Asielaanvraag Nigeriaanse homoseksueel en mensenhandel toegewezen
ECLI:NL:RVS:2026:5100, Raad van State, 31-08-2026, 202406294/1/V2
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 16 december 2022, aangevuld op 20 juni 2024, heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen, hem opgedragen Nederland onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.
Kern van de zaak
Een Nigeriaanse man diende een tweede asielaanvraag in op basis van zijn homoseksualiteit en slachtofferschap van mensenhandel in Duitsland. De minister wees de aanvraag af omdat de homoseksuele gerichtheid en het gevaar bij terugkeer niet aannemelijk waren gemaakt. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond wegens onzorgvuldige besluitvorming.
Beslissing van de rechter
De Raad van State behandelt hoger beroep (vermoedelijk van de minister) tegen de uitspraak van de rechtbank, die het beroep van betrokkene gegrond verklaarde. De rechtbank oordeelde dat de minister onzorgvuldig heeft gehandeld door de gestelde homoseksuele gerichtheid ongeloofwaardig te achten, terwijl dit gelet op de positie van homoseksuelen in Nigeria bescherming vereist. De volledige beslissing van de Raad van State is op basis van de beschikbare tekst niet te reconstrueren.
Impactscore
MiddelDe zaak is individueel van aard maar raakt aan een recurrent thema in de asielrechtspraak: samenloop van mensenhandel en seksuele geaardheid als asielmotieven. De uitspraak is onvolledig, waardoor de definitieve impact moeilijk te beoordelen is.
Belangrijkste punten
- 1Tweede asielaanvraag op basis van homoseksualiteit én nieuw motief: slachtofferschap mensenhandel in Duitsland
- 2Minister achtte mensenhandel geloofwaardig maar niet het gevaar op represailles bij terugkeer naar Nigeria
- 3Rechtbank paste bestuurlijke lus toe (art. 8:51a Awb) op verzoek van de minister
- 4Rechtbank verklaarde beroep gegrond: seksuele geaardheid kan niet langer ongeloofwaardig worden geacht
- 5Uitspraak RvS 23 november 2023 (ECLI:NL:RVS:2023:4346) over mensenhandel-represailles Nigeria als relevant precedent ingeroepen
Impactanalyse
Juridische impact
De zaak raakt aan de toetsing van geloofwaardigheid van seksuele geaardheid in asielzaken en de risicoanalyse bij terugkeer van slachtoffers van mensenhandel naar Nigeria. De verwijzing naar eerdere RvS-jurisprudentie over represailles door mensenhandelaren illustreert de doorwerking van dat precedent in opvolgende aanvragen.
Praktische impact
Voor betrokkene betekent de uitspraak van de rechtbank dat zijn asielaanvraag opnieuw beoordeeld moet worden, waarbij zijn homoseksualiteit als geloofwaardig uitgangspunt geldt. Dit heeft directe gevolgen voor zijn verblijfsstatus in Nederland.
Onderwerp-impact
De zaak bevestigt dat slachtoffers van mensenhandel die tevens tot een kwetsbare groep behoren (LHBTI) een verzwaarde aanspraak op bescherming kunnen hebben, ook in opvolgende asielaanvragen.
Samenvatting
Deze zaak betreft een Nigeriaanse man die een tweede asielaanvraag heeft ingediend op basis van twee gronden: zijn gestelde homoseksualiteit (ook al aangevoerd in zijn eerste procedure) en het nieuwe motief dat hij in Duitsland slachtoffer is geworden van mensenhandel. De minister wees de opvolgende aanvraag af bij besluit van 16 december 2022. Hoewel de minister het slachtofferschap van mensenhandel geloofwaardig achtte, meende hij dat betrokkene niet aannemelijk had gemaakt dat hij bij terugkeer naar Nigeria gevaar liep van mensenhandelaren. Ook de gestelde homoseksuele gerichtheid werd door de minister ongeloofwaardig geacht. De rechtbank vroeg de minister of een eerdere uitspraak van de Raad van State (ECLI:NL:RVS:2023:4346) over represaillerisico van mensenhandelaren in Nigeria aanleiding gaf tot heroverweging. Op verzoek van de minister paste de rechtbank een bestuurlijke lus toe, waarna de minister een aanvullend besluit nam maar bij zijn standpunt bleef. De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene vervolgens gegrond, omdat de minister zijn besluitvorming onzorgvuldig had verricht. Volgens de rechtbank kon de seksuele geaardheid van betrokkene niet langer als ongeloofwaardig worden aangemerkt, wat gelet op de kwetsbare positie van homoseksuelen in Nigeria tot de conclusie leidde dat bescherming aangewezen is. De zaak ligt nu voor bij de Raad van State, maar de beschikbare uitspraakvolledigheid is beperkt, waardoor de definitieve beslissing van de Afdeling niet kan worden vastgesteld. De zaak illustreert de complexiteit van opvolgende asielaanvragen waarbij meerdere, deels nieuwe asielmotieven worden aangevoerd en eerder precedentrecht een sturende rol speelt.