Hoger beroep vreemdeling tegen COA-aanzegging ongegrond verklaard
ECLI:NL:RVS:2026:4929, Raad van State, 25-08-2026, BRS.26.002307
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Op 25 juni 2025 heeft het COA appellant aangezegd dat het zijn weigering de aangeboden woning te aanvaarden onterecht acht en dat zijn verstrekkingen op grond van de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 van rechtswege eindigen indien hij de woning niet binnen 24 uur accepteert.
Kern van de zaak
Een vreemdeling, bijgestaan door mr. D. Gürses, stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank over een aanzegging van het COA na weigering van een aangeboden woning. De kern van het geschil betreft de vraag of een dergelijke aanzegging een rechtsgevolg heeft.
Beslissing van de rechter
Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Doorslaggevend is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming beantwoord moeten worden (art. 91 lid 2 Vw 2000), en de rechtsvraag al eerder door de Afdeling is beantwoord.
Impactscore
LaagDe uitspraak past volledig binnen bestaande, vaste jurisprudentie en voegt geen nieuw recht toe; de verkorte afdoening op grond van art. 91 lid 2 Vw 2000 maakt dat de uitspraak minimale precedentwaarde heeft.
Belangrijkste punten
- 1Toepassing van de verkorte afdoening op grond van artikel 91 lid 2 Vw 2000 (geen nadere motiveringsplicht)
- 2De rechtsvraag over de aard van een COA-aanzegging na woningweigering is al beantwoord in uitspraken van 28 oktober 2005 en 22 maart 2018
- 3Geen aanleiding om in dit geval anders te oordelen over de rechtsgevolgen van de COA-aanzegging
- 4Geen vragen over uitleg of geldigheid van Unierecht (conform HvJ 24 maart 2026, Remling)
- 5Het COA hoeft geen proceskosten te vergoeden
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de vaste lijn dat een COA-aanzegging na woningweigering door een vreemdeling niet op een rechtsgevolg is gericht en daarmee niet appellabel is; er wordt geen nieuw recht gevormd.
Praktische impact
Voor de vreemdeling betekent dit dat zijn hoger beroep geen succes heeft en de rechtbanksuitspraak in stand blijft; hij ontvangt geen proceskostenvergoeding.
Onderwerp-impact
Vreemdelingen die een woning van het COA weigeren, kunnen de daaropvolgende aanzegging van het COA niet met succes aanvechten bij de bestuursrechter, nu de Afdeling haar vaste jurisprudentie hierover opnieuw bevestigt.
Samenvatting
In deze procedure stelde een vreemdeling, bijgestaan door mr. D. Gürses (advocaat te Utrecht), hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State tegen een uitspraak van de rechtbank. Het geschil betrof een aanzegging van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) die was gedaan nadat de vreemdeling een aangeboden woning had geweigerd. De centrale rechtsvraag was of een dergelijke aanzegging op een rechtsgevolg is gericht en daarmee vatbaar is voor bezwaar en beroep. De Afdeling heeft het hoger beroep ongegrond verklaard met toepassing van de verkorte motivering op grond van artikel 91, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Dit artikel biedt de Afdeling de mogelijkheid om af te zien van een uitgebreide motivering wanneer het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden. De Afdeling stelde vast dat de rechtsvraag over de aard van een COA-aanzegging na woningweigering reeds eerder is beantwoord in uitspraken van 28 oktober 2005 (ECLI:NL:RVS:2005:AU5528) en 22 maart 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:925). Uit die uitspraken volgt dat een dergelijke aanzegging niet op een rechtsgevolg is gericht. Het hogerberoepschrift bevatte geen argumenten die aanleiding geven om in dit geval anders te oordelen. Evenmin werden vragen over de uitleg of geldigheid van Unierecht opgeworpen, conform de criteria van het HvJ-arrest Remling van 24 maart 2026. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en het COA hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak heeft een beperkte juridische impact, omdat zij volledig aansluit bij bestaande vaste jurisprudentie en geen nieuw recht vormt.