JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:5161Middel52/100

Raad van State: wissing FSV-gegevens terecht geweigerd door minister

ECLI:NL:RVS:2026:5161, Raad van State, 02-09-2026, 202502672/1/A3

Raad van StateUitspraak: 2 september 2026Publicatie: 2 september 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:202502672/1/A3
Bestuursrecht
Privacyrecht / AVG
Bestuursprocesrecht
Overheid
Handhaving
Databescherming
Belastingdienst
Persoonsgegevens
Fsv
Wissingsverzoek
Avg Artikel 17

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 28 juli 2022 heeft de minister van Financiën, voor zover hier van belang, het verzoek van [wederpartij] op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) om wissing van zijn persoonsgegevens uit de Fraude Signalering Voorziening (FSV), niet ingewilligd. Bij brief van 3 maart 2022 heeft [wederpartij] verzocht om, voor zover hier van belang, wissing van zijn persoonsgegevens in de FSV. Bij besluit van 28 juli 2022 heeft de minister dat verzoek niet ingewilligd. Het daartegen gemaakte bezwaar heeft de minister bij besluit van 28 maart 2023 ongegrond verklaard. De rechtbank heeft geoordeeld dat de minister het verzoek om wissing had moeten inwilligen. Volgens de rechtbank valt wat de minister aan zijn besluit ten grondslag heeft gelegd niet onder een van de uitzonderingsgronden van artikel 17, derde lid, van de AVG.

Kern van de zaak

Een burger verzocht de minister om wissing van zijn persoonsgegevens uit de Fraude Signalering Voorziening (FSV). De minister weigerde dit verzoek, het bezwaar werd ongegrond verklaard. De rechtbank Noord-Holland oordeelde dat de minister het wissingsverzoek had moeten inwilligen, waarna de minister in hoger beroep ging bij de Raad van State.

Beslissing van de rechter

De Raad van State verklaart het hoger beroep van de minister gegrond en vernietigt de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland. Doorslaggevend is dat verwerking van persoonsgegevens in de FSV voorlopig noodzakelijk is voor taken van algemeen belang — te weten herstel van onrechtmatige nadelige gevolgen van de FSV en verantwoording daarover — en dat de weigering van wissing evenredig is, mede gelet op de genomen beperkingsmaatregelen.

52van 100

Impactscore

Middel

De uitspraak heeft betekenis voor een grote groep FSV-gedupeerden en bevestigt een reeds ingezette lijn van de Afdeling, maar stelt geen fundamenteel nieuwe rechtsregel en sluit slechts aan bij de richtinggevende uitspraak van januari 2026.

Belangrijkste punten

  • 1Verwerking van persoonsgegevens in de FSV valt onder de uitzondering van artikel 17, derde lid, AVG wegens taken van algemeen belang.
  • 2De Afdeling sluit aan bij haar eerdere uitspraak van 14 januari 2026 (ECLI:NL:RVS:2026:226), waarin dezelfde rechtsvraag al was beantwoord.
  • 3Dat de persoonsgegevens ten onrechte in de FSV zijn verwerkt, maakt de weigering om ze te wissen niet automatisch onevenredig.
  • 4De door de minister genomen maatregelen om verdere verwerking te beperken spelen een rol bij het evenredigheidsoordeel.
  • 5De uitspraak van de rechtbank Noord-Holland wordt vernietigd voor zover het beroep gegrond was verklaard en een wissingsopdracht was gegeven.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de lijn van de Raad van State dat wissingsverzoeken op grond van artikel 17 AVG kunnen worden geweigerd wanneer verwerking noodzakelijk is voor taken van algemeen belang, ook als de oorspronkelijke verwerking onrechtmatig was. Dit versterkt de rechtspraktijk rondom FSV-gerelateerde privacyzaken.

Praktische impact

Burgers van wie persoonsgegevens in de FSV zijn opgenomen, kunnen voorlopig geen succesvolle wissingsverzoeken indienen, ook als de opname onrechtmatig was; de minister behoudt de bevoegdheid die gegevens te bewaren ten behoeve van herstel en verantwoording.

Onderwerp-impact

De uitspraak raakt direct aan de afwikkeling van het FSV-schandaal bij de Belastingdienst en beperkt de privacyrechtelijke mogelijkheden van gedupeerden om hun gegevens te laten verwijderen zolang het herstelproces loopt.

Samenvatting

In deze zaak stond de vraag centraal of de minister van Financiën terecht had geweigerd de persoonsgegevens van een burger uit de Fraude Signalering Voorziening (FSV) te wissen. De burger had in maart 2022 verzocht om wissing op grond van artikel 17 van de AVG. De minister wees dit verzoek af, verklaarde het bezwaar ongegrond en stelde zich op het standpunt dat de gegevens moesten worden bewaard voor taken van algemeen belang. De rechtbank Noord-Holland oordeelde in april 2025 in het voordeel van de burger: de minister had geen beroep kunnen doen op een uitzonderingsgrond uit artikel 17, derde lid, AVG en droeg op de gegevens te wissen. De minister ging in hoger beroep bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak verwijst naar haar uitspraak van 14 januari 2026 (ECLI:NL:RVS:2026:226), waarin zij dezelfde rechtsvraag al had beantwoord. In die uitspraak oordeelde de Afdeling dat de verwerking van persoonsgegevens in de FSV voorlopig noodzakelijk is voor twee taken van algemeen belang: het herstel van de onrechtmatige nadelige gevolgen van de FSV en het afleggen van verantwoording over de FSV en haar gevolgen. Deze taken rechtvaardigen een beroep op de uitzonderingsgrond van artikel 17, derde lid, AVG. Daarnaast toetst de Afdeling de evenredigheid van de weigering. Dat de persoonsgegevens van de burger ten onrechte in de FSV zijn opgenomen, maakt de weigering om ze te wissen niet onevenredig, mede omdat de minister maatregelen heeft genomen om de verdere verwerking te beperken. De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank voor zover het beroep gegrond was verklaard en de wissingsopdracht was gegeven, en concludeert dat de minister het wissingsverzoek terecht heeft afgewezen. De uitspraak heeft praktische gevolgen voor alle FSV-gedupeerden die een wissingsverzoek hebben ingediend of overwegen in te dienen.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 2 september 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak
52van 100
MiddelLees toelichting ↓

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339, Raad van State, 09-09-2026, 202500974/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5326Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5326, Raad van State, 09-09-2026, 202505339/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5361Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5361, Raad van State, 09-09-2026, 202503177/1/R1

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5354Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5354, Raad van State, 09-09-2026, 202406781/1/A3

Raad van State9 sep 2026OverheidVergunningen
18/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied