Planschade afgewezen ondanks vernietiging besluit scouting De Bult
ECLI:NL:RVS:2026:5149, Raad van State, 02-09-2026, 202505833/1/A2
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 9 februari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Steenwijkerland aan [appellant] een tegemoetkoming in planschade van € 5.500,00 toegekend. [appellant] heeft het college verzocht om tegemoetkoming in planschade die hij, in de vorm van waardevermindering van de woning, heeft geleden door de inwerkingtreding op 21 april 2021 van het bij raadsbesluit van 19 januari 2021 vastgestelde bestemmingsplan De Bult -Onderduikersweg 2. Volgens [appellant] zijn met het nieuwe bestemmingsplan de bouw- en gebruiksmogelijkheden op het perceel aan de Onderduikersweg 2 in De Bult (het plangebied) verruimd, waardoor de scouting zich daar kan vestigen. Het plangebied is gelegen op een afstand van ten minste 75 meter tot de woning en wordt afgeschermd door een tussen de woning en het plangebied gelegen strook met een breedte van ongeveer 50 meter, die de bestemming ‘Bos’ heeft.
Kern van de zaak
Appellant is mede-eigenaar van een woning in De Bult en verzoekt het college van Steenwijkerland om tegemoetkoming in planschade wegens waardevermindering door het nieuwe bestemmingsplan dat vestiging van een scoutingvereniging op 75 meter afstand mogelijk maakt. Eerder vernietigde de Afdeling al een besluit omdat de SAOZ de gebruiksmogelijkheden van een tussengelegen bosstrook niet had meegewogen in de planvergelijking.
Beslissing van de rechter
Het beroep is gegrond verklaard en het besluit van 14 oktober 2025 is vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand. De doorslaggevende reden is dat het college, na heroverweging rekening houdend met het gebruik van de bosstrook, alsnog tot een deugdelijk gemotiveerd besluit is gekomen dat de uitkomst rechtvaardigt.
Impactscore
LaagDe uitspraak past binnen gevestigde planschadejurisprudentie over planvergelijking en heeft geen richtinggevende werking; de casus is feitelijk van aard en de juridische gevolgen beperken zich tot de individuele zaak.
Belangrijkste punten
- 1Appellant claimt planschade wegens waardevermindering woning door bestemmingsplan dat scoutingvestiging mogelijk maakt op 75 meter afstand
- 2Tussen de woning en het plangebied ligt een bosstrook van ca. 50 meter breed met bestemming 'Bos'
- 3Eerdere uitspraak RvS (7 mei 2025) vernietigde vorig besluit omdat SAOZ gebruiksmogelijkheden van de bosstrook niet had betrokken bij planvergelijking
- 4Het nieuwe besluit van 14 oktober 2025 wordt formeel vernietigd, maar rechtsgevolgen blijven in stand
- 5Appellant ontvangt € 1.868,00 proceskostenvergoeding voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt dat bij planschadevergelijking alle relevante planologische gebruiksmogelijkheden van tussenliggende percelen – ook van derden – in de prognose moeten worden betrokken. Het in stand laten van de rechtsgevolgen ondanks vernietiging toont dat een herstelbesluit inhoudelijk stand kan houden als de motiveringsgebreken zijn hersteld.
Praktische impact
Appellant krijgt de planschade feitelijk niet vergoed ondanks de formele gegrondverklaring van het beroep; het college hoeft enkel de proceskosten van € 1.868,00 te vergoeden. Voor omwonenden van scoutinglocaties betekent dit dat een tussenliggende bosstrook met bestaande gebruiksmogelijkheden de planologische nadelen aanzienlijk kan beperken.
Onderwerp-impact
In ruimtelijke-ordeningszaken waarbij planschade wordt geclaimd, dienen adviseurs zoals SAOZ voortaan expliciet een reële prognose te maken van het gebruik van alle tussenliggende percelen onder zowel het oude als het nieuwe planologische regime.
Samenvatting
Deze zaak draait om een planschadeverzoek van de mede-eigenaar van een woning in De Bult (gemeente Steenwijkerland). Door inwerkingtreding van het bestemmingsplan 'De Bult – Onderduikersweg 2' op 21 april 2021 werden de bouw- en gebruiksmogelijkheden op een nabijgelegen perceel verruimd, waardoor een scoutingvereniging zich daar kon vestigen. Appellant stelde dat zijn woning hierdoor in waarde was gedaald en vroeg om planschadevergoeding. In een eerdere uitspraak van 7 mei 2025 had de Afdeling bestuursrechtspraak al vastgesteld dat het college van burgemeester en wethouders van Steenwijkerland een fout had gemaakt. De adviseur SAOZ had bij de planologische vergelijking geen rekening gehouden met de gebruiksmogelijkheden van een tussengelegen bosstrook van circa 50 meter breed. Op grond van de Beheersverordening Buitengebied Steenwijkerland 2014 mocht ook de scoutingvereniging – net als anderen – deze strook gebruiken voor sport- en spelactiviteiten. De SAOZ had een reële prognose moeten maken van hoe die strook onder het oude én nieuwe planregime zou worden gebruikt. Na terugwijzing heeft het college een nieuw besluit genomen op 14 oktober 2025. In de onderhavige procedure verklaart de Afdeling het beroep daartegen gegrond en vernietigt het besluit wegens een (procedureel of motiverings-)gebrek. Echter, de Afdeling bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit volledig in stand blijven. Dit betekent dat appellant inhoudelijk geen planschadevergoeding ontvangt: de gecorrigeerde planvergelijking, waarbij de bosstrook wél is meegewogen, leidt kennelijk tot de conclusie dat er geen of onvoldoende planologisch nadeel is te constateren. Als financieel resultaat voor appellant resteert slechts een proceskostenvergoeding van € 1.868,00. De uitspraak benadrukt het belang van een volledige planvergelijking waarbij tussenliggende percelen met hun eigen planologische gebruiksmogelijkheden niet buiten beschouwing mogen worden gelaten.