JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:5338Laag28/100

Inzage politiegegevens gedeeltelijk geweigerd na belangenafweging

ECLI:NL:RVS:2026:5338, Raad van State, 09-09-2026, 202502160/1/A3

Raad van StateUitspraak: 9 september 2026Publicatie: 9 september 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:202502160/1/A3
Bestuursrecht
Privacyrecht / AVG
Bestuursprocesrecht
Overheid
Handhaving
Databescherming
Belangenafweging
Persoonsgegevens
Inzageverzoek
Korpschef
Wet Politiegegevens

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 23 oktober 2023 heeft de korpschef van politie het door [appellante] ingediende verzoek om inzage in de haar betreffende persoonsgegevens deels afgewezen. [appellante] heeft bij de politie een verzoek ingediend om inzage te krijgen in haar persoonsgegevens. De korpschef heeft dit verzoek voor een deel geweigerd omdat dit nadelige gevolgen kan hebben voor de voorkoming, de opsporing, het onderzoek en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen. Daarnaast is een deel geweigerd ter bescherming van de rechten en vrijheden van derden. [appellante] is het hier niet mee eens en is tegen dit besluit opgekomen. De korpschef heeft het verzoek om inzage van persoonsgegevens deels geweigerd. De rechtbank heeft kennisgenomen van de persoonsgegevens waarvan inzage is geweigerd. De rechtbank heeft geoordeeld dat de korpschef zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat de belangen genoemd in artikel 27, eerste lid, aanhef en onder b en d van de Wpg in het geding zijn en daarom betrokken konden worden bij de vraag of het verzoek van [appellante] moet worden ingewilligd. Daarbij is de belangenafweging die de korpschef heeft gemaakt volgens de rechtbank deugdelijk. De rechtbank is daarom van oordeel dat de korpschef terecht geen volledige inzage heeft verleend.

Kern van de zaak

Appellante verzocht bij de politie inzage in haar eigen persoonsgegevens op grond van de Wet politiegegevens (Wpg). De korpschef weigerde gedeeltelijk op grond van bescherming van opsporing en rechten van derden. Appellante bestreed de weigering in hoger beroep bij de Raad van State.

Beslissing van de rechter

De Raad van State beoordeelt het hoger beroep tegen de gedeeltelijke weigering van inzage in politiegegevens; de rechtbank had de weigering eerder deugdelijk bevonden op grond van artikel 27 lid 1 Wpg. De doorslaggevende reden is dat de belangen van opsporing en bescherming van derden zwaarder wegen dan het inzagerecht van appellante, waarbij de korpschef een deugdelijke belangenafweging heeft gemaakt.

28van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak past binnen gevestigde jurisprudentie over de Wpg en betreft een individueel geval; er worden geen nieuwe rechtsnormen gesteld en de uitkomst is sterk feitelijk bepaald door de specifieke omstandigheden van appellante.

Belangrijkste punten

  • 1Verzoek om inzage politiegegevens (Wpg) gedeeltelijk geweigerd op grond van artikel 27 lid 1 sub b en d Wpg
  • 2Weigeringsgronden: voorkoming/opsporing van strafbare feiten én bescherming van rechten en vrijheden van derden
  • 3Rechtbank heeft zelf de geweigerde persoonsgegevens ingezien en de belangenafweging van de korpschef deugdelijk bevonden
  • 4Appellante brengt in hoger beroep nieuwe stukken in om aan te tonen dat zij geen bedreiging vormt voor derden
  • 5De Afdeling beoordeelt of de weigering noodzakelijk en evenredig is in het licht van de nieuwe stukken

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de toepassing van de weigeringsgronden van artikel 27 Wpg en de rechterlijke toetsingswijze waarbij de rechter zelf de geweigerde gegevens beoordeelt. De uitkomst biedt verduidelijking over de ruimte voor nieuwe stukken in hoger beroep bij inzageverzoeken op grond van de Wpg.

Praktische impact

Voor burgers die inzage willen in politiegegevens over henzelf betekent dit dat een gedeeltelijke weigering standhoud indien de korpschef een deugdelijke belangenafweging heeft gemaakt. Het inbrengen van nieuwe stukken in hoger beroep biedt beperkte kans op herziening als de weigeringsgronden nog steeds aanwezig zijn.

Onderwerp-impact

Op het terrein van databescherming en overheidsinformatie bevestigt deze uitspraak dat de politie verstrekkende ruimte heeft om inzage in persoonsgegevens te weigeren ter bescherming van opsporing en derden. Dit raakt direct aan de privacyrechten van burgers ten opzichte van overheidsinstanties.

Samenvatting

In deze zaak verzocht appellante de korpschef om volledige inzage in de bij de politie geregistreerde persoonsgegevens over haar, op grond van de Wet politiegegevens (Wpg). De korpschef weigerde een deel van de inzage, primair op grond van artikel 27 lid 1 sub b Wpg (voorkoming, opsporing, onderzoek en vervolging van strafbare feiten of tenuitvoerlegging van straffen) en sub d (bescherming van rechten en vrijheden van derden). Appellante kon zich niet vinden in deze gedeeltelijke weigering en vocht het besluit aan. De rechtbank in eerste aanleg heeft zelf kennisgenomen van de geweigerde persoonsgegevens en geoordeeld dat de korpschef de genoemde weigeringsgronden terecht heeft ingeroepen. De door de korpschef gemaakte belangenafweging werd door de rechtbank als deugdelijk gekwalificeerd, zodat het beroep ongegrond werd verklaard. In hoger beroep bij de Raad van State bracht appellante nieuwe stukken in, die volgens haar aantonen dat zij geen bedreiging vormt voor derden en dat de eerder geschetste omstandigheden onjuist zijn. De Afdeling verstond dit betoog als een betwisting van de noodzakelijkheid en evenredigheid van het weigeringsbesluit. De Afdeling bestuursrechtspraak diende te beoordelen of deze nieuwe stukken een andersluidend oordeel over de belangenafweging rechtvaardigen. Gelet op de wettelijke systematiek van de Wpg, die de korpschef een discretionaire bevoegdheid geeft om inzage te weigeren wanneer zwaarwegende opsporings- of privacybelangen in het geding zijn, is de toetsingsruimte beperkt. De uitspraak bevestigt dat de korpschef bij gebleken relevante belangen een gedeeltelijke weigering mag handhaven, mits de afweging deugdelijk is gemotiveerd en de rechter deze zelf heeft kunnen controleren door inzage in de geweigerde gegevens.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 11 september 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339, Raad van State, 09-09-2026, 202500974/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5326Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5326, Raad van State, 09-09-2026, 202505339/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5361Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5361, Raad van State, 09-09-2026, 202503177/1/R1

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5354Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5354, Raad van State, 09-09-2026, 202406781/1/A3

Raad van State9 sep 2026OverheidVergunningen
18/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied