JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:4980Laag18/100

Raad van State bevestigt handhaving bij dierenoverlast buren

ECLI:NL:RVS:2026:4980, Raad van State, 27-08-2026, 202601949/1/R3 en 202601949/2/R3

Raad van StateUitspraak: 27 augustus 2026Publicatie: 26 augustus 2026
Procedure:Voorlopige voorziening+bodemzaak
Zaaknummer:202601949/1/R3 en 202601949/2/R3
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Omgevingsrecht
Overheid
Handhaving
Vergunningen
Overgangsrecht Omgevingswet
Wabo
Last Onder Dwangsom
Dierenoverlast
Burengeschil

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 30 maart 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Ooststellingwerf aan [verzoeker] een last onder dwangsom opgelegd. Daarin is [verzoeker] onder meer gelast om de hoeveelheid dieren op het erf terug te brengen tot maximaal acht loopeenden, tien hennen en één haan. [verzoeker] woont op de [locatie A] in Oosterwolde. [partij A] woont naast [verzoeker], op de [locatie B]. De tuinen van deze percelen grenzen aan elkaar. [verzoeker] en [partij A] houden hanen en hennen op deze percelen. [verzoeker] houdt daarnaast ook loopeenden. [partij B] woont op [locatie C] in Oosterwolde. De tuinen van de woningen van [verzoeker] en [partij B] grenzen met de achterzijden ervan aan elkaar. [partij B] stelt overlast te ondervinden van de dieren die door [verzoeker] en [partij A] gehouden worden. Daarom heeft hij het college verzocht om handhavend op te treden. [verzoeker] is gelast om het aantal dieren terug te brengen zodat een situatie ontstaat waarbij het houden van dieren een ondergeschikt gebruik is van haar erf binnen de woonfunctie.

Kern van de zaak

Bewoner [partij B] in Oosterwolde klaagt over overlast van hanen, hennen en loopeenden van buren [verzoeker] en [partij A], wier tuinen aan elkaar grenzen. Hij verzocht het college in 2022 om handhavend op te treden op grond van de Wabo. Na opgelegde lasten onder dwangsom en een besluit op bezwaar belandde de zaak bij de Raad van State.

Beslissing van de rechter

De Raad van State bevestigt de aangevallen uitspraak en wijst het verzoek af. De doorslaggevende reden is dat de opgelegde handhavingsmaatregelen standhouden; nader onderzoek kon redelijkerwijs niet bijdragen aan de beoordeling, waardoor direct uitspraak in de hoofdzaak is gedaan.

18van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak past bestaand overgangsrecht en handhavingsrecht toe op een feitelijk geschil tussen buren; er worden geen nieuwe rechtsvragen beantwoord en de relevantie is sterk casuïstisch van aard.

Belangrijkste punten

  • 1Overgangsrecht Omgevingswet: omdat het handhavingsverzoek vóór 1 januari 2024 is ingediend (5 juli 2022), blijft de Wabo van toepassing tot onherroepelijkheid van het besluit.
  • 2De Afdeling maakt gebruik van artikel 8:86 Awb om onmiddellijk uitspraak te doen in de hoofdzaak, nu nader onderzoek redelijkerwijs niets toevoegt.
  • 3Controles op beide percelen stelden vast dat hanen, hennen en loopeenden aanwezig waren en zich vrij konden bewegen tussen de percelen door een open poort in de erfafscheiding.
  • 4De aangevallen uitspraak (lagere rechter) wordt volledig bevestigd.
  • 5Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen, mede doordat direct in de hoofdzaak is beslist.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de toepassing van het overgangsrecht van de Invoeringswet Omgevingswet: handhavingsverzoeken ingediend vóór 1 januari 2024 worden volledig afgewikkeld onder het oude Wabo-regime. De bevoegdheid om via artikel 8:86 Awb direct in de hoofdzaak te oordelen wordt hier opnieuw benut.

Praktische impact

Voor [verzoeker] en [partij A] betekent de bevestiging dat de opgelegde lasten onder dwangsom in stand blijven en zij hun dierenhouding zullen moeten aanpassen of beëindigen om dwangsommen te voorkomen. [partij B] ziet zijn verzoek om handhaving inhoudelijk gehonoreerd.

Onderwerp-impact

Deze uitspraak illustreert dat gemeenten handhavend kunnen optreden tegen kleinschalige dierenhouding in woonwijken die overlast veroorzaakt, ook wanneer dieren zich tussen aangrenzende percelen vrij bewegen.

Samenvatting

Deze uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 27 augustus 2026 betreft een burengeschil over dierenoverlast in Oosterwolde. Bewoner [partij B] ondervond hinder van de hanen, hennen en loopeenden die zijn buren [verzoeker] en [partij A] hielden in hun aangrenzende tuinen. Omdat een poort in de gemeenschappelijke erfafscheiding regelmatig openstond, konden de dieren zich vrij tussen de percelen bewegen. Op verzoek van [partij B] trad het college handhavend op en legde lasten onder dwangsom op. Na bezwaar en beroep bij de rechtbank kwam de zaak in hoger beroep bij de Raad van State terecht, waarbij ook een verzoek om voorlopige voorziening was ingediend. Een eerste juridische vraag betrof het toepasselijke recht: omdat het handhavingsverzoek op 5 juli 2022 was ingediend — vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 — bepaalt artikel 4.3 van de Invoeringswet Omgevingswet dat de Wabo van toepassing blijft totdat het besluit onherroepelijk is. Inhoudelijk oordeelde de Afdeling dat nader onderzoek redelijkerwijs niet kon bijdragen aan de beoordeling van de zaak en besliste zij met toepassing van artikel 8:86 Awb onmiddellijk in de hoofdzaak. De aangevallen uitspraak van de rechtbank wordt volledig bevestigd, wat betekent dat de handhavingsbeschikkingen standhouden. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen, nu er direct in de bodemzaak is beslist. De uitspraak heeft een beperkte precedentwerking: zij past bekende regels toe op een feitelijk specifiek geschil en stelt geen nieuwe rechtsvragen. Voor de betrokkenen is de praktische consequentie duidelijk: de dierenhouding dient te worden aangepast.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 6 september 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339, Raad van State, 09-09-2026, 202500974/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5326Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5326, Raad van State, 09-09-2026, 202505339/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5361Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5361, Raad van State, 09-09-2026, 202503177/1/R1

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5354Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5354, Raad van State, 09-09-2026, 202406781/1/A3

Raad van State9 sep 2026OverheidVergunningen
18/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied