Raad van State bevestigt weigering coffeeshopvergunning Amsterdam
ECLI:NL:RVS:2026:5323, Raad van State, 09-09-2026, 202505528/1/A2
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 4 augustus 2023 heeft de burgemeester van Amsterdam de aanvraag van [appellante] om verlening van een exploitatievergunning voor een coffeeshop aan de [locatie] afgewezen. Ook heeft de burgemeester geweigerd aan [appellante] een gedoogverklaring af te geven. Op 9 februari 2023 heeft [appellante] een aanvraag ingediend voor een exploitatievergunning en een gedoogverklaring voor een nieuwe coffeeshop op de [locatie] (het adres). [persoon] is eigenaar en verhuurder van het pand op het adres. In 2016 is coffeeshop [naam], die voorheen gevestigd was op het adres, meerdere keren beschoten. Als gevolg van deze schietincidenten is de coffeeshop gesloten en het adres van de gedooglijst geschrapt. In 2017 is het adres terug op de gedooglijst geplaatst.
Kern van de zaak
Appellante vroeg een exploitatievergunning en gedoogverklaring aan voor een nieuwe coffeeshop op een Amsterdams adres. De burgemeester weigerde deze vergunningen vanwege openbare orde- en veiligheidsrisico's, mede op basis van de achtergrond van de verhuurder/voormalig eigenaar. Appellante ging in hoger beroep bij de Raad van State.
Beslissing van de rechter
De Raad van State bevestigt de weigering van de exploitatievergunning en gedoogverklaring. De doorslaggevende reden is de nadelige invloed op de openbare orde en het woon- en leefklimaat, mede gelet op de belaste geschiedenis van het pand (meerdere schietincidenten) en de verdenkingen jegens de verhuurder.
Impactscore
MiddelDe uitspraak past binnen bestaande bestuurlijke jurisprudentie over coffeeshopvergunningen en APV-weigeringsgronden, maar is relevant voor de praktijk vanwege de expliciete medeweging van de verhuurder en locatiegeschiedenis. Er worden geen nieuwe rechtsnormen gesteld.
Belangrijkste punten
- 1Het pand heeft een belaste voorgeschiedenis: meerdere schietincidenten in 2016 en 2019 leidden eerder tot sluiting van de coffeeshop aldaar.
- 2De burgemeester heeft de rol van verhuurder [persoon] zwaar meegewogen: hij wordt in verband gebracht met strafbare feiten en mogelijke betrokkenheid bij bevoorrading van coffeeshops.
- 3Weigeringsgrond is artikel 3.11, tweede en derde lid, APV Amsterdam: nadelige invloed op openbare orde, veiligheid en woon- en leefklimaat.
- 4Buurtbewoners hebben in zienswijzen actief bezwaar gemaakt tegen heropening van een coffeeshop op het adres.
- 5De verkoop van het pand is gedaan onder ontbindende voorwaarde van vergunningverlening uiterlijk augustus 2027, wat de belangen van appellante onderstreept maar juridisch niet doorslaggevend is.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt dat de burgemeester bij de beoordeling van een exploitatievergunning voor een coffeeshop ook de achtergrond van de verhuurder en de historische openbare ordeproblemen bij het pand mag meewegen. Dit versterkt de beleidsruimte van gemeenten om vergunningen te weigeren op grond van indirecte openbare orde-risico's.
Praktische impact
Appellante kan de coffeeshop niet openen op het beoogde adres; de ontbindende voorwaarde in de koopovereenkomst kan leiden tot ontbinding van de vastgoedtransactie. Verhuurders met een belast openbare ordeprofiel kunnen toekomstige vergunningaanvragen voor huurders bemoeilijken.
Onderwerp-impact
Voor de coffeeshopbranche in Amsterdam bevestigt deze uitspraak dat zowel de exploitant als de verhuurder worden gescreend en dat een belaste locatiegeschiedenis een zelfstandige weigeringsgrond kan vormen bij vergunningaanvragen.
Samenvatting
In deze zaak had appellante bij de burgemeester van Amsterdam een exploitatievergunning en gedoogverklaring aangevraagd voor een nieuwe coffeeshop op een specifiek adres in Amsterdam. De locatie heeft een belaste geschiedenis: in 2016 werd de toenmalige coffeeshop meerdere keren beschoten, wat leidde tot sluiting en tijdelijke verwijdering van de gedooglijst. In 2017 werd het adres weer op de gedooglijst geplaatst, maar in 2019 volgde opnieuw een schietincident. De verhuurder van het pand, die meerdere panden in Amsterdam verhuurt aan coffeeshopexploitanten, wordt blijkens een bestuurlijke politierapportage in verband gebracht met strafbare feiten en wordt verdacht van betrokkenheid bij de bevoorrading van coffeeshops. Op 3 juni 2025 verkocht de verhuurder het pand aan appellante onder de ontbindende voorwaarde dat de benodigde vergunningen uiterlijk augustus 2027 worden verleend. De burgemeester weigerde op 4 augustus 2023 zowel de exploitatievergunning als de gedoogverklaring, met als wettelijke grondslag artikel 3.11, tweede en derde lid, van de APV Amsterdam. De weigeringsgronden betreffen de nadelige invloed van de beoogde coffeeshop op de openbare orde, de veiligheid en het woon- en leefklimaat van de buurt. Buurtbewoners hebben in hun zienswijzen hun zorgen geuit en zich actief verzet tegen heropening. De Raad van State bevestigt het oordeel van de burgemeester. De combinatie van de herhaalde ernstige openbare ordeverstoringen bij het pand, de verdenkingen jegens de verhuurder en de bezwaren van omwonenden rechtvaardigen de weigering op grond van de APV. De uitspraak maakt duidelijk dat de gemeente bij de beoordeling van coffeeshopvergunningen niet alleen de aanvrager, maar ook de verhuurder en de locatiegeschiedenis in de afweging mag betrekken.