JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:5336Laag18/100

Raad van State bevestigt definitieve vaststelling huurtoeslag 2020

ECLI:NL:RVS:2026:5336, Raad van State, 09-09-2026, 202504583/1/A2

Raad van StateUitspraak: 9 september 2026Publicatie: 9 september 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:202504583/1/A2
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Overheid
Financiele Dienstverlening
Dienst Toeslagen
Huurtoeslag
Definitieve Vaststelling
Voorschot
Adresfout

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 28 juni 2024 heeft de Dienst Toeslagen, voor zover hier van belang, de hoogte van de huurtoeslag van [appellant] over het jaar 2020 definitief berekend op € 3.275,00 en € 393,00 van [appellant] teruggevorderd. De Dienst Toeslagen heeft bij besluit van 27 december 2019 het voorschot voor de huurtoeslag van [appellant] over het jaar 2020 op € 3.229,00 vastgesteld. Op 14 april 2020 heeft de woningcorporatie, waarvan [appellant] de woning aan de [locatie 1] had gehuurd, hem in kennis gesteld van het voornemen om de basishuur van deze woning te verhogen naar € 657,02 per maand. Op 19 juli 2020 heeft de Dienst Toeslagen een melding ontvangen van deze huurverhoging en dienovereenkomstig op 21 augustus 2020 het voorschot voor de huurtoeslag van [appellant] over het jaar 2020 op € 3.626,00 vastgesteld. [appellant] woonde echter sinds 25 juni 2019 in de woning aan de [locatie 2]. Vanaf 1 juli 2020 was de rekenhuur voor die woning € 552,46. De Dienst Toeslagen heeft daarvan op 20 augustus 2020 een melding ontvangen van de verhuurder van die woning. Nadat een inspecteur van de Belastingdienst op 22 april 2024 had bepaald dat [appellant] niet aangifteplichtig is voor de inkomstenbelasting over het jaar 2020, heeft de Dienst Toeslagen het in het procesverloop van deze uitspraak vermelde besluit van 28 juni 2024 genomen.

Kern van de zaak

Appellant ontving in 2020 een voorschot huurtoeslag dat deels was gebaseerd op huurgegevens van een verkeerd adres. De Dienst Toeslagen stelde de huurtoeslag definitief vast op basis van de juiste gegevens. Appellant betwistte de vaststelling en stelde onder meer de ontvangst van de toeslag niet te kunnen verifiëren.

Beslissing van de rechter

De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en oordeelt dat de definitieve vaststelling van de huurtoeslag over 2020 door de Dienst Toeslagen correct is berekend. De doorslaggevende reden is dat de juiste huurgegevens (van het daadwerkelijke woonadres) zijn gehanteerd bij de definitieve vaststelling, en dat appellant de onderliggende gegevens niet heeft betwist.

18van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een individuele geschil over de definitieve vaststelling van huurtoeslag zonder nieuwe rechtsvragen; de uitspraak past binnen vaste rechtspraak en heeft geen richtinggevende betekenis voor de rechtsontwikkeling.

Belangrijkste punten

  • 1Het voorschot huurtoeslag 2020 werd aanvankelijk deels gebaseerd op huurgegevens van een onjuist adres (locatie 1 in plaats van locatie 2).
  • 2De definitieve vaststelling is wél gebaseerd op de juiste huurgegevens van het daadwerkelijke woonadres vanaf 1 juli 2020 (rekenhuur € 552,46).
  • 3Appellants stelling dat hij geen huurtoeslag heeft ontvangen werd onvoldoende geacht, omdat hij dit niet kon onderbouwen.
  • 4De grondslag voor de definitieve vaststelling (huurwijziging vs. inkomenswijziging) is niet gewijzigd tussen de besluiten van 28 juni 2024 en 27 augustus 2024.
  • 5De omstandigheid dat het voorschot was gebaseerd op een ander adres, heeft geen invloed op de hoogte van de definitieve vaststelling op basis van de juiste gegevens.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt dat een foutieve grondslag bij de voorschotvaststelling niet in de weg staat aan een correcte definitieve vaststelling op basis van de juiste gegevens, en dat de bewijslast voor het niet-ontvangen van een toeslag bij de aanvrager ligt. De uitspraak heeft beperkte precedentwerking nu het een toepassing betreft van bestaande toeslagenrechtspraak.

Praktische impact

Appellant blijft gehouden aan de definitieve vaststelling van de huurtoeslag over 2020; een beroep op het niet kunnen verifiëren van ontvangsten via bankafschriften is onvoldoende om de vaststelling aan te tasten. Toeslagenontvangers dienen hun bankadministratie bij te houden om betalingen te kunnen verifiëren.

Onderwerp-impact

Voor huurtoeslagontvangers benadrukt deze uitspraak dat administratieve vergissingen bij de voorschotvaststelling (onjuist adres) worden gecorrigeerd bij de definitieve vaststelling zonder dat dit de hoogte wijzigt, mits de juiste gegevens alsnog worden gebruikt.

Samenvatting

In deze zaak stond de definitieve vaststelling van de huurtoeslag over het jaar 2020 van appellant centraal. De Dienst Toeslagen had het voorschot aanvankelijk in augustus 2020 verhoogd op basis van een huurverhoging bij een woning op locatie 1, terwijl appellant al sinds 25 juni 2019 woonde op locatie 2. De verhuurder van locatie 2 meldde op 20 augustus 2020 de aldaar geldende rekenhuur van € 552,46 per maand. Na vaststelling door de Belastingdienst dat appellant niet aangifteplichtig was voor de inkomstenbelasting 2020, stelde de Dienst Toeslagen bij besluit van 28 juni 2024 de definitieve huurtoeslag vast. Appellant maakte bezwaar en stelde onder meer dat hij de ontvangst van de toeslag niet kon verifiëren en betwistte de berekening. De rechtbank verwierp deze stellingen en oordeelde dat de definitieve vaststelling correct was. De juridische kernvraag in hoger beroep was of de Dienst Toeslagen de huurtoeslag 2020 juist had vastgesteld, gegeven de verwarring over het adresgegeven bij de voorschotvaststelling, en of de grondslag van de definitieve vaststelling was gewijzigd tussen de besluiten van juni en augustus 2024. De Raad van State bevestigt het oordeel van de rechtbank. De fout bij de voorschotvaststelling — gebruik van huurgegevens van het verkeerde adres — heeft de definitieve vaststelling niet beïnvloed, omdat die is gebaseerd op de juiste, niet door appellant betwiste huurgegevens van zijn werkelijke woonadres. Appellants blote stelling dat hij de ontvangst niet kon aantonen, is onvoldoende om de vaststelling te ontkrachten. Ook is niet gebleken dat de grondslag van de definitieve vaststelling inhoudelijk is veranderd. De uitspraak illustreert dat een vergissing in de voorschotfase niet doorsijpelt naar de definitieve vaststelling zolang de juiste gegevens bij de eindafrekening worden gehanteerd.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 11 september 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339, Raad van State, 09-09-2026, 202500974/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5326Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5326, Raad van State, 09-09-2026, 202505339/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5361Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5361, Raad van State, 09-09-2026, 202503177/1/R1

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5354Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5354, Raad van State, 09-09-2026, 202406781/1/A3

Raad van State9 sep 2026OverheidVergunningen
18/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied