JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:5083Laag18/100

Vreemdeling krijgt schorsing uitzetting in afwachting hoger beroep

ECLI:NL:RVS:2026:5083, Raad van State, 28-08-2026, BRS.26.004533

Raad van StateUitspraak: 28 augustus 2026Publicatie: 28 augustus 2026
Procedure:Voorlopige voorziening
Zaaknummer:BRS.26.004533
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Vreemdelingenrecht
Overheid
Vergunningen
Hoger Beroep
Voorlopige Voorziening
Vreemdelingenrecht
Uitzetting
Opvang

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 10 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Kern van de zaak

Een vreemdeling heeft bij de voorzieningenrechter van de Raad van State een voorlopige voorziening gevraagd om uitzetting te voorkomen en opvang te krijgen, in afwachting van de behandeling van zijn hoger beroep tegen een beslissing van de minister van Asiel en Migratie.

Beslissing van de rechter

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe: de vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. De minister wordt veroordeeld in de proceskosten van € 934,00; doorslaggevend is de verwijzing naar vaste jurisprudentie (RvS 20 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:457).

18van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een routinematige tussenbeslissing in een individuele vreemdelingenzaak op basis van vaste jurisprudentie; er worden geen nieuwe rechtsvragen beantwoord en de uitkomst is louter procedureel van aard.

Belangrijkste punten

  • 1Voorlopige voorziening toegewezen op grond van vaste lijn RvS (ECLI:NL:RVS:2019:457)
  • 2Uitzetting geschorst totdat op het hoger beroep is beslist
  • 3Verzoek omvatte tevens opvang en verstrekkingen
  • 4Minister van Asiel en Migratie veroordeeld tot proceskosten van € 934,00
  • 5Uitspraak is voorlopig van aard; inhoudelijke beoordeling volgt in hoger beroep

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de bestaande praktijk waarbij de voorzieningenrechter van de Afdeling een schorsende werking toekent aan een lopend hoger beroep in vreemdelingenzaken op basis van vaste jurisprudentie, zonder nadere inhoudelijke toetsing zichtbaar in de gepubliceerde overwegingen.

Praktische impact

De vreemdeling is beschermd tegen uitzetting zolang de hogerberoepsprocedure loopt en heeft recht op opvang en verstrekkingen gedurende die periode; de overheid draagt de proceskosten.

Onderwerp-impact

In asiel- en migratiezaken biedt dit type voorlopige voorziening een tijdelijke maar cruciale rechtsbescherming, waarmee uitzetting effectief wordt opgeschort in afwachting van een inhoudelijke rechterlijke beslissing.

Samenvatting

In deze zaak heeft een vreemdeling de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verzocht om een voorlopige voorziening te treffen, inhoudende dat hij niet zou worden uitgezet zolang zijn hoger beroep nog niet is beslist, en dat hij recht op opvang en verstrekkingen zou krijgen. Dit verzoek is ingediend in het kader van een hogerberoepsprocedure tegen een beslissing van de minister van Asiel en Migratie. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe. Onder verwijzing naar de vaste lijn van de Afdeling, zoals neergelegd in de uitspraak van 20 februari 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:457), wordt bij wijze van voorlopige voorziening bepaald dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet totdat op het ingestelde hoger beroep is beslist. De minister van Asiel en Migratie wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, begroot op € 934,00, volledig toe te rekenen aan beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak is sterk beknopt gehouden en bevat geen inhoudelijke motivering over de kansen van het hoger beroep of de specifieke omstandigheden van de vreemdeling. Dit past bij de aard van een voorlopige voorzieningsprocedure, waarbij snel en zonder volledig dossieronderzoek wordt beslist om onomkeerbare gevolgen — zoals uitzetting — te voorkomen in afwachting van een definitief oordeel. De juridische impact is beperkt tot de individuele zaak; er worden geen nieuwe rechtsvragen gesteld of beantwoord. Voor de betrokken vreemdeling is de beslissing echter van direct en wezenlijk belang, nu deze hem bescherming biedt tegen uitzetting en recht geeft op opvang gedurende de lopende procedure.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 6 september 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339, Raad van State, 09-09-2026, 202500974/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5326Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5326, Raad van State, 09-09-2026, 202505339/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5361Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5361, Raad van State, 09-09-2026, 202503177/1/R1

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5354Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5354, Raad van State, 09-09-2026, 202406781/1/A3

Raad van State9 sep 2026OverheidVergunningen
18/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied