JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:4932Laag8/100

Hoger beroep vreemdeling ongegrond: SIS-signalering gehandhaafd

ECLI:NL:RVS:2026:4932, Raad van State, 25-08-2026, BRS.25.002191

Raad van StateUitspraak: 25 augustus 2026Publicatie: 21 augustus 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:BRS.25.002191
Bestuursrecht
Europees bestuursrecht
Vreemdelingenrecht
Overheid
Handhaving
Terugkeerrichtlijn
Verblijfsrecht
Evenredigheidsbeginsel
Sis Signalering
Vereenvoudigde Afdoening

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 1 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan appellant verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken, hem opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten (terugkeerbesluit) en hem meegedeeld dat hij vanwege dat terugkeerbesluit in het Schengeninformatiesysteem (SIS) gesignaleerd wordt.

Kern van de zaak

Een vreemdeling (appellant) stelde hoger beroep in bij de Raad van State tegen een uitspraak van de rechtbank. De zaak betreft een SIS-signalering inzake terugkeer en de vraag of er sprake is van een andere toestemming tot verblijf in Portugal in de zin van de Terugkeerrichtlijn. De appellant meende dat het evenredigheidsbeginsel geschonden was.

Beslissing van de rechter

Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Doorslaggevend is dat het hogerberoepschrift geen rechtsvragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming beantwoord moeten worden, en dat de relevante rechtsvragen reeds door de Afdeling zijn beantwoord in een eerdere uitspraak van 17 juli 2026.

8van 100

Impactscore

Laag

De zaak wordt afgedaan via de vereenvoudigde procedure zonder inhoudelijke motivering; er worden geen nieuwe rechtsvragen beantwoord en de uitspraak heeft geen precedentwerking buiten de directe partijen.

Belangrijkste punten

  • 1Toepassing van artikel 91 lid 2 Vw 2000: vereenvoudigde afdoening zonder nadere motivering omdat geen belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bestaat.
  • 2De rechtsvragen over 'andere toestemming tot verblijf' in Portugal (artikel 6 lid 2 Terugkeerrichtlijn) en het evenredigheidsbeginsel bij SIS-signalering zijn al beantwoord in RvS 17 juli 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4177.
  • 3Geen vragen over uitleg of geldigheid van Unierecht die een prejudiciële verwijzing rechtvaardigen (HvJ 24 maart 2026, Remling, ECLI:EU:C:2026:243).
  • 4De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
  • 5Uitspraak gedaan door enkelvoudige kamer, wat de routinematige aard van de zaak onderstreept.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de toepassing van de vereenvoudigde afdoeningsprocedure ex artikel 91 lid 2 Vw 2000 en sluit aan bij de reeds gevormde lijn over SIS-signaleringen en de Terugkeerrichtlijn. Er wordt geen nieuw recht gevormd.

Praktische impact

De appellant verkrijgt geen verblijfsrecht en de SIS-signalering inzake terugkeer blijft in stand. Er is geen proceskostenveroordeling ten laste van de minister.

Onderwerp-impact

De uitspraak heeft beperkte zelfstandige betekenis voor het vreemdelingenrecht; zij bevestigt slechts bestaande jurisprudentie over de Terugkeerrichtlijn en SIS-signaleringen zonder nieuwe normen te stellen.

Samenvatting

In deze zaak stelde een vreemdeling, bijgestaan door mr. L. Soedamah, hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State tegen een uitspraak van de rechtbank. De kern van het geschil betrof de vraag of de SIS-signalering inzake terugkeer rechtmatig was en of er sprake was van een andere toestemming tot verblijf in Portugal in de zin van artikel 6, tweede lid, van de Terugkeerrichtlijn, mede in het licht van het evenredigheidsbeginsel. De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep ongegrond is en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. De afdoening vond plaats op de voet van artikel 91, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000, dat toestaat dat een hoger beroep zonder nadere motivering wordt verworpen indien het geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden. De Afdeling stelde vast dat de relevante rechtsvragen — over de uitleg van artikel 6 lid 2 Terugkeerrichtlijn en het evenredigheidsbeginsel in relatie tot SIS-signaleringen — reeds waren beantwoord in de uitspraak van 17 juli 2026 (ECLI:NL:RVS:2026:4177). Het hogerberoepschrift bood geen grond om hierover anders te oordelen. Daarnaast riep het beroepschrift geen vragen op over de uitleg of geldigheid van Unierecht die een prejudiciële verwijzing naar het Hof van Justitie zouden rechtvaardigen, conform de criteria uit het arrest Remling (HvJ 24 maart 2026, ECLI:EU:C:2026:243). De uitspraak heeft daarmee een sterk routinematig karakter en vormt geen nieuw precedent. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De SIS-signalering en de daarmee samenhangende terugkeerverplichting blijven voor de appellant ongewijzigd van kracht.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 2 september 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339, Raad van State, 09-09-2026, 202500974/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5326Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5326, Raad van State, 09-09-2026, 202505339/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5361Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5361, Raad van State, 09-09-2026, 202503177/1/R1

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5354Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5354, Raad van State, 09-09-2026, 202406781/1/A3

Raad van State9 sep 2026OverheidVergunningen
18/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied