JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:5120Laag12/100

Hoger beroep vreemdeling over SIS-signalering ongegrond verklaard

ECLI:NL:RVS:2026:5120, Raad van State, 02-09-2026, BRS.26.000339

Raad van StateUitspraak: 2 september 2026Publicatie: 31 augustus 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:BRS.26.000339
Bestuursrecht
Europees bestuursrecht
Vreemdelingenrecht
Overheid
Handhaving
Terugkeerrichtlijn
Vreemdelingenrecht
Verkorte Motivering
Artikel 91 Vw2000
Sis Signalering

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 18 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan appellant verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken, hem opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten (terugkeerbesluit) en hem meegedeeld dat hij vanwege dat terugkeerbesluit in het Schengeninformatiesysteem (SIS) gesignaleerd wordt.

Kern van de zaak

Een vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Raad van State tegen een uitspraak van de rechtbank, vermoedelijk in een zaak over terugkeer en een SIS-signalering. De kern betrof de vraag of sprake was van een andere toestemming tot verblijf in Portugal in de zin van artikel 6 lid 2 van de Terugkeerrichtlijn en de toepassing van het evenredigheidsbeginsel.

Beslissing van de rechter

Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank is bevestigd. De Afdeling paste de verkorte motiveringsregeling van artikel 91 lid 2 Vw 2000 toe omdat het hogerberoepschrift geen rechtsvragen bevat die in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming beantwoord moeten worden, nu de relevante vragen reeds eerder zijn beantwoord in een uitspraak van 17 juli 2026.

12van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak bevat geen nieuwe rechtsontwikkeling en is expliciet gebaseerd op bestaande jurisprudentie. De verkorte motivering via artikel 91 lid 2 Vw 2000 bevestigt dat dit een routinezaak betreft zonder richtinggevende betekenis.

Belangrijkste punten

  • 1Toepassing van artikel 91 lid 2 Vw 2000: verkorte motivering omdat geen relevante rechtsvragen aan de orde zijn
  • 2Rechtsvragen over artikel 6 lid 2 Terugkeerrichtlijn (verblijfstoestemming Portugal) en SIS-signalering zijn reeds beantwoord in ECLI:NL:RVS:2026:4177
  • 3Geen prejudiciële vragen over uitleg of geldigheid van Unierecht (conform Remling-arrest HvJ EU, ECLI:EU:C:2026:243)
  • 4Geen proceskostenveroordeling ten laste van de minister
  • 5Uitspraak gedaan door enkelvoudige kamer

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de reeds gevormde jurisprudentielijn van 17 juli 2026 over artikel 6 lid 2 Terugkeerrichtlijn en SIS-signaleringen, zonder nieuwe rechtsontwikkeling toe te voegen. De verkorte afdoening via artikel 91 lid 2 Vw 2000 illustreert dat de rechtsvragen inmiddels als uitgekristalliseerd worden beschouwd.

Praktische impact

Voor de betrokken vreemdeling betekent de bevestiging van de rechtbankuitspraak dat de SIS-signalering en het terugkeerbesluit in stand blijven. Er is geen aanleiding voor verdere procedure bij de Raad van State.

Onderwerp-impact

In vreemdelingenzaken met betrekking tot SIS-signaleringen en de toepassing van de Terugkeerrichtlijn geldt de jurisprudentie van 17 juli 2026 als richtinggevend kader; vergelijkbare zaken zullen vermoedelijk eveneens verkort worden afgedaan.

Samenvatting

In deze zaak stelde een vreemdeling, bijgestaan door een advocaat uit Den Haag, hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State tegen een uitspraak van de rechtbank. De zaak draaide om een SIS-signalering inzake terugkeer en de vraag of de vreemdeling beschikte over een andere toestemming tot verblijf in Portugal in de zin van artikel 6, tweede lid, van de Terugkeerrichtlijn, alsmede de toepassing van het evenredigheidsbeginsel in dat verband. De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Daarbij maakte de Afdeling gebruik van de verkorte motiveringsregeling van artikel 91, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000, op grond waarvan een nadere motivering achterwege kan blijven als het hogerberoepschrift geen vragen oproept die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden. De Afdeling stelde vast dat de relevante rechtsvragen over artikel 6 lid 2 van de Terugkeerrichtlijn en het evenredigheidsbeginsel in relatie tot SIS-signaleringen reeds waren beantwoord in een eerdere uitspraak van 17 juli 2026 (ECLI:NL:RVS:2026:4177). Het hogerberoepschrift gaf geen aanleiding om in dit concrete geval tot een ander oordeel te komen. Evenmin werden vragen opgeroepen over de uitleg of geldigheid van Unierechtelijke bepalingen, overeenkomstig de criteria die het Hof van Justitie formuleerde in het Remling-arrest van 24 maart 2026. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak heeft een beperkte zelfstandige juridische betekenis en dient primair ter afsluiting van de individuele procedure.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 10 september 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339, Raad van State, 09-09-2026, 202500974/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5326Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5326, Raad van State, 09-09-2026, 202505339/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5361Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5361, Raad van State, 09-09-2026, 202503177/1/R1

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5354Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5354, Raad van State, 09-09-2026, 202406781/1/A3

Raad van State9 sep 2026OverheidVergunningen
18/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied