JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:5535Laag32/100

RvS: zelfstandig ondernemerschap niet aangetoond, verblijfsvergunning geweigerd

ECLI:NL:RVS:2026:5535, Raad van State, 18-09-2026, BRS.25.002440

Raad van StateUitspraak: 18 september 2026Publicatie: 16 september 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:BRS.25.002440
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Vreemdelingenrecht
Arbeidsrelaties
Overheid
Verblijfsvergunning
Vreemdelingenwet
Zelfstandig Ondernemer
Langdurig Ingezetene
Rechtsgevolgen Instand

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 18 mei 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Kern van de zaak

Een Italiaanse langdurig ingezetene vroeg in Nederland een verblijfsvergunning aan als zelfstandige ondernemer (eenmanszaak in schoonmaak en horeca). De minister wees de aanvraag af. De rechtbank vernietigde het besluit op bezwaar omdat de motivering ondeugdelijk was, maar liet de rechtsgevolgen niet in stand.

Beslissing van de rechter

De Raad van State verklaart het hoger beroep van de minister gegrond en bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven. Doorslaggevend is dat de minister zonder het eerder betwiste standpunt over het ondernemingsplan alsnog deugdelijk heeft gemotiveerd dat betrokkene niet als zelfstandig ondernemer kan worden aangemerkt.

32van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak is casuïstisch van aard en stelt geen nieuwe rechtsnormen; de toepassing van artikel 91 lid 2 Vw 2000 en de instandhouding van rechtsgevolgen zijn gangbare instrumenten zonder richtinggevende betekenis.

Belangrijkste punten

  • 1Betrokkene heeft in Italië een status als langdurig ingezetene en vroeg in Nederland een verblijfsvergunning aan onder de beperking 'arbeid als zelfstandige'.
  • 2De rechtbank vernietigde het besluit omdat de minister opnieuw het ontbreken van een deugdelijk ondernemingsplan tegenwerkte, in strijd met een eerdere uitspraak.
  • 3De Afdeling laat de eerste grief over het ondernemingsplan ongemotiveerd passeren op grond van artikel 91 lid 2 Vw 2000 (geen belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling).
  • 4De minister heeft, los van het ondernemingsplan, deugdelijk onderbouwd dat betrokkene niet als zelfstandig ondernemer kwalificeert; de rechtbank heeft dit ten onrechte niet onderkend.
  • 5De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit blijven in stand, zodat een nieuw besluit op bezwaar niet meer nodig is.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak verduidelijkt dat een rechter ook na vernietiging van een besluit de rechtsgevolgen in stand kan laten indien de resterende motivering de beslissing zelfstandig kan dragen. Artikel 91 lid 2 Vw 2000 wordt toegepast om de eerste grief ongemotiveerd te verwerpen.

Praktische impact

Betrokkene verkrijgt geen verblijfsvergunning als zelfstandig ondernemer in Nederland en kan niet alsnog via een nieuw bezwaarprocedure op dit punt een herkansing afdwingen.

Onderwerp-impact

Voor zelfstandige ondernemers met een EU-langdurig-ingezetenenestatus die naar Nederland willen migreren, bevestigt deze uitspraak dat het aantonen van daadwerkelijk zelfstandig ondernemerschap een strikte vereiste blijft, waarbij de bewijslast zwaar weegt.

Samenvatting

In deze zaak stond centraal of een Italiaanse onderdaan met een EU-langdurig-ingezetenenestatus in aanmerking komt voor een Nederlandse verblijfsvergunning regulier onder de beperking 'arbeid als zelfstandige'. Betrokkene exploiteerde in Nederland een eenmanszaak in schoonmaak- en horecawerkzaamheden. De minister wees zijn aanvraag af en verklaarde zijn bezwaar ongegrond. De rechtbank Den Haag vernietigde het besluit op bezwaar van 20 december 2023 omdat de minister opnieuw het ontbreken van een deugdelijk ondernemingsplan had tegengeworpen, terwijl zij dat in een eerdere uitspraak van 14 maart 2023 al had afgekeurd. Toch liet de rechtbank de rechtsgevolgen niet in stand, omdat ook de overige motivering onvoldoende was om het standpunt te schragen dat betrokkene niet als zelfstandig ondernemer kon worden aangemerkt. In hoger beroep klaagde de minister over dit oordeel. De Raad van State laat de eerste grief — over het ondernemingsplan — zonder nadere motivering passeren op grond van artikel 91 lid 2 van de Vreemdelingenwet 2000, nu deze geen vragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevat. Ten aanzien van de tweede grief oordeelt de Afdeling dat de minister — ook buiten het ondernemingsplan om — deugdelijk heeft gemotiveerd dat betrokkene niet als zelfstandig ondernemer kwalificeert. De verklaringen die betrokkene op de rechtbankzitting aflegde, zeggen op zichzelf weinig over zijn zelfstandige status en kunnen de minister niet baten. De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank voor zover daarin een opdracht tot het nemen van een nieuw besluit op bezwaar is opgenomen, en bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven. Betrokkene krijgt daarmee geen verblijfsvergunning en een herkansingsprocedure via bezwaar is niet meer mogelijk.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 23 september 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

Raad van State·23 sep 2026
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Vergunningen
Milieu
ECLI:NL:RVS:2026:5680

Omgevingsvergunning paardenhouderij Veluwe alsnog in stand gelaten

28/100Bekijk
Raad van State·23 sep 2026
Bestuursrecht
Europees bestuursrecht
Vergunningen
Milieu
ECLI:NL:RVS:2026:5632

Zonnepark vrijgesteld van ontheffingsplicht grondwaterbeschermingsgebied

38/100Bekijk
Raad van State·23 sep 2026
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Vastgoed
Vergunningen
ECLI:NL:RVS:2026:5657

Bestemmingsplan Kasteel Limbricht vernietigd door Raad van State

38/100Bekijk
Raad van State·23 sep 2026
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Handhaving
ECLI:NL:RVS:2026:5638

Raad van State buigt zich over militair radarstation Herwijnen

38/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied