvergunning definitief is geweigerd. Hobbymatig gebruik van gronden in het buitengebied biedt geen zelfstandige grond voor afwijking van het bestemmingsplan.
Onderwerp-impact
De uitspraak onderstreept dat buitengebied-bestemmingen beschermd worden tegen bebouwing met bijgebouwen voor hobbymatig gebruik, zelfs bij beperkte omvang en privégebruik. Gemeenten kunnen het open karakter van het buitengebied handhaven tegenover individuele belangen.
Samenvatting
In deze zaak draait het om de weigering van een omgevingsvergunning voor een kas en een dierenverblijf die een bewoner in Tilburg zonder vergunning had gerealiseerd op een aangrenzend perceel in zijn eigendom. De bouwwerken werden hobbymatig gebruikt — de kas voor het telen van gewassen en het dierenverblijf voor het houden van kippen — maar lagen in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan 'Buitengebied De Voorste Stroom', dat bebouwing op die gronden niet toestaat. Na een handhavingstraject vroeg appellant alsnog een omgevingsvergunning aan. Het college weigerde deze, waarna de rechtbank dit besluit in stand liet. In hoger beroep bij de Raad van State betoogt appellant dat de bouwwerken door hun beperkte omvang het open karakter van het gebied niet onevenredig aantasten. Als eerste stelt de Raad van State vast dat het oude recht (Wabo) van toepassing blijft, omdat de vergunningaanvraag vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 is ingediend — namelijk op 7 november 2023. Dit volgt uit artikel 4.3, aanhef en onder a, van de Invoeringswet Omgevingswet. Inhoudelijk oordeelt de Raad van State dat het college beleidsruimte toekomt bij de beslissing om al dan niet af te wijken van het bestemmingsplan. De bestuursrechter toetst slechts of de nadelige gevolgen van het weigeringsbesluit onevenredig zijn in verhouding tot de te dienen doelen. De Afdeling bevestigt het oordeel van de rechtbank: het college heeft het belang van het open karakter achter de woonpercelen in redelijkheid zwaarder mogen laten wegen dan het individuele belang van appellant. Het hoger beroep slaagt niet en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De zaak illustreert de beperkte ruimte voor afwijkingen van buitengebied-bestemmingen, ook bij hobbymatig en kleinschalig gebruik.