JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:4998Laag28/100

Geen compensatie kinderopvangtoeslag bij opvang zonder gastouderbureau

ECLI:NL:RVS:2026:4998, Raad van State, 26-08-2026, 202500552/1/A2

Raad van StateUitspraak: 26 augustus 2026Publicatie: 26 augustus 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:202500552/1/A2
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Socialezekerheidsrecht
Overheid
Financiele Dienstverlening
Toeslagenaffaire
Kinderopvangtoeslag
Dienst Toeslagen
Compensatie
Gastouderbureau

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluiten van 4 maart 2022 heeft de Dienst Toeslagen, in het kader van de hersteloperatie toeslagen, aan [appellante] compensatie toegekend voor de toeslagjaren 2008 en 2009 en dat geweigerd voor de toeslagjaren 2010 tot en met 2013. [appellante] heeft voor de jaren 2008 tot en met 2013 (voorschotten) kinderopvangtoeslag ontvangen, die zij later moest terugbetalen. Op 13 november 2019 heeft zij een verzoek gedaan voor een zogenoemde herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag voor die jaren. Naar aanleiding daarvan heeft de Dienst Toeslagen vastgesteld dat sprake was van institutionele vooringenomenheid bij de uitvoering van de kinderopvangtoeslag voor die jaren. [appellante] betoogt dat de rechtbank niet heeft onderkend dat het bedrag aan compensatie voor de toeslagjaren 2008 en 2009 te laag is, omdat de rentevergoeding over de gemiste kinderopvangtoeslag voor die jaren op onjuiste wijze is berekend.

Kern van de zaak

Een gedupeerde ouder vocht bij de Raad van State aan dat zij onvoldoende compensatie ontving in het kader van de kinderopvangtoeslagaffaire. Voor de jaren 2008-2009 kreeg zij compensatie, maar voor 2010-2013 niet, omdat de Dienst Toeslagen stelde dat zij evident geen recht had op toeslag: de opvang werd verzorgd door haar eigen zoon zonder tussenkomst van een geregistreerd gastouderbureau.

Beslissing van de rechter

Het hoger beroep van appellante wordt inhoudelijk besproken, maar de gronden over de toeslagjaren 2008-2009 zijn een herhaling van wat al in beroep werd aangevoerd, zonder nieuwe argumenten. De Dienst Toeslagen handhaaft zijn standpunt dat voor de jaren 2010-2013 geen compensatie verschuldigd is omdat appellante evident geen recht had op kinderopvangtoeslag. De uitspraak is op basis van de beschikbare tekst onvolledig, waardoor de definitieve uitkomst niet volledig kan worden vastgesteld.

28van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak past binnen bestaande rechtspraak over de herstelregeling kinderopvangtoeslag en stelt geen nieuwe rechtsnormen. De zaak is feitelijk van aard en de uitkomst is in lijn met eerdere beslissingen over de 'evident geen recht'-grond.

Belangrijkste punten

  • 1Appellante ontving kinderopvangtoeslag voor 2008-2013 en moest deze terugbetalen; zij vroeg herbeoordeling in het kader van de toeslagenaffaire.
  • 2Voor 2008-2009 werd compensatie toegekend (uiteindelijk € 46.403,00 inclusief rentevergoeding); voor 2010-2013 werd compensatie geweigerd.
  • 3De weigeringsgrond voor 2010-2013 is dat de opvang werd verzorgd door de eigen zoon van appellante zonder bemiddeling van een geregistreerd gastouderbureau, wat geen recht geeft op kinderopvangtoeslag.
  • 4De hogerberoepsgronden over 2008-2009 zijn inhoudelijk een herhaling van de beroepsgronden, zonder nieuwe juridische of feitelijke aanvullingen.
  • 5De Commissie van Wijzen had reeds geadviseerd geen compensatie toe te kennen voor 2010-2013, welk advies de Dienst Toeslagen heeft gevolgd.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt dat de 'evident geen recht'-uitzondering binnen de herstelregelingen kinderopvangtoeslag ook van toepassing blijft wanneer opvang plaatsvond buiten een geregistreerd gastouderbureau. Herhaling van beroepsgronden in hoger beroep leidt niet tot een heroverweging.

Praktische impact

Gedupeerde ouders die in de toeslagenaffaire geen compensatie ontvangen omdat zij evident geen recht hadden op toeslag, kunnen door enkel herhaling van argumenten hun zaak in hoger beroep niet succesvol omdraaien. Informele opvangsituaties buiten geregistreerde bureaus blijven een struikelblok voor compensatie.

Onderwerp-impact

Binnen de aanhoudende afwikkeling van de kinderopvangtoeslagaffaire benadrukt deze zaak dat herstelregelingen grenzen kennen bij evident misbruik of onterechte aanvragen, ook als er sprake was van institutionele vooringenomenheid.

Samenvatting

Deze zaak betreft een gedupeerde ouder die in het kader van de kinderopvangtoeslagaffaire een herbeoordeling aanvroeg voor de jaren 2008 tot en met 2013. De Dienst Toeslagen erkende institutionele vooringenomenheid maar weigerde compensatie voor de jaren 2010 tot en met 2013. De reden daarvoor was dat appellante in die jaren evident geen recht had op kinderopvangtoeslag: haar jongste kind werd opgevangen door haar eigen zoon, zonder tussenkomst van een geregistreerd gastouderbureau. Dit is een harde voorwaarde voor het recht op kinderopvangtoeslag. Voor de jaren 2008 en 2009 werd wel compensatie toegekend, uiteindelijk vastgesteld op € 46.403,00 inclusief een rentevergoeding. In hoger beroep bij de Raad van State betwistte appellante zowel de hoogte van de compensatie voor 2008-2009 als de weigering voor 2010-2013. Ten aanzien van de jaren 2008-2009 stelde zij dat de rentevergoeding onjuist was berekend, maar de Raad van State stelde vast dat de hogerberoepsgronden op dit punt een herhaling vormen van hetgeen reeds in beroep was aangevoerd, zonder nieuwe argumenten of onderbouwing. De centrale juridische vraag is of de Dienst Toeslagen terecht geen compensatie heeft verleend voor de periode 2010-2013 op grond van de 'evident geen recht'-uitzondering, en of de compensatieberekening voor 2008-2009 correct is. Op basis van de beschikbare tekst kan de definitieve uitkomst van het hoger beroep niet volledig worden vastgesteld, maar de toon van de overwegingen wijst erop dat de Raad van State de stellingen van appellante niet honoreert. De zaak illustreert de grenzen van de herstelregelingen in de toeslagenaffaire.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 3 oktober 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

Hoge Raad·2 okt 2026
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Zorg
ECLI:NL:HR:2026:1585

Hoge Raad vernietigt zorgmachtiging wegens niet horen mentor

62/100Bekijk
Hoge Raad·2 okt 2026
Bestuursrecht
Belastingrecht
Overheid
Financiele Dienstverlening
ECLI:NL:HR:2026:1592

Cassatieberoep niet-ontvankelijk wegens onbetaald griffierecht

28/100Bekijk
Rechtbank Den Haag·1 okt 2026
Bestuursrecht
Vreemdelingenrecht
Overheid
Dienstverlening
ECLI:NL:RBDHA:2026:29076

Syrische bekering tot christendom ongeloofwaardig bevonden, asiel afgewezen

18/100Bekijk
Raad van State·30 sep 2026
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Databescherming
ECLI:NL:RVS:2026:5804

Raad van State buigt zich over Woo-verzoek CVD/BVD-archieven

38/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied