Burgemeester weigert coffeeshopvergunning vanwege veiligheidsrisico's
ECLI:NL:RVS:2026:5125, Raad van State, 09-09-2026, 202505450/1/A2
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 4 augustus 2023 heeft de burgemeester van Amsterdam de aanvraag van [persoon] om verlening van een exploitatievergunning voor een coffeeshop aan de [locatie] afgewezen. Ook heeft de burgemeester geweigerd aan [persoon] een gedoogverklaring af te geven. Op 9 februari 2023 heeft [persoon] een aanvraag ingediend voor een exploitatievergunning en een gedoogverklaring voor een nieuwe coffeeshop op de [locatie] (het adres). [appellant] is eigenaar en verhuurder van het pand op het adres. In 2016 is coffeeshop [naam], die voorheen gevestigd was op het adres, meerdere keren beschoten. Als gevolg van deze schietincidenten is de coffeeshop gesloten en het adres van de gedooglijst geschrapt. In 2017 is het adres terug op de gedooglijst geplaatst. Op 3 juni 2025 heeft [appellant] het pand verkocht aan [persoon] onder de ontbindende voorwaarde dat de vergunningen uiterlijk augustus 2027 zijn verleend.
Kern van de zaak
Een aanvrager ([persoon]) diende een aanvraag in voor een exploitatievergunning en gedoogverklaring voor een nieuwe coffeeshop in Amsterdam. De burgemeester weigerde deze vergunning mede op grond van de rol van pandverhuurder [appellant], die in verband wordt gebracht met strafbare feiten en bij wiens panden ernstige incidenten plaatsvonden. [Appellant] tekende beroep aan bij de Raad van State.
Beslissing van de rechter
De uitspraak is onvolledig aangeleverd, waardoor de definitieve beslissing van de Raad van State niet met zekerheid kan worden vastgesteld. Op basis van de overwegingen lijkt de weigering van de burgemeester te worden getoetst aan artikel 3.11 APV Amsterdam, waarbij de openbare orde- en veiligheidsargumenten (schietincidenten, politierapportage over [appellant]) als doorslaggevende weigeringsgronden worden gehanteerd.
Impactscore
MiddelDe zaak betreft een individuele vergunningsweigering met beperkte precedentwerking, maar raakt aan een bredere juridische vraag over de toerekening van gedrag van derden (verhuurder) bij bestuurlijke besluitvorming over coffeeshopvergunningen. De onvolledigheid van de uitspraaktekst beperkt de beoordeling.
Belangrijkste punten
- 1De burgemeester weigerde de exploitatievergunning op grond van artikel 3.11, tweede en derde lid APV Amsterdam wegens nadelige invloed op openbare orde, veiligheid en woon- en leefklimaat.
- 2Een bestuurlijke rapportage van de politie (27 februari 2023) verbindt pandverhuurder [appellant] met strafbare feiten en vermoedelijke betrokkenheid bij bevoorrading van coffeeshops.
- 3Het pand werd in 2016 driemaal en in 2019 eenmaal beschoten; de locatie werd tijdelijk van de gedooglijst geschrapt maar in 2017 weer toegevoegd.
- 4De rol van de verhuurder ([appellant]) als derde-partij wordt betrokken bij de beoordeling van de vergunningsaanvraag van de aanvrager ([persoon]).
- 5De tekst is onvolledig; de uitkomst van de Raad van State-procedure kan niet volledig worden vastgesteld.
Impactanalyse
Juridische impact
De zaak raakt aan de vraag in hoeverre de achtergrond en het gedrag van een pandverhuurder kunnen meewegen bij de weigering van een exploitatievergunning aan een huurder/aanvrager op grond van de APV. Dit is juridisch relevant voor de reikwijdte van het openbare-ordetoezicht bij coffeeshopbeleid.
Praktische impact
Voor [appellant] heeft de weigering directe financiële gevolgen: de verkoop van het pand aan [persoon] is onder een ontbindende voorwaarde gesloten die afhankelijk is van vergunningverlening vóór augustus 2027. Bij definitieve weigering vervalt de koopovereenkomst.
Onderwerp-impact
De uitspraak heeft betekenis voor het Amsterdamse coffeeshopbeleid en de wijze waarop gemeenten verhuurders van horecapanden kunnen betrekken bij openbare-ordebesluitvorming rond gedoogverklaringen en exploitatievergunningen.
Samenvatting
Deze zaak betreft een geschil bij de Raad van State over de weigering door de burgemeester van Amsterdam om een exploitatievergunning en gedoogverklaring te verlenen voor een nieuwe coffeeshop op een adres in Amsterdam. De aanvraag werd ingediend door [persoon] op 9 februari 2023. [Appellant], de eigenaar en verhuurder van het pand, is partij in de procedure en heeft een direct financieel belang: hij heeft het pand op 3 juni 2025 verkocht aan [persoon] onder de ontbindende voorwaarde dat de vereiste vergunningen uiterlijk augustus 2027 worden verleend. De burgemeester weigerde de vergunning op 4 augustus 2023, primair op grond van artikel 3.11, tweede en derde lid van de Amsterdamse APV. De weigeringsgronden betreffen de nadelige invloed van een coffeeshop op de openbare orde, de veiligheid en het woon- en leefklimaat in de buurt. De burgemeester baseert zich daarbij op een bestuurlijke rapportage van de politie van 27 februari 2023, waaruit blijkt dat [appellant] in verband kan worden gebracht met strafbare feiten en dat er bij de politie het vermoeden bestaat dat hij betrokken is bij de bevoorrading van coffeeshops in zijn panden. Daarnaast is het pand op het betreffende adres in 2016 driemaal en in 2019 eenmaal beschoten, wat de schietincidenten-geschiedenis van de locatie benadrukt. De centrale juridische vraag is of de burgemeester de weigering mede mocht baseren op de achtergrond en gedragingen van de verhuurder als derde, en of de historische veiligheidsincidenten op de locatie een voldoende grondslag bieden voor weigering van een nieuwe aanvraag. De uitspraaktekst is onvolledig aangeleverd, waardoor de definitieve beslissing van de Raad van State niet met zekerheid kan worden weergegeven. Op basis van de beschikbare overwegingen toetst de Raad de deugdelijkheid van de bestuurlijke motivering en de evenredigheid van de weigering.