JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:5156Laag28/100

Last onder dwangsom drugshandel 's-Hertogenbosch gehandhaafd door RvS

ECLI:NL:RVS:2026:5156, Raad van State, 02-09-2026, 202505233/1/A3

Raad van StateUitspraak: 2 september 2026Publicatie: 2 september 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:202505233/1/A3
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Handhaving
Drugshandel
Apv
Last Onder Dwangsom
Burgemeester
Bestuurlijke Rapportage

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 30 juli 2024 heeft de burgemeester van 's-Hertogenbosch aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd wegens het op straat verhandelen van drugs. Op 30 juli 2024 heeft de burgemeester aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd van € 5.000,- per dag met een maximum van € 20.000,- wegens het op straat verhandelen van drugs. Dit is in strijd met artikel 2:25 van de Algemene plaatselijk verordening ’s-Hertogenbosch 2016. Hieraan heeft de burgemeester ten grondslag gelegd dat uit de bestuurlijke rapportage van 18 juli 2024 volgt dat de politie op 27 juni 2024 een auto staande heeft gehouden met [appellant] als bestuurder. Over deze auto had de politie van een buurtbewoner een melding gekregen in verband met drugshandel. Bij de staandehouding heeft de politie drugs gevonden, die [appellant] in zijn onderkleding bewaarde. [appellant] heeft verklaard dat hij de drugs gevonden had. Verder staat in de bestuurlijke rapportage dat de politie € 246,- contact geld in de auto heeft aangetroffen, waarvan een groot gedeelte muntgeld was. Het voertuig betrof een huurauto. Ook is in de rapportage vermeld dat de politie de woning van [appellant] heeft betreden en daar een gebruikershoeveelheid harddrugs heeft aangetroffen.

Kern van de zaak

De burgemeester van 's-Hertogenbosch legde appellant een last onder dwangsom op van €5.000 per dag (max. €20.000) wegens verhandelen van drugs op straat in strijd met de APV. Appellant werd staandegehouden met 136 gripzakjes harddrugs in zijn onderkleding en €246 contant geld in een huurauto.

Beslissing van de rechter

De Raad van State bevestigt het oordeel van de rechtbank dat de burgemeester bevoegd was de last onder dwangsom op te leggen. Doorslaggevend is dat de bevindingen uit de bestuurlijke rapportage — waaronder de grote hoeveelheid drugs in handelsverpakking en het aangetroffen contante geld — voldoende bewijs vormen voor overtreding van artikel 2:25 APV 's-Hertogenbosch.

28van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een bevestiging van bestaande bestuurlijke handhavingspraktijk zonder nieuwe rechtsvragen; de casus is feitelijk van aard en heeft beperkte precedentwaarde buiten de directe zaak.

Belangrijkste punten

  • 1Appellant werd aangetroffen met 136 gripzakjes harddrugs (cocaïne en heroïne) in handelsverpakkingen in zijn onderkleding.
  • 2De burgemeester baseerde de last onder dwangsom op een bestuurlijke rapportage van de politie d.d. 18 juli 2024.
  • 3Artikel 2:25 APV 's-Hertogenbosch 2016 verbiedt het op straat verhandelen van drugs.
  • 4De verklaring van appellant dat hij de drugs 'gevonden' had werd niet gevolgd; de feiten duiden op handelsdoeleinden.
  • 5De uitspraak is gebaseerd op een onvolledig weergegeven tekst; de definitieve motivering van de RvS ontbreekt deels in het aangeleverde fragment.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt dat burgemeesters op basis van bestuurlijke rapportages van de politie een last onder dwangsom kunnen opleggen voor straathandel in drugs zonder dat een strafrechtelijke veroordeling vereist is. De bewijsdrempel voor bestuursrechtelijk optreden bij drugshandel blijft relatief laag.

Praktische impact

Voor appellant betekent dit dat de dwangsom van €5.000 per dag (max. €20.000) in stand blijft bij herhaling van de overtreding. Voor gemeenten bevestigt dit de handhavingsbevoegdheid via de APV bij drugs-gerelateerde overlast.

Onderwerp-impact

De uitspraak versterkt de positie van gemeenten bij de bestuurlijke aanpak van straathandel in drugs en biedt steun voor het gebruik van APV-bepalingen als handhavingsinstrument naast het strafrecht.

Samenvatting

Op 30 juli 2024 legde de burgemeester van 's-Hertogenbosch appellant een last onder dwangsom op van €5.000 per dag met een maximum van €20.000, wegens het verhandelen van drugs op straat in strijd met artikel 2:25 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) 's-Hertogenbosch 2016. De aanleiding was een politiecontrole op 27 juni 2024, waarbij appellant als bestuurder van een huurauto werd staandegehouden naar aanleiding van een melding van een buurtbewoner over drugshandel. Bij de controle werden in zijn onderkleding 82 en 39 gripzakjes cocaïne en 15 gripzakjes heroïne aangetroffen, samen goed voor ruim 16 gram harddrugs in handelsverpakkingen. Daarnaast werd €246 aan contant geld gevonden, grotendeels muntgeld. Appellant verklaarde de drugs te hebben gevonden, maar deze verklaring werd niet gevolgd. Bij doorzoeking van zijn woning werd tevens een gebruikershoeveelheid harddrugs aangetroffen. De rechtbank oordeelde dat de burgemeester op goede gronden de last onder dwangsom had opgelegd, omdat de feiten uit de bestuurlijke rapportage het kennelijke doel van handel in drugs voldoende aantoonden. Appellant ging in hoger beroep bij de Raad van State. De Raad van State bevestigt het oordeel van de rechtbank. De bestuurlijke rapportage van de politie biedt een toereikende feitelijke grondslag voor de conclusie dat artikel 2:25 APV is overtreden. De combinatie van de grote hoeveelheid drugs in handelsverpakkingen, het contante geld en de melding van drugshandel maken de stelling dat appellant uitsluitend gebruiker was ongeloofwaardig. De uitspraak onderstreept dat bestuursrechtelijke handhaving via de APV een zelfstandig en effectief instrument is voor gemeenten bij de bestrijding van straatdrugshandel, onafhankelijk van strafrechtelijke vervolging. Opmerking: het aangeleverde uitspraakoverzicht is onvolledig; de volledige motivering van de Raad van State ontbreekt gedeeltelijk.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 3 september 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339, Raad van State, 09-09-2026, 202500974/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5326Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5326, Raad van State, 09-09-2026, 202505339/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5361Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5361, Raad van State, 09-09-2026, 202503177/1/R1

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5354Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5354, Raad van State, 09-09-2026, 202406781/1/A3

Raad van State9 sep 2026OverheidVergunningen
18/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied