RvS: terugkeerbesluit vereist illegaal verblijf in uitvaardigende lidstaat
ECLI:NL:RVS:2026:5106, Raad van State, 02-09-2026, BRS.26.000192
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 18 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan appellant verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken, hem opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten (terugkeerbesluit) en hem meegedeeld dat hij vanwege dat terugkeerbesluit in het Schengeninformatiesysteem (SIS) gesignaleerd wordt.
Kern van de zaak
Een Bengaalse student verloor zijn Nederlandse studievergunning wegens onvoldoende studievoortgang en was inmiddels naar Portugal verhuisd. De minister vaardigde desondanks een terugkeerbesluit en SIS-signalering uit. Appellant bestreed dit omdat hij niet meer op Nederlands grondgebied verbleef.
Beslissing van de rechter
De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart het hoger beroep gegrond en vernietigt zowel de uitspraak van de rechtbank als het bestreden besluit. Doorslaggevend is dat een terugkeerbesluit alleen kan worden uitgevaardigd als de vreemdeling illegaal verblijft op het grondgebied van de lidstaat die het besluit neemt; nu appellant naar Portugal was vertrokken, ontbrak die grondslag.
Impactscore
HoogDe RvS stelt een duidelijke rechtsregel over de territorialiteitseis bij terugkeerbesluiten op basis van Unierechtelijke jurisprudentie, die breed doorwerkt in de Nederlandse uitvoeringspraktijk van het terugkeer- en SIS-signaleringsbeleid.
Belangrijkste punten
- 1Illegaal verblijf op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat is een vereiste voor het nemen van een terugkeerbesluit (HvJ M.D. en Affum).
- 2De rechtbank oordeelde ten onrechte dat EU-verblijf elders volstaat; de RvS corrigeert dit standpunt.
- 3De verwijzing naar doeltreffendheid van het EU-terugkeerbeleid rechtvaardigt geen ruimere interpretatie dan het Unierecht toestaat.
- 4Het terugkeerbesluit én de daaraan gekoppelde SIS-signalering worden herroepen wegens ontbreken van de wettelijke grondslag.
- 5De uitspraak van de RvS treedt in de plaats van het vernietigde besluit van 28 augustus 2024.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt dat de territoriale bevoegdheidseis voor terugkeerbesluiten strikt moet worden uitgelegd conform HvJ-jurisprudentie, wat de discretionaire ruimte van nationale autoriteiten beperkt. Dit heeft directe gevolgen voor de praktijk van SIS-signaleringen gekoppeld aan terugkeerbesluiten jegens migranten die al naar een andere lidstaat zijn vertrokken.
Praktische impact
Appellant is bevrijd van het terugkeerbesluit en de SIS-signalering, zodat zijn verblijf in Portugal niet langer door die signalering wordt belast. Autoriteiten zullen voortaan moeten verifiëren of een vreemdeling nog op hun grondgebied verblijft alvorens een terugkeerbesluit te nemen.
Onderwerp-impact
Voor vreemdelingen die gedurende een procedure naar een andere EU-lidstaat verhuizen, biedt deze uitspraak bescherming tegen terugkeerbesluiten van de oorspronkelijke lidstaat, wat relevant is voor de coördinatie van het Europese migratiebeleid.
Samenvatting
Deze zaak betreft een Bengaalse student die in Nederland een studievergunning had gekregen, maar deze zag ingetrokken wegens onvoldoende voortgang. De minister vaardigde aansluitend een terugkeerbesluit uit en signaleerde de student in het Schengeninformatiesysteem (SIS), ook al was hij inmiddels naar Portugal verhuisd. De centrale rechtsvraag was of een terugkeerbesluit kan worden uitgevaardigd door een lidstaat als de betrokken vreemdeling niet meer illegaal op het grondgebied van dié lidstaat verblijft, maar elders in de EU. De rechtbank Den Haag had geoordeeld dat EU-verblijf in het algemeen volstaat en dat een andere uitleg afbreuk zou doen aan de doeltreffendheid van het EU-terugkeerbeleid. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verwerpt dit oordeel. Onder verwijzing naar de arresten van het Hof van Justitie in de zaken M.D. (2023) en Affum (2016), alsmede het Terugkeerhandboek, stelt de Afdeling vast dat illegaal verblijf op het grondgebied van de lidstaat die het terugkeerbesluit neemt een harde voorwaarde is. Nu appellant aantoonbaar naar Portugal was vertrokken, ontbrak de wettelijke grondslag voor zowel het terugkeerbesluit als de SIS-signalering. De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 28 augustus 2024, verklaart ook het bezwaar gegrond en herroept het terugkeerbesluit inclusief de SIS-signalering. De eigen uitspraak treedt in de plaats van het vernietigde besluit. De minister wordt veroordeeld in de proceskosten. Deze uitspraak heeft aanzienlijke praktische betekenis: Nederlandse autoriteiten kunnen geen terugkeerbesluiten meer nemen jegens vreemdelingen die al naar een andere EU-lidstaat zijn vertrokken, en daarmee ook geen SIS-signaleringen koppelen aan dergelijke besluiten. Dit legt een territoriale grens aan de Nederlandse uitvoeringspraktijk van de Terugkeerrichtlijn.