Vreemdeling krijgt schorsing uitzetting in afwachting hoger beroep
ECLI:NL:RVS:2026:5083, Raad van State, 28-08-2026, BRS.26.004533
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 10 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
Kern van de zaak
Een vreemdeling heeft bij de voorzieningenrechter van de Raad van State een voorlopige voorziening gevraagd om uitzetting te voorkomen en opvang te krijgen, in afwachting van de behandeling van zijn hoger beroep tegen een beslissing van de minister van Asiel en Migratie.
Beslissing van de rechter
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe: de vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. De minister wordt veroordeeld in de proceskosten van € 934,00; doorslaggevend is de verwijzing naar vaste jurisprudentie (RvS 20 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:457).
Impactscore
LaagHet betreft een routinematige tussenbeslissing in een individuele vreemdelingenzaak op basis van vaste jurisprudentie; er worden geen nieuwe rechtsvragen beantwoord en de uitkomst is louter procedureel van aard.
Belangrijkste punten
- 1Voorlopige voorziening toegewezen op grond van vaste lijn RvS (ECLI:NL:RVS:2019:457)
- 2Uitzetting geschorst totdat op het hoger beroep is beslist
- 3Verzoek omvatte tevens opvang en verstrekkingen
- 4Minister van Asiel en Migratie veroordeeld tot proceskosten van € 934,00
- 5Uitspraak is voorlopig van aard; inhoudelijke beoordeling volgt in hoger beroep
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de bestaande praktijk waarbij de voorzieningenrechter van de Afdeling een schorsende werking toekent aan een lopend hoger beroep in vreemdelingenzaken op basis van vaste jurisprudentie, zonder nadere inhoudelijke toetsing zichtbaar in de gepubliceerde overwegingen.
Praktische impact
De vreemdeling is beschermd tegen uitzetting zolang de hogerberoepsprocedure loopt en heeft recht op opvang en verstrekkingen gedurende die periode; de overheid draagt de proceskosten.
Onderwerp-impact
In asiel- en migratiezaken biedt dit type voorlopige voorziening een tijdelijke maar cruciale rechtsbescherming, waarmee uitzetting effectief wordt opgeschort in afwachting van een inhoudelijke rechterlijke beslissing.
Samenvatting
In deze zaak heeft een vreemdeling de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verzocht om een voorlopige voorziening te treffen, inhoudende dat hij niet zou worden uitgezet zolang zijn hoger beroep nog niet is beslist, en dat hij recht op opvang en verstrekkingen zou krijgen. Dit verzoek is ingediend in het kader van een hogerberoepsprocedure tegen een beslissing van de minister van Asiel en Migratie. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe. Onder verwijzing naar de vaste lijn van de Afdeling, zoals neergelegd in de uitspraak van 20 februari 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:457), wordt bij wijze van voorlopige voorziening bepaald dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet totdat op het ingestelde hoger beroep is beslist. De minister van Asiel en Migratie wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, begroot op € 934,00, volledig toe te rekenen aan beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak is sterk beknopt gehouden en bevat geen inhoudelijke motivering over de kansen van het hoger beroep of de specifieke omstandigheden van de vreemdeling. Dit past bij de aard van een voorlopige voorzieningsprocedure, waarbij snel en zonder volledig dossieronderzoek wordt beslist om onomkeerbare gevolgen — zoals uitzetting — te voorkomen in afwachting van een definitief oordeel. De juridische impact is beperkt tot de individuele zaak; er worden geen nieuwe rechtsvragen gesteld of beantwoord. Voor de betrokken vreemdeling is de beslissing echter van direct en wezenlijk belang, nu deze hem bescherming biedt tegen uitzetting en recht geeft op opvang gedurende de lopende procedure.