Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding
ECLI:NL:RVS:2026:5534, Raad van State, 18-09-2026, BRS.26.004260
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 10 juli 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.
Kern van de zaak
Een appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State, maar diende het hogerberoepschrift te laat in. De termijn eindigde op 24 juli 2026, maar het beroepschrift werd daarna ontvangen. De zaak betreft vermoedelijk een vreemdelingenrechtelijke kwestie gezien de verwijzing naar Bahaddar-omstandigheden.
Beslissing van de rechter
Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn. Er doen zich geen Bahaddar-omstandigheden voor die aanleiding geven het hoger beroep ondanks de termijnoverschrijding toch in behandeling te nemen.
Impactscore
LaagHet betreft een zuiver procedurele uitspraak over termijnoverschrijding zonder inhoudelijke beoordeling; er worden geen nieuwe rechtsregels gesteld en de toepassing van de Bahaddar-toets is vaste jurisprudentie.
Belangrijkste punten
- 1Hogerberoepschrift ingediend na de termijn van 24 juli 2026
- 2Geen sprake van Bahaddar-omstandigheden (ECLI:NL:RVS:2022:1664) die termijnoverschrijding kunnen rechtvaardigen
- 3Hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard door enkelvoudige kamer
- 4Geen proceskostenveroordeling opgelegd aan de minister
- 5Vermoedelijk een vreemdelingenrechtelijke zaak gezien de toets aan Bahaddar-criteria
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de strikte hantering van beroepstermijnen in het bestuursrecht en de beperkte reikwijdte van de Bahaddar-exceptie als uitzondering op niet-ontvankelijkheid wegens termijnoverschrijding. De uitspraak is procedureel van aard en stelt geen nieuwe rechtsregels.
Praktische impact
Appellant verliest de mogelijkheid om zijn zaak inhoudelijk te laten beoordelen door de Afdeling bestuursrechtspraak. De beslissing van de lagere rechter blijft daarmee onherroepelijk van kracht.
Onderwerp-impact
In het vreemdelingenrecht bevestigt deze uitspraak dat ook in zaken waar fundamentele belangen spelen, termijnen strikt worden gehandhaafd tenzij sprake is van erkende uitzonderingsomstandigheden (Bahaddar).
Samenvatting
In deze uitspraak van 18 september 2026 verklaart de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State het hoger beroep van appellant niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de beroepstermijn. De termijn voor het instellen van hoger beroep eindigde op 24 juli 2026, maar het hogerberoepschrift werd pas daarna bij de Raad van State ontvangen. De zaak heeft vermoedelijk betrekking op het vreemdelingenrecht, gelet op de verwijzing naar de zogenoemde Bahaddar-omstandigheden. De Bahaddar-exceptie biedt in uitzonderlijke gevallen de mogelijkheid om een te laat ingediend hoger beroep toch in behandeling te nemen, met name wanneer de betrokkene bij terugkeer naar het land van herkomst een reëel risico loopt op ernstige mensenrechtenschendingen en het niet tijdig indienen hem niet kan worden aangerekend. De Afdeling oordeelt echter dat van dergelijke omstandigheden in dit geval geen sprake is. Nadat appellant in de gelegenheid was gesteld zich nader uit te laten over de termijnoverschrijding, heeft de enkelvoudige kamer geconcludeerd dat de aangevoerde gronden onvoldoende zijn om de termijnoverschrijding te verschonen. Het hoger beroep wordt dan ook niet-ontvankelijk verklaard. Een proceskostenveroordeling ten laste van de minister blijft achterwege. De uitspraak is strikt procedureel van aard en bevestigt de vaste lijn in de jurisprudentie dat beroepstermijnen in het bestuursrecht fataal zijn, met uitzondering van nauw omschreven bijzondere omstandigheden. Voor appellant betekent dit dat de uitspraak van de eerdere rechter onherroepelijk wordt.