JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:5066Laag22/100

Minister veroordeeld in proceskosten na inwilliging asielaanvraag

ECLI:NL:RVS:2026:5066, Raad van State, 31-08-2026, 202500265/1/V1

Raad van StateUitspraak: 31 augustus 2026Publicatie: 28 augustus 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:202500265/1/V1
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Vreemdelingenrecht
Overheid
Vergunningen
Niet Tijdig Beslissen
Proceskosten
Asielaanvraag
Tegemoetkomen
Artikel 8 75 Awb

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Verzoeker, vertegenwoordigd door mr. T.M. van der Wal, advocaat in Heerenveen, heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle, van 19 december 2024, in zaak nr. NL24.40709.

Kern van de zaak

Een asielzoeker stelde hoger beroep in tegen de door de rechtbank bepaalde beslistermijn, omdat de minister niet tijdig een besluit nam op zijn asielaanvraag. Hangende het hoger beroep nam de minister alsnog een besluit en willigde de asielaanvraag in. Verzoeker trok daarop het hoger beroep in en verzocht om proceskostenveroordeling van de minister.

Beslissing van de rechter

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State veroordeelt de minister van Asiel en Migratie tot vergoeding van proceskosten van € 467,00. Het alsnog nemen van een besluit hangende het hoger beroep wordt aangemerkt als tegemoetkomen in de zin van artikel 8:75 Awb, hetgeen de proceskostenveroordeling rechtvaardigt.

22van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak bevestigt uitsluitend bestaande vaste jurisprudentie over proceskostenveroordeling bij niet-tijdig beslissen en introduceert geen nieuwe rechtsregels. De feitelijke en juridische reikwijdte is beperkt tot een individuele proceskostenbeslissing.

Belangrijkste punten

  • 1Alsnog nemen van een besluit hangende hoger beroep wegens niet-tijdig beslissen geldt als 'tegemoetkomen' ex artikel 8:75 Awb
  • 2Proceskostenveroordeling is mogelijk bij intrekking hoger beroep als het belang is vervallen door toedoen van de minister
  • 3Wegingsfactor 0,5 toegepast omdat het hoger beroep uitsluitend over het niet tijdig beslissen ging
  • 4De minister willigde de asielaanvraag in bij besluit van 22 juli 2026; geen beroep van rechtswege ontstaan
  • 5Vaste rechtspraak bevestigd: RvS 2019:665 en RvS 2024:4296 als precedenten aangehaald

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt vaste jurisprudentie dat het alsnog nemen van een besluit bij niet-tijdig beslissen steeds als tegemoetkomen wordt aangemerkt voor de proceskostenveroordeling ex artikel 8:75 Awb. Dit geldt ook als het hoger beroep over de door de rechtbank bepaalde beslistermijn gaat.

Praktische impact

Asielzoekers die succesvol procederen wegens niet-tijdig beslissen krijgen bij een alsnog ingenomen positief besluit hun proceskosten vergoed, ook als zij het hoger beroep intrekken. De minister loopt daarmee altijd proceskosten op bij te laat beslissen.

Onderwerp-impact

In asielzaken bevestigt deze uitspraak dat de minister proceskosten draagt wanneer hij pas na aanvang van hoger beroepsprocedures een besluit neemt, wat een financiële prikkel geeft om tijdig te beslissen op asielaanvragen.

Samenvatting

In deze zaak had een asielzoeker hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, omdat de minister van Asiel en Migratie niet tijdig had beslist op zijn asielaanvraag. Het hoger beroep richtte zich specifiek op de door de rechtbank vastgestelde beslistermijn. Hangende de hogerberoepsprocedure nam de minister alsnog een besluit op 22 juli 2026 en willigde de asielaanvraag in. Hierop trok verzoeker het hoger beroep in en verzocht de Afdeling de minister te veroordelen in de proceskosten op grond van artikel 8:75 van de Awb. De centrale juridische vraag was of het alsnog nemen van een besluit tijdens de hogerberoepsprocedure kan worden aangemerkt als 'tegemoetkomen' in de zin van artikel 8:75 Awb, waardoor een proceskostenveroordeling gerechtvaardigd is. De Afdeling beantwoordt deze vraag bevestigend, onder verwijzing naar vaste jurisprudentie (RvS 5 augustus 2020, RvS 28 februari 2019 en RvS 24 oktober 2024). Het feit dat het hoger beroep over de beslistermijn ging en niet direct over de inhoud van de asielaanvraag, doet hieraan niet af: door het nemen van het besluit is het belang bij een uitspraak op het hoger beroep komen te vervallen door toedoen van de minister. De Afdeling veroordeelt de minister tot vergoeding van € 467,00 aan proceskosten, berekend op basis van één punt voor het hogerberoepschrift met wegingsfactor 0,5. Die verlaagde wegingsfactor is toegepast omdat het hoger beroep uitsluitend betrekking had op het niet tijdig nemen van een besluit, een relatief eenvoudige kwestie. Nu de asielaanvraag is ingewilligd en verzoeker niet heeft aangegeven het met dat besluit oneens te zijn, is ook geen beroep van rechtswege ontstaan. De uitspraak bevestigt daarmee bestaande rechtspraak zonder nieuwe regels te introduceren.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 4 september 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339, Raad van State, 09-09-2026, 202500974/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5326Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5326, Raad van State, 09-09-2026, 202505339/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5361Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5361, Raad van State, 09-09-2026, 202503177/1/R1

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5354Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5354, Raad van State, 09-09-2026, 202406781/1/A3

Raad van State9 sep 2026OverheidVergunningen
18/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied