JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:5068Middel38/100

RvS wijst geheimhouding AIVD-stukken deels af

ECLI:NL:RVS:2026:5068, Raad van State, 27-08-2026, 202504931/2/A3

Raad van StateUitspraak: 27 augustus 2026Publicatie: 28 augustus 2026
Zaaknummer:202504931/2/A3
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Vreemdelingenrecht
Overheid
Handhaving
Vergunningen
Artikel 8 29 Awb
Nationale Veiligheid
Verklaring Van Geen Bezwaar
Geheimhouding
Aivd

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

[appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Midden­Nederland van 28 juli 2025 in zaak nr. 24/4762. In die uitspraak heeft de rechtbank geoordeeld dat de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de verklaring van geen bezwaar, die [appellant] nodig heeft voor zijn baan, mocht intrekken. De minister heeft de Afdeling wegens het bestaan van gewichtige redenen verzocht te bepalen dat alleen de Afdeling van de stukken kennis zal nemen. Die gewichtige redenen zijn volgens de minister dat de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) zijn wettelijke taken uitsluitend binnen een zekere mate van geheimhouding effectief kan uitvoeren.

Kern van de zaak

Een appellant vecht bij de Raad van State een ingetrokken verklaring van geen bezwaar aan. De minister verzoekt om beperkte kennisneming van vijf bijlagen, omdat openbaarmaking AIVD-onderzoeken en de nationale veiligheid zou schaden. De Afdeling moet beoordelen of dit verzoek om geheimhouding gerechtvaardigd is.

Beslissing van de rechter

Het geheimhoudingsverzoek van de minister wordt gedeeltelijk toegewezen en gedeeltelijk afgewezen. Passages in bijlage 1 die verwijzen naar openbare rechterlijke uitspraken en bepaalde passages in bijlage 2 hoeven niet geheim te blijven, omdat de informatie al openbaar is of de appellant er al kennis van heeft genomen; voor het overige is beperkte kennisneming wel gerechtvaardigd vanwege de bescherming van nationale veiligheid en AIVD-geheimhouding.

38van 100

Impactscore

Middel

De uitspraak betreft een procedurele tussenbeslissing in een geheimhoudingsincident en bevestigt bestaand recht; de impact is relevant voor AIVD-gerelateerde procedures maar heeft geen richtinggevend karakter voor het bredere bestuursrecht.

Belangrijkste punten

  • 1De minister beroept zich op artikel 23 Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten 2017 als grondslag voor de geheimhoudingsplicht.
  • 2De Afdeling weegt het belang van hoor en wederhoor en gelijke informatietogang af tegen het algemeen belang van nationale veiligheid.
  • 3Informatie die al openbaar is of waarvan de appellant al kennis heeft genomen, kan niet opnieuw worden geheim gehouden.
  • 4Geheimhouding wordt gedeeltelijk gerechtvaardigd geacht voor stukken die lopende en toekomstige AIVD-onderzoeken kunnen frustreren.
  • 5De beslissing is genomen door een enkelvoudige geheimhoudingskamer op grond van artikel 8:29, derde lid, Awb.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt dat reeds openbare informatie niet alsnog onder geheimhouding kan worden gebracht, zelfs niet wanneer nationale veiligheidsbelangen spelen. Het toetsingskader van artikel 8:29 Awb vereist een concrete, op documentniveau onderbouwde belangenafweging.

Praktische impact

De appellant krijgt alsnog toegang tot de passages over rechterlijke uitspraken in bijlage 1 en delen van bijlage 2, waardoor zijn positie in de hoofdzaak over de ingetrokken verklaring van geen bezwaar wordt versterkt. De overige geheime stukken blijven buiten zijn bereik.

Onderwerp-impact

Voor procedures waarbij AIVD-informatie een rol speelt bij verklaringen van geen bezwaar, maakt deze uitspraak duidelijk dat de geheimhoudingskamer kritisch toetst op documentniveau en niet volstaat met een generieke beroep op nationale veiligheid.

Samenvatting

In deze zaak heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een tussenbeslissing genomen in een geheimhoudingsincident dat is gerezen in een hoger beroepsprocedure over een ingetrokken verklaring van geen bezwaar. De minister had verzocht om beperkte kennisneming van vijf bijlagen (bijlagen 1 tot en met 5) die ten grondslag lagen aan de intrekking van die verklaring. De minister onderbouwde dit verzoek met een beroep op artikel 23 van de Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten 2017, dat het hoofd van de AIVD verplicht tot geheimhouding van gegevens en bronnen. Openbaarmaking zou lopende en toekomstige onderzoeken kunnen frustreren en de nationale veiligheid in gevaar brengen. De Afdeling heeft de stukken ingezien en een concrete afweging gemaakt per document en per passage, conform het toetsingskader van artikel 8:29, derde lid, Awb. Dit kader vereist een balans tussen het belang van gelijke informatietoegang voor partijen en het belang van de bestuursrechter bij volledige informatievoorziening enerzijds, en het algemeen belang of belangen van derden anderzijds. De Afdeling oordeelde dat het geheimhoudingsverzoek slechts gedeeltelijk gerechtvaardigd is. Specifiek ten aanzien van bijlage 1 stelde de Afdeling vast dat de eerste twee pagina's verwijzen naar geanonimiseerde maar openbare rechterlijke uitspraken, waarvan de appellant bovendien al kennis had genomen via een eerder in beroep overgelegde geschoonde versie. Dergelijke informatie kan niet opnieuw geheim worden verklaard. Ook bepaalde passages in bijlage 2 werden niet geheimhoudingswaardig geacht, met uitzondering van de eerste alinea daarvan. Voor het overige werd het verzoek toegewezen, omdat de resterende stukken wel gevoelige operationele informatie bevatten die de nationale veiligheid raakt. De uitspraak illustreert dat een generiek beroep op nationale veiligheid onvoldoende is; de geheimhoudingskamer toetst nauwkeurig op documentniveau.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 7 september 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak
38van 100
MiddelLees toelichting ↓

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339, Raad van State, 09-09-2026, 202500974/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5326Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5326, Raad van State, 09-09-2026, 202505339/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5361Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5361, Raad van State, 09-09-2026, 202503177/1/R1

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5354Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5354, Raad van State, 09-09-2026, 202406781/1/A3

Raad van State9 sep 2026OverheidVergunningen
18/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied