JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:5185Laag28/100

Eigen risico van 20% bij faunaschade melkveehouderij in stand

ECLI:NL:RVS:2026:5185, Raad van State, 02-09-2026, 202500113/1/A2

Raad van StateUitspraak: 2 september 2026Publicatie: 2 september 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:202500113/1/A2
Bestuursrecht
Omgevingsrecht
Schadevergoeding
Handhaving
Vergunningen
Milieu
Wet Natuurbescherming
Faunaschade
Eigen Risico
Beleidsregel
Grauwe Ganzen

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 25 november 2021 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland aan [appellante] een tegemoetkoming in faunaschade van € 12.815,39 toegekend. [appellante] exploiteert een melkveehouderij in Wijdewormer. Op 4 juli 2021 heeft zij een aanvraag om een tegemoetkoming in faunaschade, als bedoeld in artikel 6.1, eerste lid, van de Wnb, ingediend voor de schade die voornamelijk door grauwe ganzen aan haar percelen grasland is toegebracht. De tegemoetkoming is aangevraagd voor de periode van 1 maart 2021 tot en met 1 september 2021. Het college heeft aan [appellante] een tegemoetkoming in faunaschade toegekend. Het college is hierbij uitgegaan van een schadebedrag van € 15.815,52 en heeft hierbij een eigen risico van 20% ingehouden. Dit percentage is ontleend aan artikel 5, vierde lid, gelezen in samenhang met artikel 6a, van de Beleidsregel tegemoetkomingschade Noord-Holland (de Beleidsregel), zoals die sinds 1 mei 2021 luidde. Vóór deze datum werd een eigen risico van 5% gehanteerd.

Kern van de zaak

Melkveehouderij in Wijdewormer vroeg tegemoetkoming in faunaschade door grauwe ganzen voor de periode maart-september 2021. Het college kende een tegemoetkoming toe op basis van een eigen risico van 20% (verhoogd van 5% per 1 mei 2021). Appellante bestreed de hoogte van dit eigen risico wegens strijd met het vertrouwensbeginsel en het evenredigheidsbeginsel.

Beslissing van de rechter

Het hoger beroep van appellante slaagt gedeeltelijk: de Raad van State oordeelt dat het college een eigen risico van 20% mocht hanteren, omdat dit percentage niet zodanig hoog is dat het een onevenredig zware last oplevert. Het college behoudt daarbij de bevoegdheid op grond van artikel 4:84 Awb in individuele gevallen van de standaard af te wijken.

28van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak betreft een beperkte, regionale beleidsregel voor faunaschade-tegemoetkomingen en heeft geen landelijke precedentwerking; de rechtsvraag over eigen risico in beleidsregels is niet principieel nieuw.

Belangrijkste punten

  • 1De Wet natuurbescherming (Wnb) zoals geldend vóór 1 januari 2024 is van toepassing op deze aanvraag.
  • 2Het college verhoogde het eigen risico bij faunaschade van 5% naar 20% per 1 mei 2021 op grond van de Beleidsregel tegemoetkomingschade Noord-Holland.
  • 3Uitlatingen in Provinciale Statenvergaderingen van 2016 gelden niet als concrete, individueel gerichte toezegging aan appellante.
  • 4Een eigen risico van 20% leidt niet zonder meer tot een onevenredig zware last voor grondeigenaren of grondgebruikers.
  • 5Afwijking van de beleidsstandaard blijft mogelijk op grond van artikel 4:84 Awb indien de aanvrager aantoont dat aan de vereisten wordt voldaan.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak verduidelijkt dat beleidswijzigingen die eigen risico's verhogen niet automatisch in strijd zijn met het vertrouwens- of evenredigheidsbeginsel, zolang de hardheidsclausule van artikel 4:84 Awb als individueel vangnet beschikbaar blijft. Provinciale beleidsregels voor faunaschade-tegemoetkomingen hebben daarmee een aanzienlijke mate van beleidsruimte.

Praktische impact

Agrariërs in Noord-Holland die faunaschade lijden door grauwe ganzen dienen rekening te houden met een eigen risico van 20%. Slechts in uitzonderlijke individuele gevallen kan via artikel 4:84 Awb een lager eigen risico worden bedongen.

Onderwerp-impact

Voor agrarische ondernemers die te maken hebben met ganzenproblematiek bevestigt deze uitspraak dat het verhoogde eigen risico standhoudt, wat de financiële prikkel vergroot om preventieve maatregelen te treffen ter beperking van faunaschade.

Samenvatting

Een melkveehouderij in Wijdewormer diende op 4 juli 2021 een aanvraag in voor een tegemoetkoming in faunaschade op grond van artikel 6.1, eerste lid, van de Wet natuurbescherming (Wnb). De schade was grotendeels veroorzaakt door grauwe ganzen aan percelen grasland gedurende de periode van 1 maart 2021 tot en met 1 september 2021. Het college van Gedeputeerde Staten kende een tegemoetkoming toe op basis van een vastgesteld schadebedrag van € 15.815,52, maar paste een eigen risico van 20% toe conform de Beleidsregel tegemoetkomingschade Noord-Holland, zoals gewijzigd per 1 mei 2021. Vóór die datum gold een eigen risico van slechts 5%. De centrale rechtsvraag betrof of het college dit verhoogde eigen risico mocht toepassen, of dat het de Beleidsregel buiten toepassing had moeten laten wegens strijd met het vertrouwensbeginsel en/of het evenredigheidsbeginsel. Appellante baseerde haar beroep op het vertrouwensbeginsel op uitlatingen gedaan tijdens vergaderingen van Provinciale Staten in september en oktober 2016, waarin zou zijn toegezegd dat 95% van de ganzenschade door de provincie zou worden vergoed. De Raad van State volgt dit betoog niet: de betreffende uitlatingen zijn geen concrete, individueel aan appellante gerichte toezeggingen, maar algemene beleidsuitspraken. Ten aanzien van het evenredigheidsbeginsel oordeelt de Raad van State dat een eigen risico van 20% niet zodanig hoog is dat daarmee zonder meer een onevenredig zware last op grondeigenaren of grondgebruikers wordt gelegd. Daarbij is van belang dat het college op grond van artikel 4:84 Awb de hardheidsclausule kan toepassen en in individuele gevallen van de beleidsstandaard kan afwijken, indien de aanvrager aannemelijk maakt dat strikte toepassing onevenredig uitpakt. De uitspraak bevestigt de beleidsruimte van provincies bij het vaststellen van eigen risicopercentages in tegemoetkomingsregelingen voor faunaschade, mits een individueel vangnet via de Awb beschikbaar blijft.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 4 september 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339, Raad van State, 09-09-2026, 202500974/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5326Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5326, Raad van State, 09-09-2026, 202505339/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5361Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5361, Raad van State, 09-09-2026, 202503177/1/R1

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5354Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5354, Raad van State, 09-09-2026, 202406781/1/A3

Raad van State9 sep 2026OverheidVergunningen
18/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied