Raad van State verwerpt hoger beroep Milieudefensie tegen warmteoverdrachtsstation
ECLI:NL:RVS:2026:5325, Raad van State, 09-09-2026, 202206997/1/R4
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 2 november 2021 heeft het college aan Eneco Heat Production & Industrials B.V. (Eneco) een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van een warmteoverdrachtsstation met een hulpwarmtecentrale op het perceel, kadastraal bekend gemeente Schiedam, sectie Q, nummer 9496. Eneco heeft op 19 februari 2021 een aanvraag gedaan voor een omgevingsvergunning voor de realisatie van een warmteoverdrachtsstation op het perceel. Op het perceel geldt het bestemmingsplan "Kethel e.o." Het perceel heeft de bestemming "Verkeer-verblijfsgebied". Het realiseren van een warmteoverdrachtsstation is in strijd met deze bestemming. Ook voldoet het bouwplan niet aan de bouwregels van het bestemmingsplan. De rechtbank heeft het door Vereniging Milieudefensie daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Vereniging Milieudefensie kan zich niet vinden in deze uitspraak en heeft daartegen hoger beroep ingesteld.
Kern van de zaak
Eneco verkreeg een omgevingsvergunning voor een warmteoverdrachtsstation in Schiedam op een perceel met bestemming 'Verkeer-verblijfsgebied'. Vereniging Milieudefensie bestreed deze vergunning wegens strijd met het bestemmingsplan en onvoldoende inspraak. Na een ongegrond verklaard beroep bij de rechtbank stelde Milieudefensie hoger beroep in bij de Raad van State.
Beslissing van de rechter
Het hoger beroep van Vereniging Milieudefensie is ongegrond verklaard. De doorslaggevende reden is dat Milieudefensie in hoger beroep geen nieuwe gronden heeft aangevoerd die niet reeds bij de rechtbank aan de orde waren gesteld, waaronder het beroep op het Verdrag van Aarhus inzake onvoldoende inspraak.
Impactscore
LaagDe uitspraak past binnen bestaande jurisprudentie over buitenplanse afwijkingen en overgangsrecht Omgevingswet, en bevat geen richtinggevende nieuwe rechtsoordelen. De maatschappelijke relevantie is beperkt tot de directe betrokkenen.
Belangrijkste punten
- 1Overgangsrecht: omdat de aanvraag vóór 1 januari 2024 is ingediend, blijft de Wabo (oud recht) van toepassing ondanks inwerkingtreding Omgevingswet
- 2Het college heeft omgevingsvergunning verleend op grond van art. 2.12, lid 1, aanhef onder a, onder 3° Wabo (buitenplanse afwijking bestemmingsplan)
- 3Milieudefensie voerde in hoger beroep een Aarhus-klacht aan over onvoldoende inspraak, maar dit betrof geen nieuwe grond
- 4De rechtbank had het beroep reeds ongegrond verklaard; de Raad van State bevestigt dit oordeel
- 5Het project betreft energietransitie-infrastructuur (warmteoverdrachtsstation van Eneco) waarvoor planologische afwijking noodzakelijk was
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de toepassing van het overgangsrecht bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet en onderstreept dat Aarhus-klachten over inspraak tijdig en volledig in de procedure moeten worden ingebracht. Het biedt weinig nieuwe rechtsontwikkeling maar bevestigt bestaande lijnen.
Praktische impact
Voor Eneco betekent de uitspraak dat de omgevingsvergunning voor het warmteoverdrachtsstation onherroepelijk wordt en de realisatie kan plaatsvinden. Voor milieuorganisaties onderstreept het belang van het volledig inbrengen van alle gronden in eerste aanleg.
Onderwerp-impact
De uitspraak bevestigt dat energietransitieprojecten zoals warmteoverdrachtstations via buitenplanse afwijkingsprocedures planologisch mogelijk zijn, ook als het bestemmingsplan daarin niet voorziet, mits de ruimtelijke onderbouwing toereikend is.
Samenvatting
In deze zaak stond de omgevingsvergunning centraal die het college van burgemeester en wethouders op 2 november 2021 heeft verleend aan Eneco voor de realisatie van een warmteoverdrachtsstation in Schiedam. Het perceel had op grond van het bestemmingsplan 'Kethel e.o.' de bestemming 'Verkeer-verblijfsgebied', waarmee het bouwplan in strijd was. Het college maakte gebruik van de buitenplanse afwijkingsbevoegdheid op grond van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 3° van de Wabo, en verleende tevens een vergunning voor de activiteit 'bouwen'. Omdat de aanvraag dateert van 19 februari 2021 — dus vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 — bleef op grond van het overgangsrecht (artikel 4.3 Invoeringswet Omgevingswet) de Wabo van toepassing. Vereniging Milieudefensie stelde beroep in bij de rechtbank, die dit ongegrond verklaarde. In hoger beroep bij de Raad van State voerde Milieudefensie onder meer aan dat in strijd met het Verdrag van Aarhus onvoldoende inspraak was geboden. De Raad van State oordeelde echter dat Milieudefensie in hoger beroep geen nieuwe gronden aanvoerde die niet reeds in eerste aanleg naar voren waren gebracht. Dit is een standaard procesrechtelijk gegeven in het bestuursrechtelijk hoger beroep: de hogerberoepsrechter toetst in beginsel de aangevallen uitspraak, en het inbrengen van geheel nieuwe gronden die niet eerder zijn aangevoerd, kan leiden tot niet-behandeling. De Raad van State bevestigt het oordeel van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Hiermee wordt de omgevingsvergunning van Eneco onherroepelijk. De uitspraak heeft beperkte precedentwerking maar bevestigt het belang van vroegtijdige en volledige grondaanvoering in bestuursrechtelijke procedures rondom energietransitieprojecten.