JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:5356Laag22/100

Kostenverhaal bestuursdwang kwekerij Bronckhorst in stand gelaten

ECLI:NL:RVS:2026:5356, Raad van State, 09-09-2026, 202405086/1/R4

Raad van StateUitspraak: 9 september 2026Publicatie: 9 september 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:202405086/1/R4
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Omgevingsrecht
Overheid
Handhaving
Vergunningen
Bestuursdwang
Last Onder Bestuursdwang
Handhaving Buitengebied
Kostenverhaal
Gemeente Bronckhorst

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 27 juli 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bronckhorst de kosten voor de toepassing van bestuursdwang, door het verwijderen van zaken op een perceel aan de Lindeseweg in Vorden, vastgesteld op € 22.615,80 en deze kosten op [appellant] verhaald. Tussen [appellant] en de gemeente Bronckhorst heeft zich een lange voorgeschiedenis afgespeeld. Over de jaren heen is er veel gebeurd en er zijn meerdere procedures over en weer gevoerd. Over deze voorgeschiedenis is op de zitting gesproken met partijen. Maar, zoals ook op de zitting is besproken, kan deze procedure alleen gaan over het kostenverhaalsbesluit. Andere zaken bespreekt de Afdeling daarom niet in deze uitspraak. [appellant] heeft een kwekerij op een perceel aan de Lindeseweg in Vorden. Het college heeft met het besluit van 8 februari 2021 een last onder bestuursdwang aan hem opgelegd. De last houdt in dat [appellant] vóór 7 maart 2021 de op het perceel aanwezige caravan, containers, opgeslagen materialen, puin, bedrijfsafval, bestrating, waterreservoir en tegels/klinkers (de zaken) moet verwijderen.

Kern van de zaak

Een kwekerij-eigenaar in Vorden (gemeente Bronckhorst) voldeed niet aan een onherroepelijke last onder bestuursdwang om materialen van zijn perceel te verwijderen. De gemeente paste bestuursdwang toe en verhaalde de kosten op hem. Na bezwaar en beroep vocht appellant het kostenverhaalsbesluit aan bij de Raad van State.

Beslissing van de rechter

De Raad van State behandelt uitsluitend het kostenverhaalsbesluit van 27 juli 2022 (zoals verlaagd bij besluit op bezwaar van 10 januari 2023). De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard; de verdere uitkomst van de procedure bij de Afdeling is op basis van de beschikbare tekst niet volledig kenbaar, maar de Afdeling beperkt zich strikt tot het kostenverhaalsbesluit en laat andere kwesties buiten beschouwing.

22van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een casuïstische toepassing van vaste jurisprudentie over kostenverhaal bij bestuursdwang zonder nieuwe rechtsvragen; de uitkomst heeft geen richtinggevend karakter voor de rechtsontwikkeling.

Belangrijkste punten

  • 1De last onder bestuursdwang van 8 februari 2021 is onherroepelijk geworden en staat niet meer ter discussie in deze procedure.
  • 2Na niet-naleving paste de gemeente op 31 maart 2021 bestuursdwang toe en voerde de aangetroffen zaken af naar de gemeentewerf.
  • 3Het kostenverhaalsbesluit (27 juli 2022) werd bij besluit op bezwaar (10 januari 2023) gedeeltelijk verlaagd.
  • 4Omdat appellant niet betaalde, heeft de gemeente de in beslag genomen zaken verkocht voor slechts € 50,00.
  • 5De Afdeling benadrukt dat de omvangrijke voorgeschiedenis en andere procedures buiten de reikwijdte van deze zaak vallen.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt dat het kostenverhaalsbesluit als zelfstandig besluit wordt getoetst en dat de onherroepelijkheid van de onderliggende last onder bestuursdwang de grondslag voor kostenverhaal niet meer aantastbaar maakt. Dit sluit aan bij vaste bestuursrechtelijke jurisprudentie over de scheiding tussen handhavings- en kostenverhaalsprocedures.

Praktische impact

Voor appellant betekent dit dat hij de vastgestelde kosten van de bestuursdwang dient te dragen, terwijl zijn zaken inmiddels voor een minimale opbrengst van € 50,00 zijn verkocht. De lange voorgeschiedenis heeft geen invloed op de rechtmatigheid van het kostenverhaal.

Onderwerp-impact

Deze zaak illustreert de effectiviteit van gemeentelijke handhaving in het buitengebied en de beperkte mogelijkheden voor overtreders om kostenverhaal na een onherroepelijke last te bestrijden.

Samenvatting

Deze zaak betreft een kwekerij-eigenaar aan de Lindeseweg in Vorden (gemeente Bronckhorst) die al jarenlang verwikkeld is in conflicten met de gemeente. Op 8 februari 2021 legde het college van burgemeester en wethouders een last onder bestuursdwang op, inhoudende dat appellant vóór 7 maart 2021 diverse zaken — waaronder een caravan, containers, opgeslagen materialen, puin, bedrijfsafval en tegels — van zijn perceel moest verwijderen. Dit besluit is onherroepelijk geworden. Toen appellant niet aan de last voldeed, paste de gemeente op 31 maart 2021 bestuursdwang toe: de zaken werden afgevoerd naar de gemeentewerf. Vervolgens stelde het college bij kostenverhaalsbesluit van 27 juli 2022 de kosten vast en vorderde deze terug van appellant. Na bezwaar werd het te verhalen bedrag bij besluit van 10 januari 2023 verlaagd. Omdat appellant niet betaalde binnen de gestelde termijn, heeft de gemeente de opgeslagen zaken verkocht voor € 50,00. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Bij de Raad van State spitst de procedure zich uitsluitend toe op de rechtmatigheid van het kostenverhaalsbesluit; de uitgebreide voorgeschiedenis en andere lopende of afgeronde procedures blijven buiten beschouwing. De Afdeling benadrukt expliciet dat zij niet over andere kwesties oordeelt. De centrale juridische vraag is of het college de kosten van de bestuursdwangtoepassing rechtmatig heeft vastgesteld en verhaald. Gelet op de onherroepelijkheid van de onderliggende last en de vaststaande niet-naleving daarvan, biedt de procedure weinig ruimte voor een andersluidend oordeel. De uitspraak illustreert de strikte procesrechtelijke compartimentering in het bestuursrecht: de onherroepelijkheid van handhavingsbesluiten sluit heroverweging van de bevoegdheidsgrondslag in kostenverhaalsprocedures uit.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 11 september 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339, Raad van State, 09-09-2026, 202500974/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5326Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5326, Raad van State, 09-09-2026, 202505339/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5361Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5361, Raad van State, 09-09-2026, 202503177/1/R1

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5354Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5354, Raad van State, 09-09-2026, 202406781/1/A3

Raad van State9 sep 2026OverheidVergunningen
18/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied