JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:5148Middel52/100

Raad van State: toeslagenslachtoffer krijgt schuld overgenomen

ECLI:NL:RVS:2026:5148, Raad van State, 02-09-2026, 202500798/1/A2

Raad van StateUitspraak: 2 september 2026Publicatie: 2 september 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:202500798/1/A2
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Socialezekerheidsrecht
Overheid
Financiele Dienstverlening
Incasso
Toeslagenaffaire
Toeslagengedupeerden
Opeisbaarheid
Schuldovername
Wet Hersteloperatie Toeslagen

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 17 november 2022 heeft de minister van Financiën geweigerd een schuld van [appellante] over te nemen. [appellante] is gedupeerde van de toeslagenaffaire. Zij heeft verzocht om overname van een schuld van haar aan Incasso Result B.V. (Incasso) ter hoogte van € 33.218,28 (de schuld) op grond van artikel 4.1 van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). De uitvoeringsorganisatie Sociale Banken Nederland (SBN) heeft Incasso verzocht om informatie over de schuld te geven. Daarop heeft Incasso een geldleningsovereenkomst tussen [appellante] en [persoon] van 10 september 2017 overgelegd, een brief van Incasso van 15 december 2017, waarin staat dat [persoon] de vordering in handen heeft gegeven aan Incasso, en een overzicht van de schuld van [persoon] aan Incasso van 4 augustus 2010. De minister heeft de schuld niet overgenomen, omdat deze niet is vastgelegd in een notariële akte of rechterlijke uitspraak. De minister heeft geen aanleiding gezien om de hardheidsclausule toe te passen.

Kern van de zaak

Een gedupeerde van de toeslagenaffaire verzocht de minister van Financiën om overname van een privéschuld van €33.218,28 aan incassobureau Incasso Result B.V. op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen. De minister weigerde omdat de schuld niet was vastgelegd in een notariële akte of rechterlijke uitspraak. De rechtbank verwierp het beroep omdat er geen opeisbare achterstanden meer zouden zijn.

Beslissing van de rechter

De Raad van State verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt zowel de uitspraak van de rechtbank als de ministerbesluiten, en bepaalt dat de minister de schuld van €33.218,28 daadwerkelijk overneemt. Doorslaggevend is dat het bestaan van de schuld voldoende aannemelijk was en dat de opeisbaarheidseis onjuist werd toegepast, dan wel dat het passeren van het motiveringsgebrek door de rechtbank ten onrechte tot ongegrondverklaring leidde.

52van 100

Impactscore

Middel

De uitspraak heeft directe betekenis voor de groep toeslagengedupeerden met informeel vastgelegde schulden en geeft duidelijkheid over de uitleg van artikel 4.1 Wht, maar betreft een feitelijk en casuïstisch oordeel van de Afdeling zonder fundamentele nieuwe rechtsregel.

Belangrijkste punten

  • 1Schuld hoeft niet per se in notariële akte of rechterlijke uitspraak te zijn vastgelegd als het bestaan ervan anderszins voldoende aannemelijk is
  • 2Het bestaan van een betalingsregeling maakt een schuld niet zonder meer niet-opeisbaar in de zin van de Wht
  • 3De rechtbank paste artikel 6:22 Awb toe om een motiveringsgebrek te passeren, maar de Raad van State oordeelt dat dit ten onrechte tot ongegrondverklaring leidde
  • 4De Raad van State herroept het primaire besluit en legt de minister rechtstreeks de verplichting op de schuld over te nemen
  • 5De hardheidsclausule hoefde niet te worden toegepast nu de reguliere toelatingsgronden al recht gaven op schuldovername

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak verduidelijkt dat bij de toeslagencompensatie de bewijsdrempel voor private schulden niet zo hoog mag worden gelegd dat alleen notariële aktes of rechterlijke uitspraken volstaan, en dat een lopende betalingsregeling de opeisbaarheid van een schuld niet automatisch opheft voor toepassing van de Wht.

Praktische impact

Gedupeerden van de toeslagenaffaire met private schulden die niet formeel zijn vastgelegd kunnen eerder in aanmerking komen voor schuldovername, mits het bestaan van de schuld anderszins voldoende aannemelijk is gemaakt.

Onderwerp-impact

Voor de uitvoering van de hersteloperatie toeslagen betekent dit dat SBN en de minister bij de beoordeling van schuldovernameverzoeken meer gewicht moeten toekennen aan onderhandse bewijsstukken en betalingsregelingen niet automatisch als belemmerend mogen beschouwen.

Samenvatting

Een gedupeerde van de toeslagenaffaire verzocht de minister van Financiën om overname van een privéschuld van €33.218,28 aan Incasso Result B.V., op grond van artikel 4.1 van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). De minister weigerde de schuld over te nemen omdat deze niet was vastgelegd in een notariële akte of rechterlijke uitspraak, en zag geen aanleiding voor toepassing van de hardheidsclausule. De rechtbank Limburg stelde weliswaar vast dat er geen reden was om aan het bestaan van de schuld te twijfelen en dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd, maar verklaarde het beroep toch ongegrond. De reden daarvoor was dat uit een e-mail van Incasso bleek dat appellante een betalingsregeling had getroffen, waardoor er geen opeisbare achterstanden meer zouden zijn. De rechtbank passeerde het motiveringsgebrek met toepassing van artikel 6:22 Awb. In hoger beroep oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State anders. De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank voor zover het beroep ongegrond werd verklaard, vernietigt het besluit op bezwaar van 6 juli 2023 én herroept het primaire besluit van 17 november 2022. Vervolgens bepaalt de Raad van State zelf dat de minister de schuld van €33.218,28 dient over te nemen. De kern van het oordeel is dat het bestaan van de schuld voldoende aannemelijk was op basis van de overgelegde stukken, en dat de opeisbaarheidseis niet op de door de minister en rechtbank gehanteerde wijze mocht worden ingevuld. Het feit dat een betalingsregeling was getroffen, stond aan schuldovername niet in de weg. Deze uitspraak is relevant voor andere toeslagengedupeerden die private schulden hebben die niet formeel zijn vastgelegd, maar waarvan het bestaan anderszins aannemelijk kan worden gemaakt.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 4 september 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak
52van 100
MiddelLees toelichting ↓

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339, Raad van State, 09-09-2026, 202500974/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5326Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5326, Raad van State, 09-09-2026, 202505339/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5361Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5361, Raad van State, 09-09-2026, 202503177/1/R1

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5354Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5354, Raad van State, 09-09-2026, 202406781/1/A3

Raad van State9 sep 2026OverheidVergunningen
18/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied