JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:5020Laag28/100

Dakraam voldoet niet aan brandveiligheidseis, handhaving deels vernietigd

ECLI:NL:RVS:2026:5020, Raad van State, 26-08-2026, 202402626/1/R3

Raad van StateUitspraak: 26 augustus 2026Publicatie: 26 augustus 2026
Procedure:Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer:202402626/1/R3
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Omgevingsrecht
Handhaving
Vergunningen
Bouw
Omgevingswet Overgangsrecht
Brandveiligheid
Last Onder Dwangsom
Bouwbesluit 2012
Dakraam

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 2 april 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Westland het verzoek van [partij] om handhavend op te treden tegen twee dakramen in de woning van [appellant] op het perceel [locatie] in ’s-Gravenzande, afgewezen. [partij] heeft het college verzocht om handhavend op te treden tegen twee dakramen in het dak van de woning aan de [locatie] in ’s-Gravenzande. Volgens [partij] zijn deze dakramen in strijd met de in het Bouwbesluit 2012 (bouwbesluit) opgenomen eisen over de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag. [appellant] is eigenaar van de woning. Op 9 oktober 2018 heeft een toezichthouder van de gemeente Westland een controle uitgevoerd op het perceel. De rechtbank heeft overwogen dat in dit geval niet artikel 2.84, eerste lid, van het Bouwbesluit, maar artikel 2.85 van het Bouwbesluit van toepassing is, omdat met het plaatsen van het dakraam sprake is van het gedeeltelijk veranderen van een bestaand bouwwerk.

Kern van de zaak

Een buurman verzocht de gemeente Westland handhavend op te treden tegen twee vergunningsvrij geplaatste Velux-dakramen van de eigenaar van een woning in 's-Gravenzande. De dakramen zouden niet voldoen aan de minimale weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag (60 minuten) uit het Bouwbesluit 2012. Het college legde een last onder dwangsom op, waartegen de eigenaar in hoger beroep ging.

Beslissing van de rechter

De Afdeling verklaart het incidenteel hoger beroep van de eigenaar ongegrond en verklaart de van rechtswege ontstane beroepen van beide partijen tegen het besluit van 3 juni 2024 ongegrond. Echter, het handhavingsbesluit van 14 november 2024 wordt vernietigd. De doorslaggevende grondslag is dat het Bouwbesluit 2012 (oud recht) van toepassing blijft op grond van het overgangsrecht van de Invoeringswet Omgevingswet, en dat het dakraam niet voldoet aan de wbdbo-eis.

28van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak past bestaand overgangsrecht toe op een feitelijk specifieke casus over een enkel dakraam en stelt geen nieuwe rechtsregels. De vernietiging van één besluit beperkt de bredere juridische betekenis.

Belangrijkste punten

  • 1Op grond van artikel 4.23 Invoeringswet Omgevingswet blijft het Bouwbesluit 2012 van toepassing op lasten onder dwangsom opgelegd vóór 1 januari 2024.
  • 2De toezichthouder constateerde in 2018 dat de Velux-dakramen niet voldoen aan de minimale 60-minuteneis voor weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag (artikel 2.84 Bouwbesluit).
  • 3Eén dakraam is in 2020 verwijderd, maar het resterende dakraam voldoet nog steeds niet aan de wbdbo-eis.
  • 4Het incidenteel hoger beroep van de eigenaar wordt ongegrond verklaard; de handhaving door het college wordt in beginsel rechtmatig bevonden.
  • 5Het besluit van 14 november 2024 wordt door de Afdeling vernietigd, wat wijst op een procedurefout of inhoudelijk gebrek bij dat specifieke besluit.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de werking van het overgangsrecht van de Invoeringswet Omgevingswet: op vóór 2024 opgelegde lasten onder dwangsom blijft het oude Bouwbesluit 2012 van toepassing. Dit is relevant voor lopende handhavingstrajecten die de overgang naar de Omgevingswet overspannen.

Praktische impact

De eigenaar van de woning blijft gebonden aan de last onder dwangsom met betrekking tot het resterende dakraam en dient dit in overeenstemming te brengen met de brandveiligheidseisen van het Bouwbesluit 2012. Het vernietigde besluit van november 2024 zal opnieuw moeten worden genomen.

Onderwerp-impact

Voor de bouwpraktijk benadrukt deze zaak dat vergunningsvrij geplaatste bouwwerken nog steeds moeten voldoen aan brandveiligheidsvoorschriften, en dat handhaving hiervan ook jaren na plaatsing mogelijk blijft.

Samenvatting

In deze zaak stond centraal of een Velux-dakraam in een woning in 's-Gravenzande voldeed aan de brandveiligheidseis uit het Bouwbesluit 2012, meer specifiek de minimale weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag van 60 minuten als bedoeld in artikel 2.84 van dat besluit. Op verzoek van een buurman voerde de gemeente Westland in 2018 een controle uit, waarbij werd geconstateerd dat de vergunningsvrij geplaatste dakramen niet aan deze eis voldeden vanwege het type raam en de geringe afstand tot de erfgrens. Het college van burgemeester en wethouders legde op 6 december 2021 een last onder dwangsom op aan de eigenaar van de woning. Van belang voor de procedurele beoordeling is het overgangsrecht bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024. Op grond van artikel 4.23, eerste lid, van de Invoeringswet Omgevingswet blijft op een vóór die datum opgelegde last onder dwangsom het oude recht van toepassing totdat de last volledig is uitgevoerd, de dwangsom is verbeurd en betaald, of de last is opgeheven. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State past dit overgangsrecht toe en beoordeelt de zaak derhalve naar het Bouwbesluit 2012. Hoewel één van de twee dakramen in 2020 vrijwillig werd verwijderd, oordeelt de Afdeling dat het resterende dakraam nog steeds niet aan de wbdbo-eis voldoet. Het incidenteel hoger beroep van de eigenaar wordt ongegrond verklaard, evenals de van rechtswege ontstane beroepen van zowel de eigenaar als de verzoekende buurman tegen het besluit van 3 juni 2024. Opvallend is dat de Afdeling het besluit van het college van 14 november 2024 wél vernietigt, wat erop duidt dat aan dit latere besluit een formeel of inhoudelijk gebrek kleeft. De uitspraak illustreert het belang van het overgangsrecht bij de invoering van de Omgevingswet voor lopende handhavingsprocedures.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 7 september 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339, Raad van State, 09-09-2026, 202500974/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5326Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5326, Raad van State, 09-09-2026, 202505339/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5361Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5361, Raad van State, 09-09-2026, 202503177/1/R1

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5354Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5354, Raad van State, 09-09-2026, 202406781/1/A3

Raad van State9 sep 2026OverheidVergunningen
18/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied