Hoger beroep tegen horecavergunning ongegrond verklaard door RvS
ECLI:NL:RVS:2026:5162, Raad van State, 02-09-2026, 202505386/1/A3
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 27 juli 2023 heeft de burgemeester van Almelo aan [partij A] en [partij B] een exploitatie- en alcoholvergunning verleend voor het uitoefenen van het horecabedrijf met de naam "Heinde & Ver Almelo". De burgemeester heeft het door [appellant] hiertegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard, omdat er geen sprake is van een van de weigeringsgronden uit de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Almelo 2021 (Apv) of de Alcoholwet. Daarom moet de vergunning worden verleend. De rechtbank is de burgemeester hierin gevolgd en heeft het beroep van [appellant] ongegrond verklaard. Wat betreft de door [appellant] aangevoerde procedurele gronden heeft de rechtbank geoordeeld dat de bezwaarcommissie zich mag beperken tot wat relevant is voor de beoordeling van het bezwaarschrift.
Kern van de zaak
Een appellant maakt al meer dan 20 jaar bezwaar en beroep tegen besluiten van de gemeente Almelo. In deze zaak vecht hij de exploitatie- en alcoholvergunning aan die de burgemeester heeft verleend aan restaurant 'Heinde & Ver Almelo'. Zowel de bezwaarcommissie als de rechtbank verklaarden zijn bezwaar en beroep ongegrond.
Beslissing van de rechter
De Raad van State verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Doorslaggevend is dat appellant geen inhoudelijke gronden heeft aangevoerd tegen de verlening van de vergunning en er geen weigeringsgronden aanwezig zijn op grond van de APV of de Alcoholwet.
Impactscore
LaagDe uitspraak is casuïstisch van aard en bevat geen nieuwe rechtsontwikkeling; zij bevestigt vaste jurisprudentie over de verplichting tot vergunningverlening bij afwezigheid van weigeringsgronden en de eisen aan hoger beroep.
Belangrijkste punten
- 1De burgemeester heeft de exploitatie- en alcoholvergunning terecht verleend nu geen weigeringsgronden van toepassing zijn.
- 2Appellant heeft uitsluitend procedurele gronden aangevoerd en geen inhoudelijke bezwaren gericht tegen de vergunningverlening zelf.
- 3De bezwaarcommissie mocht zich beperken tot wat relevant is voor de beoordeling van het bezwaarschrift.
- 4Het feit dat mr. Van Zutphen lid is van de bezwaarcommissie is niet relevant, omdat hij het bezwaar van appellant niet heeft behandeld.
- 5Appellant herhaalt in hoger beroep slechts de in beroep aangevoerde gronden zonder aan te geven waarom de beoordeling door de rechtbank onjuist of onvolledig zou zijn.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt dat bij gebreke van inhoudelijke gronden en zonder aanwezige weigeringsgronden een vergunningverlenende overheid gehouden is de vergunning te verlenen. Procedurele bezwaren moeten verband houden met de beoordeling van het bestreden besluit.
Praktische impact
Voor appellant leidt de uitspraak ertoe dat het restaurant zijn exploitatie- en alcoholvergunning behoudt. Appellants langlopend conflict met de gemeente Almelo levert opnieuw geen resultaat op in een gerechtelijke procedure.
Onderwerp-impact
Voor de horecasector bevestigt deze uitspraak dat derden-bezwaarmakers zonder inhoudelijke gronden tegen vergunningverlening weinig kans maken in bezwaar en beroep, mits de vergunninghouder voldoet aan de wettelijke vereisten.
Samenvatting
De Raad van State heeft op 2 september 2026 het hoger beroep van appellant ongegrond verklaard in een zaak over de verlening van een exploitatie- en alcoholvergunning door de burgemeester van Almelo aan restaurant 'Heinde & Ver Almelo'. De burgemeester verleende de vergunning nadat was vastgesteld dat geen van de weigeringsgronden uit de Algemene Plaatselijke Verordening Almelo 2021 of de Alcoholwet van toepassing was. Appellant maakte bezwaar, maar de bezwaarcommissie verklaarde dit ongegrond. De rechtbank volgde dit oordeel en verklaarde ook het beroep ongegrond. De Raad van State ziet geen aanleiding de uitspraak van de rechtbank te herzien. Appellant heeft in hoger beroep slechts de gronden herhaald die hij ook in beroep had aangevoerd, zonder te onderbouwen waarom de rechtbank die gronden onjuist of onvolledig heeft beoordeeld. De aangevoerde procedurele bezwaren, waaronder kritiek op de samenstelling van de bezwaarcommissie en het niet overleggen van stukken over bedreigingen, treffen geen doel. De bezwaarcommissie mag zich beperken tot wat relevant is voor de beoordeling van het bezwaar, en de betreffende stukken over bedreigingen zijn niet relevant voor de vergunningverlening. Dat een specifiek lid van de bezwaarcommissie mogelijk ten onrechte daarin zitting heeft, is evenmin relevant nu hij het bezwaar van appellant niet heeft behandeld. Doorslaggevend is het ontbreken van inhoudelijke gronden tegen de vergunningverlening én het ontbreken van wettelijke weigeringsgronden, waardoor de burgemeester gehouden was de vergunning te verlenen. De Raad merkt ter zitting op dat appellant al ruim 20 jaar in conflict is met de gemeente Almelo, wat de achtergrond van de procedure kleurt maar juridisch geen gewicht in de schaal legt.