Beroep tegen bestemmingsplan Mortiere ongegrond verklaard
ECLI:NL:RVS:2026:5152, Raad van State, 02-09-2026, 202501437/1/R1
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 19 december 2024 heeft de raad van de gemeente Middelburg het bestemmingsplan "Partiële herziening Mortiere fase 3D en 5A" vastgesteld. Het plan is een partiële herziening van het bestemmingsplan "Mortiere", waarbij uitsluitend de verbeelding is aangepast. Met het plan wordt een deel van de woonbestemmingen langs de Duke Ellingtonstraat gewijzigd in de bestemming "Groen", met als gevolg dat in dit deel van het plangebied nog slechts twee woningen kunnen worden gebouwd. De bouwvlakken voor die woningen worden westwaarts verschoven, langs respectievelijk de Bud Powellstraat en de Count Basiestraat. Ten oosten van de locatie bevindt zich een hoogspanningsleiding. [appellant] en anderen betogen dat de raad ten onrechte geen vooroverleg heeft gevoerd als bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro).
Kern van de zaak
Appellant en anderen tekenden beroep aan tegen een partiële herziening van het bestemmingsplan 'Mortiere' in de gemeente Middelburg. Het plan wijzigt woonbestemmingen langs de Duke Ellingtonstraat naar de bestemming 'Groen', waardoor slechts twee woningen kunnen worden gebouwd en bouwvlakken westwaarts worden verschoven. Appellanten betoogden onder meer dat de raad ten onrechte geen vooroverleg heeft gevoerd als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro.
Beslissing van de rechter
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verklaart het beroep ongegrond. De doorslaggevende reden is dat de beroepsgronden niet leiden tot het oordeel dat het vaststellingsbesluit in strijd is met het recht, waaronder de Wet ruimtelijke ordening zoals die gold vóór 1 januari 2024.
Impactscore
LaagHet betreft een enkelvoudige kameruitspraak over een lokaal bestemmingsplan zonder nieuwe rechtsvragen; de uitspraak past geheel binnen bestaande jurisprudentie over overgangsrecht Omgevingswet en planologische beleidsruimte.
Belangrijkste punten
- 1Overgangsrecht Omgevingswet is van toepassing: omdat het ontwerpplan vóór 1 januari 2024 (op 14 december 2023) ter inzage is gelegd, blijft het oude recht (Wro) van toepassing.
- 2Het plan betreft een partiële herziening van bestemmingsplan 'Mortiere', waarbij woonbestemmingen worden omgezet naar 'Groen' vanwege de nabijheid van een hoogspanningsleiding.
- 3Appellanten voerden aan dat de raad ten onrechte geen vooroverleg heeft gevoerd ex artikel 3.1.1 lid 1 Besluit ruimtelijke ordening.
- 4De Afdeling toetst niet zelf of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening, maar beoordeelt slechts of het besluit in overeenstemming is met het recht.
- 5Het beroep wordt ongegrond verklaard en er worden geen proceskosten vergoed.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de toepassing van het overgangsrecht bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet en herhaalt de beperkte toetsingsruimte van de Afdeling bij bestemmingsplanbesluiten. Er worden geen nieuwe rechtsnormen gesteld.
Praktische impact
Appellanten halen geen gelijk: de bestemmingswijziging blijft in stand, waardoor in het betreffende deel van het plangebied slechts twee woningen kunnen worden gebouwd en de bouwvlakken definitief westwaarts zijn verschoven.
Onderwerp-impact
Voor ruimtelijke ordening rond hoogspanningsleidingen bevestigt de uitspraak dat gemeenten beleidsruimte hebben om bestemmingen te wijzigen ter bescherming van de woonomgeving, mits dit voldoet aan de wettelijke vereisten.
Samenvatting
Deze uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State betreft een beroep van omwonenden tegen een partiële herziening van het bestemmingsplan 'Mortiere' van de gemeente Middelburg. Met dit plan worden woonbestemmingen langs de Duke Ellingtonstraat gedeeltelijk omgezet naar de bestemming 'Groen', waardoor in dat deel van het plangebied nog maar twee woningen kunnen worden gebouwd. De bouwvlakken voor deze woningen worden westwaarts verplaatst, mede vanwege de aanwezigheid van een hoogspanningsleiding ten oosten van het plangebied. Appellanten hebben onder meer aangevoerd dat de gemeenteraad ten onrechte heeft nagelaten het verplichte vooroverleg te voeren als bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. Alvorens inhoudelijk te oordelen, stelt de Afdeling vast welk recht van toepassing is. Omdat het ontwerpbestemmingsplan op 14 december 2023 ter inzage is gelegd — dus vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 — blijft op grond van artikel 4.6, derde lid, van de Invoeringswet Omgevingswet het oude recht, waaronder de Wet ruimtelijke ordening, van toepassing totdat het plan onherroepelijk is. De Afdeling herhaalt het vaste toetsingskader: zij beoordeelt niet zelf of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening, maar toetst aan de hand van de beroepsgronden of het vaststellingsbesluit in overeenstemming is met het recht. De raad beschikt daarbij over beleidsruimte en dient de betrokken belangen af te wegen. De Afdeling concludeert dat de aangevoerde beroepsgronden niet slagen en verklaart het beroep ongegrond. Er worden geen proceskosten vergoed. De bestemmingswijziging blijft daarmee ongewijzigd van kracht.