Geen compensatie kinderopvangtoeslag na DigiD-fraude door derde
ECLI:NL:RVS:2026:5311, Raad van State, 09-09-2026, 202505509/1/A2
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 28 oktober 2022 heeft de Dienst Toeslagen een verzoek van [appellante] om herbeoordeling van haar recht op kinderopvangtoeslag over de toeslagjaren 2009 en 2010 afgewezen. [appellante] heeft voor de jaren 2009 en 2010 (voorschotten) kinderopvangtoeslag ontvangen. Omdat [appellante] geen kinderopvang heeft afgenomen in die jaren, heeft de Dienst Toeslagen de kinderopvangtoeslag definitief vastgesteld op nihil, waardoor [appellante] te maken kreeg met een terugvordering van € 15.175,00. Op 29 april 2021 heeft zij een verzoek gedaan voor een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag over die jaren. Volgens [appellante] is zij opgelicht door ene [persoon] die haar heeft overgehaald om haar DigiD aan hem af te staan, zodat hij daarmee een subsidie voor haar kon aanvragen.
Kern van de zaak
Appellante ontving kinderopvangtoeslag voor 2009 en 2010, maar nam geen kinderopvang af. Zij stelt slachtoffer te zijn van oplichting: een derde overtuigde haar haar DigiD af te staan om subsidie voor haar aan te vragen. De Dienst Toeslagen stelde de toeslag definitief op nihil vast en vorderde €15.175 terug; haar verzoek om herbeoordeling en compensatie werd afgewezen.
Beslissing van de rechter
De Raad van State behandelde het hoger beroep van appellante tegen de ongegrondverklaring van haar beroep door de rechtbank. De Dienst Toeslagen heeft geen compensatie toegekend omdat appellante geen kinderopvang heeft afgenomen en er geen sprake was van vooringenomen handelen of een te strikte wetstoepassing; de hardheidsregeling biedt evenmin grondslag voor compensatie.
Impactscore
LaagHet betreft een individuele toepassing van bestaand beleid rondom kinderopvangtoeslagherbeoordeling zonder nieuwe rechtsvragen; de uitspraak is casuïstisch van aard en de tekst is onvolledig, wat de impactbeoordeling verder beperkt.
Belangrijkste punten
- 1Appellante ontving kinderopvangtoeslag voor 2009-2010 zonder feitelijk kinderopvang af te nemen, wat leidde tot nihilstelling en terugvordering van €15.175.
- 2Appellante stelt slachtoffer te zijn van DigiD-fraude door een derde, maar dit vormt geen grond voor compensatie volgens de Dienst Toeslagen.
- 3De commissie van wijzen adviseerde negatief over compensatie; de Dienst Toeslagen volgde dit advies.
- 4Er is geen sprake van vooringenomenheid of te strikte wetstoepassing als grondslag voor compensatie of toepassing van de hardheidsregeling.
- 5De uitspraak betreft een toeslagaffaire-gerelateerde herbeoordeling; de tekst is onvolledig waardoor de definitieve beslissing in hoger beroep niet volledig kan worden vastgesteld.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt (voor zover kenbaar) dat DigiD-misbruik door een derde niet automatisch leidt tot compensatie binnen het toeslagenherstelprogramma als geen daadwerkelijke kinderopvang is afgenomen. De hardheidsregeling en het vereiste van vooringenomenheid worden restrictief uitgelegd.
Praktische impact
Slachtoffers van identiteitsfraude die via hun DigiD onterecht toeslagen hebben aangevraagd zien hun kans op compensatie beperkt als zij niet kunnen aantonen dat de overheid vooringenomen of te strikt heeft gehandeld; de terugvordering blijft in stand.
Onderwerp-impact
Binnen het toeslagenschandaal-herstelprogramma verduidelijkt deze zaak dat niet elke gedupeerde automatisch compensatie ontvangt; het slachtofferschap van externe fraude volstaat niet als zelfstandige grond voor herstel.
Samenvatting
In deze zaak draait het om een verzoek van appellante om herbeoordeling van haar kinderopvangtoeslag over de jaren 2009 en 2010, in het kader van het hersteltraject rondom de toeslagenaffaire. Appellante had in die jaren voorschotten kinderopvangtoeslag ontvangen, maar nam feitelijk geen kinderopvang af. De Dienst Toeslagen stelde de toeslag definitief vast op nihil, wat resulteerde in een terugvordering van €15.175. Appellante stelt dat zij slachtoffer is geworden van oplichting: een derde zou haar hebben overgehaald haar DigiD af te staan om namens haar een subsidie aan te vragen, zonder dat zij wist welke toeslag werd aangevraagd of dat zij hier geen recht op had. De Dienst Toeslagen wees het compensatieverzoek af, in lijn met het advies van de commissie van wijzen. Het standpunt is dat de nihilstelling rechtmatig was, omdat appellante geen kinderopvang afnam en er aldus geen recht op toeslag bestond. Van vooringenomenheid of een te strikte toepassing van het wettelijk systeem — voorwaarden voor compensatie — zou geen sprake zijn. Ook de hardheidsregeling biedt geen grondslag voor compensatie. Bezwaar, beroep bij de rechtbank en hoger beroep bij de Raad van State leverden appellante geen gelijk op. De juridische kern van de zaak is de vraag of DigiD-fraude door een derde grond kan zijn voor compensatie binnen het toeslagenherstelprogramma, ook als de betrokkene feitelijk geen recht had op de toeslag. Op basis van de beschikbare tekst — die onvolledig is — lijkt de Raad van State het oordeel van de rechtbank en de Dienst Toeslagen te bevestigen. De zaak illustreert de strikte grenzen van het compensatiestelsel: het enkele slachtofferschap van externe fraude volstaat niet; vereist is dat de overheid zelf onrechtmatig of vooringenomen heeft gehandeld.