Eigen risico 20% faunaschade grauwe ganzen toegestaan
ECLI:NL:RVS:2026:5180, Raad van State, 02-09-2026, 202500120/1/A2
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij afzonderlijke besluiten van 9 december 2021 heeft het college aan [wederpartij] tegemoetkomingen in faunaschade van respectievelijk € 14.400,00, € 2.000,00 en € 64.000,00 toegekend. [wederpartij] exploiteert een vollegrondsgroentebedrijf in Heerhugowaard. Op 6 juli 2021, 22 juli 2021 en 22 september 2021 heeft zij aanvragen om een tegemoetkoming in faunaschade, als bedoeld in artikel 6.1, eerste lid, van de Wnb, ingediend voor de schade die grauwe ganzen aan haar percelen sla en spitskool hebben toegebracht. De tegemoetkomingen zijn aangevraagd voor de periode van 1 maart 2021 tot en met 1 september 2021. Het college heeft aan [wederpartij] tegemoetkomingen in faunaschade toegekend. Het college is hierbij uitgegaan van schadebedragen van € 18.000,00, € 2.500,00 en € 80.000,00 en heeft op elk van deze bedragen een eigen risico van 20% ingehouden. Dit percentage is ontleend aan artikel 5, vierde lid, gelezen in samenhang met artikel 6a van de Beleidsregel tegemoetkomingschade Noord-Holland (de Beleidsregel), zoals die sinds 1 mei 2021 luidde. Vóór deze datum werd een eigen risico van 5% gehanteerd.
Kern van de zaak
Een vollegrondsgroentebedrijf in Heerhugowaard leed schade door grauwe ganzen aan sla en spitskool en vroeg tegemoetkomingen aan. Het college kende de tegemoetkomingen toe maar paste een eigen risico van 20% toe (verhoogd van 5% per 1 mei 2021). De ondernemer betwistte de hoogte van dit eigen risico.
Beslissing van de rechter
De Raad van State oordeelt in hoger beroep dat het college een eigen risico van 20% mocht hanteren, ook zonder uitgebreid onderzoek naar de individuele schadelast. Het gekozen percentage is niet zo hoog dat een grondeigenaar of grondgebruiker een onevenredig zware last draagt, en afwijking op grond van artikel 4:84 Awb blijft mogelijk.
Impactscore
MiddelDe uitspraak heeft praktische betekenis voor agrariërs en provinciale beleidsmakers inzake faunaschade, maar betreft een specifiek beleidsdomein en bevestigt bestaande jurisprudentielijn met een nuancering.
Belangrijkste punten
- 1Wet natuurbescherming (Wnb) vóór 1 januari 2024 is van toepassing op deze aanvragen uit 2021
- 2Het college paste een verhoogd eigen risico van 20% toe op basis van de gewijzigde Beleidsregel tegemoetkomingschade Noord-Holland (per 1 mei 2021)
- 3De rechtbank oordeelde dat het college onvoldoende had gemotiveerd waarom de standaard van 20% passend was, nu onderzoek naar individuele schadelast ontbrak
- 4De Raad van State draait dit om: ontbrekend individueel onderzoek maakt het 20%-percentage op zichzelf niet onrechtmatig, gezien de beslissingsruimte van het college
- 5Afwijking ten voordele van de aanvrager blijft mogelijk via de hardheidsclausule van artikel 4:84 Awb
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak verduidelijkt dat standaardisering van het normale maatschappelijke risico in faunaschadebeleid is toegestaan zonder per se individueel onderzoek, mits het percentage niet leidt tot een onevenredig zware last. Dit nuanceert de eerdere uitspraak ECLI:NL:RVS:2021:1263.
Praktische impact
Agrarische ondernemers in Noord-Holland die faunaschade lijden, worden geconfronteerd met een eigen risico van 20% en kunnen dit alleen via de hardheidsclausule (artikel 4:84 Awb) aanvechten door bijzondere omstandigheden aan te tonen.
Onderwerp-impact
Voor de agrarische sector betekent dit dat de verhoging van het eigen risico bij faunaschade van 5% naar 20% juridisch standhoudt, wat de netto-vergoeding bij ganzenvraat aanzienlijk verlaagt.
Samenvatting
Een vollegrondsgroentebedrijf in Heerhugowaard leed in het voorjaar en de zomer van 2021 aanzienlijke schade door grauwe ganzen aan percelen sla en spitskool. Het bedrijf diende aanvragen in voor tegemoetkoming in faunaschade op grond van artikel 6.1 van de Wet natuurbescherming. Het college van Gedeputeerde Staten kende tegemoetkomingen toe voor schadebedragen van respectievelijk € 18.000, € 2.500 en € 80.000, maar paste op alle drie de bedragen een eigen risico van 20% toe. Dit percentage volgde uit de per 1 mei 2021 gewijzigde Beleidsregel tegemoetkomingschade Noord-Holland, waarmee het eigen risico was verhoogd van 5% naar 20%. De ondernemer betwistte uitsluitend de hoogte van dit eigen risico. De rechtbank gaf de ondernemer gelijk: zij oordeelde dat het college onvoldoende had gemotiveerd waarom 20% een passende standaard was, nu het college — anders dan vereist op grond van de uitspraak van de Afdeling van 16 juni 2021 — geen inzicht had verkregen in de individuele schadelast van de grondeigenaar alvorens de standaard te fixeren. In hoger beroep oordeelt de Raad van State echter anders. Hoewel het onderzoek naar individuele schadelast inderdaad ontbreekt, betekent dit niet dat het college het eigen risico van 20% niet mocht hanteren. Bepalend is dat het gekozen percentage niet zodanig hoog is dat een grondeigenaar of grondgebruiker daardoor zonder meer een onevenredig zware last draagt. Bovendien behoudt de aanvrager de mogelijkheid om op grond van artikel 4:84 van de Awb (de hardheidsclausule) afwijking van de standaard te verzoeken indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven. Het hoger beroep van het college slaagt, en de beslissing van de rechtbank wordt vernietigd.