New York Pizza hoeft geen exploitatievergunning voor afhalen
ECLI:NL:RVS:2026:5072, Raad van State, 19-08-2026, 202505736/1/A3
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 15 november 2023 heeft de burgemeester de door [wederpartij] aangevraagde exploitatievergunning geweigerd. Bij besluit van 4 juli 2024 heeft de burgemeester het door [wederpartij] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 8 oktober 2025 heeft de rechtbank voor zover van belang het door [wederpartij] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 4 juli 2024 vernietigd, het besluit van 15 november 2023 herroepen, de door [wederpartij] op 10 juli 2023 aangevraagde exploitatievergunning geweigerd en bepaald dat die uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit.
Kern van de zaak
De burgemeester van Landgraaf eiste een exploitatievergunning van een New York Pizza-vestiging op grond van de APV Landgraaf, stellende dat de zaak een horecabedrijf zou zijn. De exploitant betwistte dit, omdat bij hem pizza's uitsluitend worden afgehaald en niet ter plekke geconsumeerd. De zaak draaide om de uitleg van het begrip 'directe consumptie' in artikel 2:27, eerste lid, van de APV Landgraaf.
Beslissing van de rechter
De Raad van State verklaart het hoger beroep van de burgemeester ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Doorslaggevend is dat de APV Landgraaf als horecabedrijf alleen ondernemingen aanwijst waar sprake is van daadwerkelijke directe consumptie, en 'geschikt voor directe consumptie' — de ruimere uitleg die de burgemeester voorstaat — staat niet in de verordening vermeld.
Impactscore
MiddelDe uitspraak heeft praktische betekenis voor afhaalconcepten en gemeentelijk APV-beleid, maar is sterk casuïstisch en gebonden aan de specifieke tekst van de APV Landgraaf; de bredere werking is beperkt tenzij andere gemeenten identieke bewoordingen hanteren.
Belangrijkste punten
- 1De tekst van artikel 2:27, eerste lid, APV Landgraaf vereist 'directe consumptie', niet louter 'geschikt voor directe consumptie'; een ruimere uitleg is niet toelaatbaar.
- 2Verwijzingen naar de model-APV en een uitspraak van Rechtbank Overijssel (ECLI:NL:RBOVE:2014:4293) baten de burgemeester niet, nu het anders geformuleerde verordeningen betreft.
- 3De uitzondering in artikel 2.8, tiende lid, APV Landgraaf biedt geen aanknopingspunt voor de definitie van 'horecabedrijf'.
- 4De New York Pizza-vestiging is geen horecabedrijf in de zin van de APV, zodat geen exploitatievergunning vereist is voor het afhaalconcept.
- 5Het voorwaardelijk incidenteel hoger beroep van de exploitant is vervallen nu het hoger beroep van de burgemeester ongegrond is.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak verduidelijkt dat gemeenten bij handhaving van horecavergunningplichten gebonden zijn aan de strikte bewoordingen van hun eigen APV; een teleologische of analoge uitleg ten nadele van de burger is niet toegestaan zonder expliciete wettelijke grondslag.
Praktische impact
Afhaalzaken zoals pizzabezorgketens die geen gelegenheid bieden voor consumptie ter plaatse, hoeven in gemeenten met vergelijkbaar geformuleerde APV-bepalingen geen exploitatievergunning als horecabedrijf aan te vragen, wat administratieve lasten en handhavingsrisico's vermindert.
Onderwerp-impact
Voor de horeca- en retailsector schept deze uitspraak duidelijkheid over de grens tussen afhaalzaken en horecabedrijven; gemeenten die afhaalconcepten willen reguleren, zullen hun APV-tekst daartoe expliciet moeten aanpassen.
Samenvatting
In deze zaak stond centraal of een New York Pizza-vestiging in Landgraaf als 'horecabedrijf' in de zin van artikel 2:27, eerste lid, van de APV Landgraaf 2023 moet worden aangemerkt, en daarmee vergunningplichtig is. De burgemeester van Landgraaf had zich op het standpunt gesteld dat de vestiging — waar klanten pizza's kunnen afhalen maar niet ter plaatse consumeren — toch valt onder de vergunningplicht, omdat de producten 'geschikt zijn voor directe consumptie'. De rechtbank verwierp dit standpunt en de burgemeester stelde hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak volgt de rechtbank volledig. Zij overweegt dat de APV Landgraaf als kenmerk van een horecabedrijf het verstrekken van eten of drinken voor 'directe consumptie' noemt, en dat dit begrip niet gelijkgesteld kan worden met 'geschikt voor directe consumptie'. Zelfs als het woord 'direct' als bijvoeglijk naamwoord wordt gelezen, verandert dat niets aan de beperkte reikwijdte van de bepaling. De door de burgemeester aangehaalde model-APV en de uitspraak van Rechtbank Overijssel uit 2014 kunnen hem niet helpen, omdat die op anders geformuleerde verordeningen zien. Ook de uitzonderingsbepaling in artikel 2.8, tiende lid, APV Landgraaf biedt geen steun voor de ruimere uitleg. De Afdeling concludeert dat de New York Pizza-vestiging geen horecabedrijf is in de zin van de APV, zodat voor het louter afhalen van pizza's geen exploitatievergunning vereist is. Het hoger beroep van de burgemeester is ongegrond en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Het voorwaardelijk incidenteel hoger beroep van de exploitant is komen te vervallen. De burgemeester wordt veroordeeld in de proceskosten van de exploitant in hoger beroep. De uitspraak onderstreept dat gemeenten bij het handhaven van vergunningplichten strikt aan de bewoordingen van hun eigen verordening zijn gebonden.