Raad van State oordeelt over overname private schuld toeslagenouder
ECLI:NL:RVS:2026:5153, Raad van State, 02-09-2026, 202502772/1/A2
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 3 juni 2022 heeft de Belastingdienst/Toeslagen een aanvraag van [appellante] om geldschulden over te nemen op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht) deels ingewilligd en voor het overige afgewezen. Deze uitspraak gaat over een besluit op grond van de regeling voor overneming en betaling van private schulden die is opgenomen in de Wht. Het overnemen van private schulden werd namens de Belastingdienst/Toeslagen uitgevoerd. Dat gebeurt nu door de minister. In de uitspraak wordt het bestuursorgaan verder aangeduid met minister. [appellante] is aangemerkt als een gedupeerde ouder van de kinderopvangtoeslagaffaire. Zij heeft bij de minister een schuldenlijst ingediend met verschillende schulden.
Kern van de zaak
Een gedupeerde ouder van de kinderopvangtoeslagaffaire verzoekt de minister om een informele private schuld van €2.300 bij een particulier over te nemen op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). De minister had eerder al een andere schuld van €623,60 wel overgenomen. In geschil is of de informele schuld voldoet aan de wettelijke voorwaarden van artikel 4.1 Wht, dan wel of de hardheidsclausule van toepassing is.
Beslissing van de rechter
De uitspraak is onvolledig aangeleverd en de definitieve beslissing van de Raad van State is niet kenbaar uit de beschikbare tekst. Op basis van de weergegeven overwegingen kan worden vastgesteld dat de zaak draait om de vraag of de informele schuld aan [persoon] voldoet aan de vereisten van artikel 4.1, derde lid, onder b, Wht (notariële akte of rechterlijke uitspraak met ingebrekestelling vóór 1 juni 2021), dan wel of de hardheidsclausule van artikel 9.1 lid 2 Wht toepassing vindt.
Impactscore
MiddelDe zaak betreft een individueel geval binnen de brede hersteloperatie toeslagen, maar heeft relevantie voor een grotere groep gedupeerden met informele schulden. De uitspraak is echter onvolledig, wat de beoordeling van de daadwerkelijke impact beperkt.
Belangrijkste punten
- 1Informele private schulden komen onder de Wht alleen voor overname in aanmerking als zij zijn vastgelegd in een notariële akte of blijken uit een rechterlijke uitspraak met ingebrekestelling vóór 1 juni 2021.
- 2De hardheidsclausule van artikel 9.1 lid 2 Wht biedt de minister ruimte om af te wijken bij onbillijkheid van overwegende aard.
- 3Appellante is erkend gedupeerde van de kinderopvangtoeslagaffaire; een eerdere schuld van €623,60 werd al wel overgenomen.
- 4De uitvoering van schuldenoverneming is verschoven van Belastingdienst/Toeslagen naar de minister.
- 5De uitspraak is onvolledig; de definitieve beslissing en motivering zijn niet beschikbaar in de aangeleverde tekst.
Impactanalyse
Juridische impact
De zaak verduidelijkt de toepassingsvoorwaarden van artikel 4.1 Wht voor informele private schulden en de reikwijdte van de hardheidsclausule in het kader van de hersteloperatie toeslagen. Onzekerheid blijft bestaan over de uitkomst nu de volledige uitspraak ontbreekt.
Praktische impact
Voor gedupeerde ouders met informele (niet-geformaliseerde) schulden bij particulieren is de drempel voor overname hoog; zij zijn aangewezen op de hardheidsclausule als niet aan de formele vereisten is voldaan.
Onderwerp-impact
De uitspraak raakt de uitvoeringspraktijk van de kinderopvangtoeslaghersteloperatie en de wijze waarop private schulden van gedupeerden worden beoordeeld en overgenomen door de overheid.
Samenvatting
Deze zaak betreft een gedupeerde ouder van de kinderopvangtoeslagaffaire die bij de minister heeft verzocht om overname van een informele schuld van €2.300 aan een particulier, op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). De minister had eerder al een andere schuld van €623,60 overgenomen op basis van dezelfde wet. Het geschil spitst zich toe op de vraag of de informele schuld aan de wettelijke vereisten van artikel 4.1 Wht voldoet. Op grond van dat artikel komen informele private schulden slechts voor overname in aanmerking indien zij zijn vastgelegd in een notariële akte of blijken uit een rechterlijke uitspraak, mits de daaraan voorafgaande ingebrekestelling of het verzoekschrift dateert van vóór 1 juni 2021. Aan deze formele vereisten is bij een informele lening aan een particulier doorgaans niet voldaan. De minister beschikt echter over een hardheidsclausule (artikel 9.1 lid 2 Wht) op grond waarvan kan worden afgeweken van artikel 4.1, indien strikte toepassing leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard, gelet op het belang dat de bepaling beoogt te beschermen. De Raad van State behandelde de zaak op 10 juli 2026 ter zitting. De aangeleverde uitspraaktekst is onvolledig en bevat niet de definitieve beslissing en de daarvoor dragende motivering van de Raad. Op basis van de beschikbare informatie kan worden geconcludeerd dat de zaak illustratief is voor de spanning tussen de formele toelatingsvoorwaarden van de Wht en de bijzondere omstandigheden van gedupeerden met informele schulden. Voor een definitieve juridische duiding is de volledige uitspraak vereist.