Dwangsom gedeeltelijk vernietigd: garage geen bijbehorend bouwwerk
ECLI:NL:RVS:2026:5039, Raad van State, 27-08-2026, 202601972/1/R4 en 202601972/2/R4
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 27 oktober 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van West Maas en Waal aan [verzoeker] een last onder dwangsom opgelegd vanwege het zonder omgevingsvergunning realiseren van een opbouw op een bijbehorend bouwwerk, het realiseren van meer oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken dan de verleende omgevingsvergunning toestaat en het realiseren van een carport op het voorerf.
Kern van de zaak
Een bewoner in Beneden-Leeuwen ontving een last onder dwangsom van de gemeente West Maas en Waal wegens het zonder vergunning realiseren van een opbouw op een bijbehorend bouwwerk, overschrijding van de maximale oppervlakte en een carport op het voorerf. De bewoner bestreed de kwalificatie van zijn garage als bijbehorend bouwwerk en vond de last voor de opbouw te vergaand.
Beslissing van de rechter
De voorzieningenrechter van de Raad van State wijst het verzoek om voorlopige voorziening gedeeltelijk toe: de last wordt vernietigd voor zover deze ziet op de opbouw op het bijbehorend bouwwerk en het aantal vierkante meters aan bijbehorende bouwwerken. Het verzoek wordt voor het overige afgewezen. De doorslaggevende reden lijkt te zijn dat de garage ten onrechte als bijbehorend bouwwerk is meegeteld, waardoor de oppervlakteberekening en daarmee de grondslag van de last deels onjuist was.
Impactscore
LaagHet betreft een casuïstische uitspraak in een voorlopige voorzieningenprocedure over een individueel handhavingsbesluit; de juridische principes zijn niet vernieuwend maar de uitkomst is praktisch relevant voor de betrokken partij.
Belangrijkste punten
- 1Gemeente legde last onder dwangsom op wegens drie overtredingen: onvergunde opbouw, overschrijding van 100 m² bijbehorende bouwwerken en carport op voorerf
- 2Kerngeschil betreft de kwalificatie van de garage als bijbehorend bouwwerk voor de oppervlakteberekening
- 3Rechtbank oordeelde in eerste aanleg dat de last terecht was opgelegd; RvS herziet dit gedeeltelijk
- 4Voorzieningenrechter vernietigt last voor zover betrekking hebbend op opbouw en overschrijding vierkante meters
- 5Toepassing artikel 8:86 Awb: onmiddellijke uitspraak in de hoofdzaak zonder nader onderzoek
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak verduidelijkt de kwalificatiecriteria voor 'bijbehorende bouwwerken' in het kader van vergunningverlening en handhaving onder het (tijdelijke deel van het) omgevingsplan, wat relevant is voor de toepassing van oppervlaktenormen bij handhavingsbeslissingen.
Praktische impact
De bewoner hoeft de last voor de opbouw en de overschrijding van het aantal vierkante meters niet na te leven; voor de carport op het voorerf blijft de last in stand en dient hij actie te ondernemen.
Onderwerp-impact
Voor gemeenten die handhaven op bijbehorende bouwwerken benadrukt deze uitspraak het belang van een correcte kwalificatie van bouwwerken voordat een last onder dwangsom wordt opgelegd, met name bij gecombineerde overtredingen.
Samenvatting
In deze zaak stond een last onder dwangsom centraal die het college van burgemeester en wethouders van de gemeente West Maas en Waal op 27 oktober 2025 had opgelegd aan een bewoner in Beneden-Leeuwen. De last was gebaseerd op drie vermeende overtredingen: het zonder omgevingsvergunning realiseren van een opbouw op een bijbehorend bouwwerk in de achtertuin, het overschrijden van de vergunde maximale oppervlakte van 100 m² aan bijbehorende bouwwerken, en het plaatsen van een carport op het voorerf. De bewoner had in 2020 een omgevingsvergunning verkregen voor een carport en veranda in afwijking van het bestemmingsplan, waarbij de 100 m²-norm was vastgelegd. De rechtbank had de last in eerste aanleg volledig in stand gelaten, waarbij zij oordeelde dat de garage terecht als bijbehorend bouwwerk was meegeteld in de oppervlakteberekening. De bewoner ging in hoger beroep en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter van de Raad van State zag aanleiding om onmiddellijk uitspraak te doen in de hoofdzaak op grond van artikel 8:86 Awb. De kernvraag was of de garage terecht als bijbehorend bouwwerk was gekwalificeerd voor de berekening van de vergunde oppervlakte. De voorzieningenrechter oordeelt dat dit niet het geval is en vernietigt de last voor zover die betrekking heeft op de opbouw op het bijbehorend bouwwerk en de overschrijding van het aantal vierkante meters. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen, wat suggereert dat de hoofdzaak op dit punt reeds is afgedaan. De last blijft voor het overige — de carport op het voorerf — in stand. De uitspraak illustreert het belang van een zorgvuldige kwalificatie van bouwwerken bij handhaving onder het omgevingsrecht.