JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:5142Laag22/100

Raad van State vernietigt uitspraak wegens procedurele fout rechtbank

ECLI:NL:RVS:2026:5142, Raad van State, 02-09-2026, 202403433/1/A3

Raad van StateUitspraak: 2 september 2026Publicatie: 2 september 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:202403433/1/A3
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Omgevingsrecht
Overheid
Handhaving
Vergunningen
Niet Ontvankelijkheid
Evenementenvergunning
Sinterklaasintocht
Oproepingsplicht
Artikel 8 56 Awb

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 3 november 2022 heeft de burgemeester van Hellevoetsluis (nu: Voorne aan Zee) een evenementenvergunning verleend voor de landelijke Sinterklaasintocht. Op 12 juli 2022 heeft de burgemeester een aanvraag ontvangen voor een evenementenvergunning voor de landelijke Sinterklaasintocht in Hellevoetsluis in 2022. De stichting en [appellant] hebben op 12 oktober 2022 bezwaar gemaakt tegen de evenementenvergunning, die op dat moment nog niet was verleend. De stichting en [appellant] willen dat Zwarte Piet deelneemt aan de intocht en hierover wordt niets in de evenementenvergunning bepaald. Hiermee wordt er volgens de stichting en [appellant] genocide gepleegd. Bij het bezwaar hebben de stichting en [appellant] vier verzoeken ingediend die samenhangen met de landelijke Sinterklaasintocht. Het college heeft, nadat de evenementenvergunning op 3 november 2022 was verleend, geoordeeld dat de stichting en [appellant] geen belanghebbenden zijn bij het besluit om de evenementenvergunning te verlenen. Daarnaast heeft het college de vier verzoeken van de stichting en [appellant] niet aangemerkt als aanvragen waarop een besluit moet worden genomen, omdat die verzoeken geen aanvragen in de zin van artikel 1:3, derde lid, van de Awb zijn.

Kern van de zaak

De stichting en [appellant] maakten bezwaar tegen een evenementenvergunning voor de landelijke Sinterklaasintocht in Hellevoetsluis (2022), omdat zij wilden dat Zwarte Piet deelnam aan de intocht. De rechtbank verklaarde hun beroep niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang, maar verzond de uitnodiging voor de zitting vermoedelijk niet correct.

Beslissing van de rechter

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verklaart het hoger beroep gegrond en vernietigt de uitspraak van de rechtbank. De doorslaggevende reden is dat de rechtbank in strijd met artikel 8:56 Awb heeft gehandeld door appellanten niet (aantoonbaar correct) op te roepen voor de zitting.

22van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak is procedureel van aard en past binnen vaste jurisprudentie over de oproepingsplicht van art. 8:56 Awb; er worden geen nieuwe rechtsnormen gesteld en de inhoudelijke kwestie (belanghebbendheid, Zwarte Piet) is nog niet beslist.

Belangrijkste punten

  • 1De burgemeester verleende een evenementenvergunning voor de landelijke Sinterklaasintocht 2022 in Hellevoetsluis; appellanten wilden deelname van Zwarte Piet gewaarborgd zien.
  • 2Appellanten zijn door het college niet als belanghebbenden aangemerkt en hun vier verzoeken werden niet als aanvragen in de zin van art. 1:3 lid 3 Awb beschouwd.
  • 3De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang, maar heeft appellanten vermoedelijk niet correct opgeroepen voor de zitting (schending art. 8:56 Awb).
  • 4De Afdeling wijst verzoeken om immateriële schadevergoeding af: de redelijke termijn van vier jaar is nog niet overschreden en er ontbreekt een wettelijke grondslag voor overige schadevergoeding.
  • 5Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd, vermoedelijk met terugverwijzing naar de rechtbank.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt het belang van strikte naleving van de oproepingsplicht ex artikel 8:56 Awb: het niet aantoonbaar oproepen van partijen voor een zitting levert een fundamenteel procedureel gebrek op dat vernietiging van de uitspraak rechtvaardigt. Dit is een toepassing van vaste bestuursrechtelijke procesrechtelijke beginselen.

Praktische impact

Appellanten krijgen alsnog de mogelijkheid hun standpunt voor de rechtbank te bepleiten; de zaak zal inhoudelijk opnieuw moeten worden behandeld. Gemeenten en rechtbanken worden herinnerd aan hun verplichting om procespartijen correct en aantoonbaar op te roepen.

Onderwerp-impact

Voor organisatoren van en bezwaarmakers bij evenementen met een maatschappelijk-culturele lading (zoals de Sinterklaasintocht) verduidelijkt deze uitspraak dat procedurele waarborgen onverkort gelden, maar zegt inhoudelijk nog niets over de ontvankelijkheid of het belang van appellanten bij de vergunning zelf.

Samenvatting

Op 12 juli 2022 diende een organiserende partij een aanvraag in voor een evenementenvergunning voor de landelijke Sinterklaasintocht 2022 in Hellevoetsluis. Een stichting en een individuele appellant maakten bezwaar, omdat zij wilden dat Zwarte Piet aan de intocht zou deelnemen en dit niet in de vergunning was geregeld. Zij stelden dat het ontbreken hiervan neerkwam op genocide. Het college oordeelde dat zij geen belanghebbenden waren bij de vergunningverlening en behandelde hun vier verzoeken evenmin als formele aanvragen in de zin van artikel 1:3 lid 3 Awb. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang. In hoger beroep voerden appellanten aan dat zij nooit een uitnodiging voor de zitting bij de rechtbank hadden ontvangen. Dit zou in strijd zijn met artikel 8:56 Awb, dat de rechter verplicht partijen tijdig op te roepen. Bovendien had de rechtbank, als de uitnodiging onbesteld retour was gekomen, op grond van artikel 8:38 lid 1 Awb alsnog per gewone post moeten verzenden. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State acht het hoger beroep gegrond en vernietigt de uitspraak van de rechtbank wegens dit procedurele gebrek. Verzoeken om immateriële schadevergoeding worden afgewezen: de redelijke termijn van vier jaar sinds het indienen van het bezwaar is nog niet verstreken, en voor overige schadevergoeding ontbreekt een wettelijke grondslag. Proceskosten worden niet toegewezen. De uitspraak heeft beperkte inhoudelijke betekenis, omdat de kern van het geschil — de ontvankelijkheid en de vraag of appellanten daadwerkelijk belang hebben bij de vergunning — nog niet is beslecht. Wel bevestigt de Raad van State dat schending van de oproepingsplicht een afdoende grond vormt voor vernietiging van een rechterlijke uitspraak.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 3 september 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339, Raad van State, 09-09-2026, 202500974/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5326Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5326, Raad van State, 09-09-2026, 202505339/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5361Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5361, Raad van State, 09-09-2026, 202503177/1/R1

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5354Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5354, Raad van State, 09-09-2026, 202406781/1/A3

Raad van State9 sep 2026OverheidVergunningen
18/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied