Pand Het Witte Huis terecht gesloten na vuurwerkincidenten
ECLI:NL:RVS:2026:4847, Raad van State, 19-08-2026, 202503864/1/A2
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 16 november 2023 heeft de burgemeester van Almere het pand aan de Antennestraat 94 in Almere (het pand) voor de duur van twee weken gesloten. Het Witte Huis is eigenaar van het pand. Zij exploiteert het pand voor bruiloften en andere evenementen. In de nacht van 7 op 8 november 2023 is een vuurwerkbom bij het pand afgegaan. De politie heeft hierover op 9 november 2023 een bestuurlijke rapportage opgesteld. Naar aanleiding hiervan heeft de burgemeester besloten om cameratoezicht in te stellen. Op 15 november 2023 heeft opnieuw een incident plaatsgevonden bij het pand, waarbij een brandend voorwerp door een raam van het pand naar binnen is gegooid. De politie heeft hierover op 15 november 2023 een bestuurlijke rapportage opgesteld. De burgemeester heeft het pand op grond van artikel 172, derde lid, van de Gemeentewet voor de duur van twee weken gesloten. Volgens de burgemeester hebben de incidenten bij het pand de openbare orde ernstig geschokt en het leefklimaat in de omgeving van het pand ernstig verstoord. De rechtbank heeft het besluit van 10 april 2024 vernietigd wegens een motiveringsgebrek, omdat de burgemeester daarin ten onrechte artikel 174, tweede lid, van de Gemeentewet aan de tijdelijke sluiting van het pand ten grondslag heeft gelegd. Het Witte Huis is het niet eens met de beslissing van de rechtbank om de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit van 10 april 2024 in stand te laten.
Kern van de zaak
Het Witte Huis, exploitant van een evenementenpand in Almere, vecht de tijdelijke sluiting aan die de burgemeester oplegde na twee ernstige geweldsincidenten (vuurwerkbom en brandend voorwerp) in november 2023. De burgemeester beriep zich op zijn noodbevoegdheid uit de Gemeentewet om de openbare orde te handhaven.
Beslissing van de rechter
De Raad van State behandelt het hoger beroep van Het Witte Huis tegen de beslissing van de rechtbank om de rechtsgevolgen van het vernietigde sluitingsbesluit in stand te laten. De rechtbank vernietigde het besluit wegens een motiveringsgebrek (verkeerde wettelijke grondslag: artikel 174 lid 2 in plaats van artikel 172 lid 3 Gemeentewet), maar liet de rechtsgevolgen in stand; de Afdeling beoordeelt of dit terecht was.
Impactscore
MiddelDe zaak betreft een bestuursrechtelijk geschil over de juiste wettelijke grondslag voor een tijdelijke sluiting, een rechtsvraag die relevant is voor gemeentelijk openbare-ordebeleid maar geen fundamenteel nieuw rechtsbeginsel vaststelt. De uitspraak is niet volledig beschikbaar, wat de beoordeling van de uiteindelijke impact beperkt.
Belangrijkste punten
- 1Burgemeester sloot Het Witte Huis voor twee weken op grond van artikel 172 lid 3 Gemeentewet na twee ernstige geweldsincidenten in november 2023
- 2In bezwaar wijzigde de burgemeester de grondslag naar artikel 174 lid 2 Gemeentewet, omdat het pand als openbare inrichting werd aangemerkt
- 3Rechtbank vernietigde het bezwaarsbesluit wegens motiveringsgebrek (verkeerde grondslag), maar liet rechtsgevolgen in stand
- 4Het Witte Huis bestrijdt in hoger beroep het in stand laten van de rechtsgevolgen
- 5De Afdeling beoordeelt welke wettelijke grondslag correct is en of de sluiting inhoudelijk stand houdt
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak verduidelijkt de afbakening tussen artikel 172 lid 3 en artikel 174 lid 2 Gemeentewet als grondslagen voor tijdelijke sluiting van panden bij openbare ordeverstoringen. Dit is relevant voor burgemeesters bij het kwalificeren van panden als al dan niet openbare inrichting bij het nemen van sluitingsbevelen.
Praktische impact
Voor exploitanten van evenementenlocaties betekent deze zaak dat een tijdelijke sluiting kan worden opgelegd bij ernstige geweldsincidenten waarbij derden betrokken zijn, ook als de exploitant zelf geen verwijt treft. De vrees voor een geweldspiraal kan een zelfstandige grond vormen voor sluiting.
Onderwerp-impact
Voor de evenementen- en horecabranche onderstreept deze zaak dat burgemeesters bij aantoonbare veiligheidsrisico's rondom locaties snel en ingrijpend kunnen optreden, ook zonder dat de ondernemer zelf betrokken is bij de ordeverstoring.
Samenvatting
In november 2023 vonden bij evenementenlocatie Het Witte Huis in Almere twee ernstige geweldsincidenten plaats: een vuurwerkbom en het naar binnen gooien van een brandend voorwerp. De burgemeester van Almere sloot het pand op grond van artikel 172 lid 3 van de Gemeentewet voor twee weken, omdat de incidenten de openbare orde ernstig hadden geschokt en nieuwe ernstige verstoringen niet konden worden uitgesloten. De exploitant zelf had aangegeven meer en ernstiger incidenten te verwachten, en de burgemeester achtte minder vergaande maatregelen onvoldoende om de vrees voor een geweldspiraal weg te nemen. In bezwaar handhaafde de burgemeester de sluiting, maar legde deze alsnog ten grondslag aan artikel 174 lid 2 Gemeentewet, omdat het pand als openbare inrichting in de zin van de Algemene Plaatselijke Verordening van Almere zou kwalificeren. De rechtbank vernietigde dit bezwaarsbesluit wegens een motiveringsgebrek — de burgemeester had ten onrechte de verkeerde wettelijke grondslag gehanteerd — maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand, waardoor de sluiting materieel overeind bleef. Het Witte Huis ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en betwist dat de rechtbank de rechtsgevolgen terecht in stand heeft gelaten. De Afdeling buigt zich over de vraag welke wettelijke grondslag — artikel 172 lid 3 of artikel 174 lid 2 Gemeentewet — van toepassing is, en of de sluiting inhoudelijk gerechtvaardigd was. De uitspraak is op het moment van beschikbaarstelling van de tekst nog niet volledig, waardoor de uiteindelijke beslissing van de Afdeling met enige onzekerheid moet worden beoordeeld. De zaak verduidelijkt wel de juridische grenzen van de burgemeestersbevoegdheid bij het sluiten van panden wegens openbare ordeverstoringen veroorzaakt door derden.