JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:5084Laag12/100

Hoger beroep vreemdeling ongegrond: geen nieuwe rechtsvragen

ECLI:NL:RVS:2026:5084, Raad van State, 02-09-2026, BRS.26.000200

Raad van StateUitspraak: 2 september 2026Publicatie: 28 augustus 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:BRS.26.000200
Bestuursrecht
Europees bestuursrecht
Vreemdelingenrecht
Overheid
Handhaving
Terugkeerrichtlijn
Verkorte Motivering
Artikel 91 Vw2000
Verblijfsrecht
Sis Signalering

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 28 maart 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan appellant verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken, hem opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten (terugkeerbesluit) en hem meegedeeld dat hij vanwege dat terugkeerbesluit in het Schengeninformatiesysteem (SIS) gesignaleerd wordt.

Kern van de zaak

Een vreemdeling heeft hoger beroep ingesteld bij de Raad van State tegen een uitspraak van de rechtbank. Het geschil betreft een SIS-signalering inzake terugkeer en de vraag of sprake is van een andere toestemming tot verblijf in Portugal in de zin van artikel 6, tweede lid, van de Terugkeerrichtlijn. De vreemdeling werd bijgestaan door een advocaat in Den Haag.

Beslissing van de rechter

Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank is bevestigd. Doorslaggevend is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, Vw 2000), en dat de relevante rechtsvragen reeds eerder door de Afdeling zijn beantwoord.

12van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak is een routinematige bevestiging van eerder gevestigde jurisprudentie via de verkorte afdoeningsprocedure en stelt geen nieuwe rechtsregels. De zaak heeft geen precedentwerking buiten het individuele geval.

Belangrijkste punten

  • 1Toepassing van de verkorte motivering op grond van artikel 91, tweede lid, Vw 2000: geen nadere motiveringsplicht bij ontbreken van relevante rechtsvragen.
  • 2De rechtsvragen over artikel 6, tweede lid, Terugkeerrichtlijn (verblijfstoestemming Portugal) en het evenredigheidsbeginsel bij SIS-signalering waren al beantwoord in RvS 17 juli 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4177.
  • 3Geen vragen over uitleg of geldigheid van Unierecht conform HvJ 24 maart 2026, Remling, ECLI:EU:C:2026:243.
  • 4De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
  • 5Uitspraak gedaan door enkelvoudige kamer.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de bestaande lijn dat hoger beroepen in vreemdelingenzaken zonder nieuwe rechtsvragen verkort kunnen worden afgedaan op grond van artikel 91, tweede lid, Vw 2000. De eerder gevestigde jurisprudentie over de Terugkeerrichtlijn en SIS-signaleringen blijft ongewijzigd van kracht.

Praktische impact

Voor de vreemdeling betekent de bevestiging van de rechtbankuitspraak dat de SIS-signalering en de daaraan verbonden gevolgen voor verblijf in stand blijven. Er is geen recht op proceskosten voor de minister.

Onderwerp-impact

De uitkomst bevestigt de bestaande bestuurspraktijk rondom terugkeerbeslissingen en SIS-signaleringen bij vreemdelingen zonder rechtmatig verblijf, zonder dat de rechtspositie van betrokkenen wordt verbeterd.

Samenvatting

In deze vreemdelingenzaak heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 2 september 2026 het hoger beroep van appellant ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak van de rechtbank bevestigd. Het geschil betrof de rechtmatigheid van een SIS-signalering inzake terugkeer en de vraag of de vreemdeling beschikte over een andere toestemming tot verblijf in Portugal in de zin van artikel 6, tweede lid, van de Terugkeerrichtlijn, alsmede de toepassing van het evenredigheidsbeginsel in dit verband. De Afdeling heeft gebruik gemaakt van de verkorte afdoeningsprocedure op grond van artikel 91, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Dit betekent dat het oordeel niet nader gemotiveerd hoeft te worden, omdat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden. De Afdeling stelt vast dat de relevante rechtsvragen — over de uitleg van artikel 6, tweede lid, Terugkeerrichtlijn en het evenredigheidsbeginsel bij SIS-signaleringen — reeds zijn beantwoord in de uitspraak van 17 juli 2026 (ECLI:NL:RVS:2026:4177). Het hoger beroep biedt geen aanleiding om in dit geval anders te oordelen. Bovendien roept het hogerberoepschrift geen vragen op over de uitleg of geldigheid van Unierecht, conform het arrest van het Hof van Justitie van 24 maart 2026 (Remling, ECLI:EU:C:2026:243). De uitspraak heeft een beperkte juridische impact: zij bevestigt de bestaande jurisprudentielijn zonder nieuwe rechtsnormen te stellen. Voor de vreemdeling betekent het dat de SIS-signalering en de gevolgen voor het verblijfsrecht ongewijzigd van kracht blijven. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 9 september 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339, Raad van State, 09-09-2026, 202500974/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5326Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5326, Raad van State, 09-09-2026, 202505339/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5361Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5361, Raad van State, 09-09-2026, 202503177/1/R1

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5354Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5354, Raad van State, 09-09-2026, 202406781/1/A3

Raad van State9 sep 2026OverheidVergunningen
18/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied