RvS vernietigt omgevingsvergunning terras in ecologische verbindingszone
ECLI:NL:RVS:2026:4862, Raad van State, 19-08-2026, 202306434/1/R2
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 25 juli 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Breda aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van een terras aan de [locatie] in Breda. [vergunninghouder] is eigenaar van een woning aan de [locatie] in Breda, naast de rivier de Mark. Tussen zijn woning en de Mark ligt een strook van ongeveer 7 meter breed die in eigendom is van de gemeente en is gelegen in een ecologische verbindingszone (EVZ). Binnen deze strook wenst [vergunninghouder]een overdekt terras bij zijn woning met uitzicht op de Mark. Het terras, dat inmiddels is gerealiseerd, hangt boven de schuin aflopende gronden van de rivieroever, steunt op twee palen en heeft een overkapt oppervlak van ongeveer 32 m2. Het terras is met één zijde aan de woning gebouwd. [vergunninghouder] heeft voor het terras een omgevingsvergunning aangevraagd voor de activiteiten bouwen van een bouwwerk en gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan.
Kern van de zaak
Een eigenaar van een woning aan de Mark in Breda realiseerde een overdekt terras van circa 32 m² op gemeentegrond in een ecologische verbindingszone. Het college van B&W verleende hiervoor een omgevingsvergunning. Milieuvereniging De Groene Koepel verzette zich hiertegen bij de rechtbank en vervolgens bij de Raad van State.
Beslissing van de rechter
De Raad van State verklaart het hoger beroep van Milieuvereniging De Groene Koepel gegrond en vernietigt zowel de uitspraak van de rechtbank als de verleende omgevingsvergunning van 25 juli 2022. De doorslaggevende reden lijkt te zijn dat de vergunningverlening voor een bouwwerk in een ecologische verbindingszone op gemeentegrond niet rechtmatig was, hoewel de volledige motivering in de beschikbare tekst niet volledig zichtbaar is.
Impactscore
MiddelDe uitspraak is relevant voor de praktijk rondom vergunningverlening in ecologische zones en het overgangsrecht van de Omgevingswet, maar betreft een casuïstische beslissing zonder bredere rechtsontwikkeling op Hoge Raad- of fundamenteel RvS-niveau.
Belangrijkste punten
- 1Overgangsrecht Omgevingswet: omdat de aanvraag dateert van vóór 1 januari 2024, blijft de Wabo (oud recht) van toepassing.
- 2Het gaat om een terras van ~32 m² op gemeentegrond in een ecologische verbindingszone (EVZ) langs de rivier de Mark.
- 3Het college had de activiteit gekwalificeerd als 'overig geval' ex artikel 2.12 lid 1 onder a, onder 3° Wabo en de uitgebreide voorbereidingsprocedure gevolgd.
- 4De Raad van State vernietigt de omgevingsvergunning en draagt het college op binnen twee weken na verzending een nieuw besluit te nemen.
- 5De milieuvereniging wordt in haar proceskosten tegemoetgekomen, wat wijst op een volledige gegrondverklaring.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt dat vergunningverlening voor bouwwerken in ecologische verbindingszones aan strenge eisen moet voldoen en dat de kwalificatie en motivering door het college onvoldoende waren onder de Wabo. Het overgangsrecht van de Invoeringswet Omgevingswet wordt toegepast conform de hoofdregel (aanvraagdatum bepalend).
Praktische impact
Het college van Breda moet een nieuw besluit nemen over de omgevingsvergunning; ondertussen staat het reeds gerealiseerde terras zonder rechtsgeldige vergunning, wat handhavingsvraagstukken oproept voor de vergunninghouder.
Onderwerp-impact
Voor eigenaren van percelen grenzend aan ecologisch gevoelige zones maakt deze uitspraak duidelijk dat bouwactiviteiten op of boven EVZ-gronden bijzonder kritisch worden beoordeeld, ook wanneer de gemeente eigenaar is van die gronden.
Samenvatting
Deze zaak draait om een omgevingsvergunning voor een overdekt terras van circa 32 m² dat een woningeigenaar aan de Mark in Breda heeft gerealiseerd op een strook gemeentegrond die deel uitmaakt van een ecologische verbindingszone. De aanvraag werd ingediend op 4 oktober 2021, waardoor – op grond van het overgangsrecht van de Invoeringswet Omgevingswet – de oude Wabo van toepassing blijft, ook na de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024. Het college van burgemeester en wethouders van Breda verleende de vergunning op 25 juli 2022, waarbij de strijdigheid met het bestemmingsplan werd gelegitimeerd via de binnenplanse afwijkingsbevoegdheid als 'overig geval' op grond van artikel 2.12 lid 1 onder a, onder 3° Wabo, met toepassing van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure. Milieuvereniging De Groene Koepel stelde beroep in bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant, die het beroep ongegrond verklaarde. In hoger beroep oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State anders: het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en de verleende omgevingsvergunning wordt vernietigd. Het college wordt opgedragen binnen twee weken een nieuw besluit te nemen. De volledige motivering van de Afdeling is in de beschikbare tekst slechts gedeeltelijk weergegeven, maar de uitkomst is duidelijk: de vergunningverlening voor een bouwwerk in een ecologische verbindingszone op gemeentegrond voldeed niet aan de wettelijke vereisten. Omdat het terras al is gerealiseerd, ontstaat een handhavingsvraagstuk. De uitspraak onderstreept het belang van een zorgvuldige motivering bij afwijkingen van het bestemmingsplan in ecologisch gevoelige gebieden.