JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:5172Laag22/100

Raad van State: bedrijfswoning terecht geweigerd wegens overschrijding inhoudsgrens

ECLI:NL:RVS:2026:5172, Raad van State, 02-09-2026, 202501396/1/R4

Raad van StateUitspraak: 2 september 2026Publicatie: 2 september 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:202501396/1/R4
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Omgevingsrecht
Vergunningen
Ruimtelijke Ordening
Bouw
Omgevingsvergunning
Bestemmingsplan
Buitengebied
Bedrijfswoning
Inhoudsberekening

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 22 februari 2023 heeft het college van gedeputeerde staten van Gelderland de aanvraag van [appellant] om een omgevingsvergunning voor het realiseren van een bedrijfswoning op het adres [locatie] in Beltrum afgewezen. [appellant] wil een nieuwe bedrijfswoning bouwen. Op het perceel waarop [appellant] de bedrijfswoning wil bouwen geldt het bestemmingsplan "Buitengebied Berkelland 2020". In artikel 3.2.3, onder b, van de planregels is bepaald dat een bedrijfswoning niet groter mag zijn dan 1000 m3. Het college heeft de aanvraag van [appellant] om een omgevingsvergunning voor het realiseren van een bedrijfswoning afgewezen, mede omdat de bedrijfswoning groter is dan 1000 m3. Het college wil niet afwijken van deze planregel. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college de aanvraag mocht afwijzen, omdat de woning groter is dan 1000 m3. [appellant] heeft betoogd dat de zolder niet moet worden meegerekend bij het berekenen van de inhoud, omdat deze niet voor bewoning is bestemd, maar in de planregels wordt voor de wijze van meten van de inhoud geen onderscheid tussen de verschillende functies van ruimten gemaakt.

Kern van de zaak

Appellant wil een nieuwe bedrijfswoning bouwen op een perceel in het buitengebied van Berkelland. Het college weigerde de omgevingsvergunning omdat de woning groter is dan de in het bestemmingsplan toegestane 1000 m³. Appellant ging in beroep en stelde onder meer dat de zolder niet meegerekend mocht worden.

Beslissing van de rechter

Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Doorslaggevend is dat de planregels bij het meten van de inhoud geen onderscheid maken naar functie van ruimten, waardoor de zolder terecht is meegerekend, en dat het college niet gehouden was van de planregel af te wijken.

22van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een casuïstische toepassing van bestaande planregelgeving in een individueel geval zonder nieuwe rechtsvragen; de uitkomst is in lijn met vaste jurisprudentie over bestemmingsplaninterpretatie.

Belangrijkste punten

  • 1De aanvraag is ingediend op 26 maart 2020, vóór inwerkingtreding van de Omgevingswet, waardoor de Wabo van toepassing blijft op grond van artikel 4.3 Invoeringswet Omgevingswet.
  • 2Het bestemmingsplan 'Buitengebied Berkelland 2020' stelt een maximale inhoud van 1000 m³ voor een bedrijfswoning (artikel 3.2.3, onder b, planregels).
  • 3De planregels maken bij de meting van de inhoud geen onderscheid naar de functie van ruimten, zodat ook de zolder meetelt.
  • 4Het college heeft appellant tijdig gewezen op de strijdigheid met de planregel, onder meer per e-mail van 15 juli 2022.
  • 5Het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen omdat de termijn op het moment van uitspraak niet is overschreden.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt dat bij het meten van de inhoud van een bedrijfswoning de functie van afzonderlijke ruimten niet relevant is tenzij de planregels daar expliciet onderscheid in maken. Dit onderstreept de noodzaak van duidelijke en specifieke planregelgeving.

Praktische impact

Appellant kan de gewenste bedrijfswoning in de huidige omvang niet realiseren; hij zal het ontwerp moeten aanpassen om binnen de toegestane 1000 m³ te blijven, dan wel een bestemmingsplanwijziging moeten initiëren.

Onderwerp-impact

Voor bouw- en omgevingsrechtpraktijk bevestigt dit dat aanvragers bij bouwplannen in het buitengebied tijdig moeten toetsen aan de maatvoeringsregels van het bestemmingsplan, inclusief niet-bewoonde ruimten zoals zolders.

Samenvatting

In deze zaak heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State het hoger beroep van appellant tegen de afwijzing van zijn omgevingsvergunningaanvraag ongegrond verklaard. Appellant wenste een nieuwe bedrijfswoning te bouwen op een perceel in het buitengebied van de gemeente Berkelland, waarop het bestemmingsplan 'Buitengebied Berkelland 2020' van toepassing is. Dit plan bepaalt in artikel 3.2.3, onder b, dat een bedrijfswoning niet groter mag zijn dan 1000 m³. Het college van burgemeester en wethouders weigerde de omgevingsvergunning omdat het bouwplan deze grens overschreed en zag geen aanleiding om hiervan af te wijken. Omdat de aanvraag dateert van 26 maart 2020 — vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 — is op grond van artikel 4.3 van de Invoeringswet Omgevingswet het oude recht (Wabo) van toepassing gebleven. De rechtbank had het beroep van appellant al ongegrond verklaard. In hoger beroep betoogde appellant onder meer dat de zolder niet meegerekend zou mogen worden bij het bepalen van de inhoud, omdat deze ruimte niet voor bewoning is bestemd. De Afdeling verwerpt dit standpunt: de planregels maken bij de wijze van meten van de inhoud geen onderscheid naar de functie van de verschillende ruimten. De zolder telt dus gewoon mee. Verder oordeelt de Afdeling dat het college appellant voldoende en tijdig heeft geïnformeerd over de strijdigheid met de planregels, onder andere via een e-mail van 15 juli 2022. Tot slot wijst de Afdeling het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn af, nu die termijn ten tijde van de uitspraak nog niet was verstreken. De aangevallen uitspraak van de rechtbank wordt in haar geheel bevestigd en appellant draagt zijn eigen proceskosten.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 2 september 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339, Raad van State, 09-09-2026, 202500974/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5326Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5326, Raad van State, 09-09-2026, 202505339/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5361Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5361, Raad van State, 09-09-2026, 202503177/1/R1

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5354Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5354, Raad van State, 09-09-2026, 202406781/1/A3

Raad van State9 sep 2026OverheidVergunningen
18/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied