Raad van State: Dienst Toeslagen moet toeslagjaar 2009 herbeoordelelen
ECLI:NL:RVS:2026:5337, Raad van State, 09-09-2026, 202504685/1/A2
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluiten van 6 oktober 2022 heeft de Dienst Toeslagen geen compensatie toegekend aan [appellante] voor de toeslagjaren 2009 tot en met 2011. [appellante] heeft voor de jaren 2009 tot en met 2011 (voorschotten) kinderopvangtoeslag ontvangen. Omdat [appellante] hier geen recht op had, heeft de Dienst Toeslagen de kinderopvangtoeslag voor die jaren definitief vastgesteld op nihil, waardoor [appellante] te maken kreeg met terugvorderingen van in totaal € 26.000,00. Op 22 december 2020 heeft zij een verzoek gedaan voor een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag.
Kern van de zaak
Een toeslagenouder ontving over 2009-2011 kinderopvangtoeslag via informele gastouderopvang door haar zus zonder geregistreerd gastouderbureau. De Dienst Toeslagen stelde de toeslag definitief vast op nihil en vorderde ca. €26.000 terug. Na herbeoordeling werd compensatie geweigerd op grond van eigen schuld (evident geen recht).
Beslissing van de rechter
Het hoger beroep is gegrond verklaard voor zover het toeslagjaar 2009 betreft: het besluit van 17 september 2024 is in zoverre vernietigd en de Dienst Toeslagen moet binnen zes weken een nieuw besluit nemen. De doorslaggevende reden is dat de Afdeling oordeelt dat de weigering van compensatie voor 2009 onvoldoende gemotiveerd of rechtens onjuist is bevonden, terwijl de situatie voor dat jaar mogelijk anders beoordeeld moet worden dan voor de overige jaren.
Impactscore
MiddelDe uitspraak betreft een individuele zaak binnen de breed bekende toeslagenaffaire en voegt beperkte nieuwe rechtsnormen toe, maar is relevant voor vergelijkbare zaken waar de Dienst Toeslagen compensatie per jaar moet motiveren. De impact blijft relatief beperkt doordat de tekst onvolledig is en de precieze motivering voor 2009 niet volledig kenbaar is.
Belangrijkste punten
- 1Kinderopvangtoeslag over 2009-2011 definitief vastgesteld op nihil wegens ontbreken van geregistreerd gastouderbureau bij opvang door eigen zus.
- 2Compensatieverzoek op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht) werd geweigerd omdat de schade aan appellante zelf toerekenbaar zou zijn (artikel 2.1 lid 2 Wht).
- 3Raad van State maakt onderscheid per toeslagjaar: voor 2009 wordt het besluit vernietigd, voor 2010 en 2011 blijft de weigering kennelijk in stand.
- 4Dienst Toeslagen moet binnen zes weken een nieuw besluit nemen over toeslagjaar 2009, met inachtneming van de overwegingen van de Afdeling.
- 5Proceskosten worden vergoed door de Dienst Toeslagen; hoger beroep staat alleen open bij de Afdeling.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak verduidelijkt dat bij toepassing van artikel 2.1 lid 2 Wht (eigen schuld/toerekeningsvraag) een nauwkeurige per-jaar-beoordeling vereist is en dat een generieke weigering over meerdere jaren niet zonder meer stand houdt. Dit is relevant voor vergelijkbare hersteloperatiezaken waarbij de temporele context per jaar kan verschillen.
Praktische impact
Voor appellante betekent dit dat zij voor toeslagjaar 2009 alsnog recht kan hebben op (gedeeltelijke) compensatie; de Dienst Toeslagen moet dit opnieuw en zorgvuldig beoordelen. De proceskostenvergoeding biedt haar enige financiële compensatie voor de gevoerde procedure.
Onderwerp-impact
Binnen de toeslagenaffaire benadrukt de uitspraak dat herstelbesluiten van de Dienst Toeslagen per toeslagjaar individueel gemotiveerd moeten worden en dat rechters bereid zijn jaarspecifieke onderscheiden te maken bij de compensatietoets.
Samenvatting
In deze zaak verzocht een toeslagenouder om compensatie op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht) voor de terugvordering van kinderopvangtoeslag over de jaren 2009 tot en met 2011. De terugvordering — in totaal circa €26.000 — vloeide voort uit het feit dat appellante de kinderopvang liet verzorgen door haar zus, zonder tussenkomst van een geregistreerd gastouderbureau, wat geen recht op kinderopvangtoeslag opleverde. De Dienst Toeslagen weigerde compensatie op grond van artikel 2.1 lid 2 Wht: de schade zou te wijten zijn aan ernstige onregelmatigheden die aan appellante toerekenbaar zijn, onder meer omdat zij een antwoordformulier had ondertekend en zich op de hoogte had kunnen stellen van de geldende regels. De rechtbank Noord-Holland had het beroep eerder ongegrond verklaard. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verklaart het hoger beroep gegrond voor zover het toeslagjaar 2009 betreft. De uitspraak van de rechtbank wordt in zoverre vernietigd, evenals het besluit van de Dienst Toeslagen van 17 september 2024. De Afdeling oordeelt dat de Dienst Toeslagen voor het jaar 2009 een nieuw besluit moet nemen, met inachtneming van de in de uitspraak neergelegde overwegingen. Voor de toeslagjaren 2010 en 2011 blijft de weigering van compensatie kennelijk in stand. De uitspraak illustreert dat bij de toepassing van de Wht een jaarspecifieke beoordeling noodzakelijk is: een generieke afwijzing over meerdere jaren zonder differentiatie per jaar is onvoldoende. De proceskosten worden door de Dienst Toeslagen vergoed. De zaak onderstreept het belang van nauwkeurige individuele motivering in het kader van de toeslagenhersteloperatie.