JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:5310Laag28/100

Toeslagengedupeerde krijgt verhoogde compensatie na herbeoordeling

ECLI:NL:RVS:2026:5310, Raad van State, 09-09-2026, 202505318/1/A2

Raad van StateUitspraak: 9 september 2026Publicatie: 9 september 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:202505318/1/A2
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Socialezekerheidsrecht
Overheid
Financiele Dienstverlening
Toeslagenaffaire
Kinderopvangtoeslag
Dienst Toeslagen
Compensatie
Hersteloperatie Toeslagen

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij drie afzonderlijke besluiten van 19 juli 2022, kenmerk UHT-DC-I-A, kenmerk UHT-DH-A en kenmerk UHT-DH5 A, heeft de Dienst Toeslagen de aanvraag van [appellante] om compensatie voor het jaar 2008, de periode van januari 2012 tot en met mei 2012, de periode van september 2013 tot en met december 2013, voor het jaar 2016 en voor het jaar 2019 afgewezen. [appellante] is een erkende gedupeerde van de toeslagenaffaire. Zij heeft op 29 maart 2021 verzocht om herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag over de jaren 2008 tot en met 2019. Op 23 juni 2021 heeft [appellante] een brief ontvangen, waarin is vermeld dat zij in het kader van de Catshuisregeling een bedrag van € 30.000 ontvangt. Op 19 juli 2022 heeft de Dienst Toeslagen aan [appellante] een compensatie van € 66.621 toegekend. Omdat het bedrag hoger is dan het eerder toegekende bedrag van € 30.000, zal zij nog een bedrag van € 36.621 ontvangen. Op 28 november 2024 heeft de Dienst Toeslagen onder verwijzing naar een advies van de bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen van 11 november 2024 de compensatie aan [appellante] onder meer vanwege foutieve renteberekeningen verhoogd naar een totaalbedrag van € 72.856 voor 2009, 2010, 2011, de periode van juni 2012 tot en met december 2012, januari 2013 tot en met augustus 2013, 2014, 2015, 2017 en 2018.

Kern van de zaak

Een erkende gedupeerde van de toeslagenaffaire verzocht om herbeoordeling van haar kinderopvangtoeslag over 2008-2019. De Dienst Toeslagen kende haar compensatie toe, maar appellante was het niet eens met de hoogte en de perioden waarvoor geen compensatie werd toegekend. De zaak betreft de vraag of de compensatieberekeningen correct zijn uitgevoerd.

Beslissing van de rechter

De Raad van State behandelt het hoger beroep van appellante tegen de compensatiebeschikking van de Dienst Toeslagen, waarbij de compensatie na meerdere herzieningen is vastgesteld op € 72.856. De uitspraak is onvolledig beschikbaar, waardoor de definitieve beslissing niet volledig kan worden vastgesteld; op basis van de beschikbare tekst lijkt het overgangsrecht van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht) een centrale rol te spelen bij de beoordeling van de beschikkingen.

28van 100

Impactscore

Laag

De zaak betreft een individuele compensatievaststelling binnen de bekende kaders van de hersteloperatie toeslagen. Hoewel de toeslagenaffaire maatschappelijk zeer relevant is, voegt deze uitspraak weinig nieuwe rechtsnormen toe; de beoordeling is sterk feitelijk van aard en de uitspraaktekst is bovendien onvolledig.

Belangrijkste punten

  • 1Appellante is erkend gedupeerde toeslagenaffaire; compensatie meerdere malen herzien en verhoogd (van € 30.000 via € 66.621 naar € 72.856).
  • 2Geen compensatie voor 2008 omdat neerwaartse correctie voortvloeide uit reguliere herberekening van een te hoog voorschot.
  • 3Geen compensatie voor 2016 omdat appellante zelf opgaf geen gebruik te hebben gemaakt van geregistreerde kinderopvang.
  • 4Voor januari-mei 2012 alleen O/GS-tegemoetkoming (€ 1.836), geen compensatie wegens institutioneel vooringenomen handelen omdat geen gebruik werd gemaakt van geregistreerde kinderopvang.
  • 5Overgangsrecht Wht bepaalt dat compensatiebeschikkingen van vóór 5 november 2022 worden aangemerkt als beschikkingen op grond van de Wht.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak verduidelijkt de toepassing van het overgangsrecht van de Wet hersteloperatie toeslagen op compensatiebeschikkingen die vóór de inwerkingtreding van de wet zijn genomen. Dit is relevant voor de grote groep gedupeerden wier beschikkingen in een vroeg stadium van de hersteloperatie zijn vastgesteld.

Praktische impact

Voor appellante betekent de zaak dat de compensatie meerdere malen is verhoogd, maar dat voor bepaalde jaren (2008, 2016) en deelperioden geen aanvullende compensatie wordt verkregen vanwege specifieke feitelijke omstandigheden. De uitkomst is deels gunstig, deels beperkend.

Onderwerp-impact

Binnen de hersteloperatie toeslagen onderstreept deze zaak dat de beoordeling van compensatie per jaar en per deelperiode plaatsvindt, waarbij het al dan niet gebruik maken van geregistreerde kinderopvang doorslaggevend is voor de hoogte van de vergoeding.

Samenvatting

Deze zaak betreft een erkende gedupeerde van de toeslagenaffaire die in 2021 verzocht om herbeoordeling van haar kinderopvangtoeslag over de jaren 2008 tot en met 2019. De Dienst Toeslagen heeft de compensatie in meerdere stappen verhoogd: eerst werd in het kader van de Catshuisregeling € 30.000 uitgekeerd, daarna volgde een hogere compensatie van € 66.621 en uiteindelijk, na correctie van renteberekeningen, een totaalbedrag van € 72.856. Voor een aantal jaren en deelperioden werd echter geen compensatie toegekend. Voor het jaar 2008 ontbreekt compensatie omdat de neerwaartse correctie van de toeslag voortvloeide uit een reguliere herberekening van een te hoog voorschot, en niet uit institutioneel vooringenomen handelen. Voor 2016 is de toeslag op nihil vastgesteld omdat appellante zelf had opgegeven geen gebruik te hebben gemaakt van geregistreerde kinderopvang. Voor de periode januari tot en met mei 2012 werd alleen een O/GS-tegemoetkoming van € 1.836 toegekend; aanvullende compensatie wegens institutioneel vooringenomen handelen of stelselhardheden bleef uit om dezelfde reden: geen gebruik van geregistreerde kinderopvang. Een centrale juridische vraag in de procedure betreft het toepasselijke overgangsrecht: de rechtbank heeft volgens de Raad van State terecht geoordeeld dat compensatiebeschikkingen die vóór de inwerkingtreding van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht) op 5 november 2022 zijn genomen, worden aangemerkt als beschikkingen op grond van die wet. De beschikbare uitspraaktekst is onvolledig, waardoor de definitieve beslissing van de Raad van State niet volledig kan worden gereconstrueerd. Op basis van de beschikbare overwegingen lijkt de Raad van State de benadering van de rechtbank te bevestigen. De zaak illustreert de complexiteit van de individuele compensatieberekeningen binnen de hersteloperatie toeslagen, waarbij het gebruik van geregistreerde kinderopvang per (deel)jaar doorslaggevend is.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 11 september 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339, Raad van State, 09-09-2026, 202500974/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5326Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5326, Raad van State, 09-09-2026, 202505339/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5361Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5361, Raad van State, 09-09-2026, 202503177/1/R1

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5354Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5354, Raad van State, 09-09-2026, 202406781/1/A3

Raad van State9 sep 2026OverheidVergunningen
18/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied