JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:5141Laag28/100

RvS behandelt fraude-beslissing bij portfolio-instroom Social Work

ECLI:NL:RVS:2026:5141, Raad van State, 02-09-2026, 202601937/1/A2

Raad van StateUitspraak: 2 september 2026Publicatie: 2 september 2026
Procedure:Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer:202601937/1/A2
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Handhaving
Onderwijs
Examencommissie
Hoger Onderwijs
Cbe
Portfolio Fraude
Instroombeoordeling

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij e-mail van 26 november 2025 heeft de examinator van de Academie Mens en Maatschappij van de HAN University of Applied Sciences (de examinator) aan [appellante] medegedeeld hoe zij in aanmerking kan komen voor een herkansing voor het maken van het SOM-portfolio. Bij e-mail van 3 februari 2026 heeft de examinator aan [appellante] de beoordeling voor het SOM-portfolio kenbaar gemaakt en medegedeeld dat deze niet zal worden ingevoerd in het studentinformatiesysteem Osiris. Bij beslissing van 23 juni 2026 heeft het college van beroep voor de examens van HAN University of Applied Sciences het door [appellante] tegen de e-mails van 26 november 2025 en 3 februari 2026 ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard. In beroep is in geschil of [appellante] recht heeft op een herkansing van de deeltentamens van het SOM-portfolio waarvoor zij geen beoordeling heeft gekregen, zonder dat zij zich opnieuw hoeft in te schrijven bij de HAN. Daarnaast is in geschil of het CBE ten onrechte heeft nagelaten om de examencommissie op te dragen om een schikkingsgesprek met [appellante] te voeren.

Kern van de zaak

Een studente aan de HAN University of Applied Sciences betwist de beslissing van de examencommissie die haar 12 deeltentamens van een instroom-portfolio ongeldig verklaarde wegens vermeende fraude (niet-bestaande bronnen). Na ongegrondverklaring van haar administratief beroep door het CBE heeft zij beroep ingesteld bij de Raad van State.

Beslissing van de rechter

De uitspraaktekst is onvolledig, waardoor de definitieve beslissing van de Afdeling bestuursrechtspraak niet volledig kan worden vastgesteld. Op basis van de beschikbare tekst is duidelijk dat de zaak inhoudelijk is behandeld ter zitting op 6 augustus 2026, maar de uitkomst (gegrond/ongegrond) ontbreekt in het beschikbare fragment.

28van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een individueel geschil over een portfolio-fraudebeslissing in het hoger onderwijs zonder aanwijzingen voor bredere precedentwerking; de uitspraaktekst is bovendien onvolledig, wat de beoordeling van de juridische impact verder beperkt.

Belangrijkste punten

  • 1Studente wilde via een SOM-portfolio direct instromen in jaar 3 van de opleiding Social Work aan de HAN.
  • 2Examencommissie verklaarde alle 12 deeltentamens ongeldig wegens fraude: het vermelden van niet-bestaande bronnen in het portfolio.
  • 3Voorzitter CBE schorste de fraudebeslissing als ordemaatregel en gelastte een inhoudelijke portfoliobeoordeling vóór de hoorzitting.
  • 4CBE verklaarde het administratief beroep ongegrond bij beslissing van 23 juni 2026.
  • 5De uitspraaktekst is onvolledig; de inhoudelijke overwegingen en het dictum van de Afdeling ontbreken.

Impactanalyse

Juridische impact

De zaak raakt aan de bevoegdheid van examencommissies om fraude vast te stellen bij portfoliobeoordelingen en de procedurele waarborgen (schorsing, voorlopige voorziening) binnen het hoger onderwijsrecht. Vanwege de onvolledigheid van de tekst kan de precieze juridische impact niet worden vastgesteld.

Praktische impact

Voor de studente stond haar volledige instroomroute naar jaar 3 van de opleiding Social Work op het spel; een gegrondverklaring zou betekenen dat de fraude-beslissing geen stand houdt en zij recht heeft op een geldige portfoliobeoordeling.

Onderwerp-impact

De zaak benadrukt de risico's van het gebruik van niet-verifieerbare of fictieve bronnen in portfolios en de wijze waarop onderwijsinstellingen fraude bij alternatieve toetsvorm­en kunnen aanpakken en sanctioneren.

Samenvatting

Deze zaak bij de Raad van State betreft een studente die zich had ingeschreven aan de HAN University of Applied Sciences met het doel via een zogenoemd SOM-portfolio direct in te stromen in het derde jaar van de opleiding Social Work. Dit portfolio diende aan te tonen dat zij de leeruitkomsten van de eerste twee studiejaren al beheerste, en bestond uit 12 deeltentamens die werden beoordeeld op basis van het portfolio, een presentatie en een beoordelingsgesprek. De examencommissie van de HAN verklaarde op 26 augustus 2025 alle deeltentamens ongeldig, omdat de studente in haar portfolio bronnen zou hebben vermeld die niet bestaan — een handeling die als fraude werd aangemerkt. Hierdoor ontving zij geen beoordeling voor het portfolio. De studente stelde administratief beroep in bij het College van Beroep voor de Examens (CBE) en vroeg tevens een voorlopige voorziening aan. De voorzitter van het CBE schorste de fraudebeslissing als ordemaatregel en bepaalde dat het portfolio eerst inhoudelijk beoordeeld moest worden. Na die beoordeling volgde op 23 juni 2026 de ongegrondverklaring van het administratief beroep door het CBE. De studente wendde zich vervolgens tot de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De zaak werd op 6 augustus 2026 ter zitting behandeld, waarbij zowel de studente (via videoverbinding), het CBE, de examencommissie als de examinator aanwezig waren. De beschikbare uitspraaktekst is echter onvolledig: de inhoudelijke overwegingen van de Afdeling en het dictum ontbreken, waardoor de definitieve uitkomst van de procedure op basis van dit fragment niet kan worden vastgesteld. Met de nodige voorbehouden lijkt de juridische kern te draaien om de vraag of de examencommissie de fraudevaststelling voldoende heeft onderbouwd en of de procedurele gang van zaken correct was.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 6 september 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339, Raad van State, 09-09-2026, 202500974/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5326Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5326, Raad van State, 09-09-2026, 202505339/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5361Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5361, Raad van State, 09-09-2026, 202503177/1/R1

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5354Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5354, Raad van State, 09-09-2026, 202406781/1/A3

Raad van State9 sep 2026OverheidVergunningen
18/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied