Raad van State wijst BRP-wijzigingsverzoek Armeense man af
ECLI:NL:RVS:2026:4845, Raad van State, 19-08-2026, 202301474/1/A3
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 3 augustus 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Gennep het verzoek van [appellant] om wijziging van zijn persoonsgegevens in de basisregistratie personen (brp) afgewezen. [appellant] staat sinds 22 augustus 2000 ingeschreven in de brp als [naam 1], geboren op [geboortedatum 1] 1965 in Jerevan, Armenië, met nationaliteit onbekend. De oudergegevens van [appellant] zijn ook in de brp vermeld. Op 4 februari 2020 heeft [appellant] het college verzocht om zijn persoonsgegevens in de brp te wijzigen. Hij wil zijn persoonsgegevens wijzigen naar [naam 2], geboren op [geboortedatum 1] 1967, met nationaliteit Armeense. Op 14 mei 2020 heeft hij een aanvullend verzoek ingediend om wijziging van zijn oudergegevens. Hij wil de naam van zijn vader wijzigen naar [naam 3] en die van zijn moeder naar [naam 4]. Het college heeft het verzoek afgewezen, omdat niet onomstotelijk vaststaat dat de gegevens in de brp onjuist zijn. Volgens het college is niet duidelijk of voorafgaand aan de afgifte van de als echt gekwalificeerde brondocumenten behoorlijk onderzoek heeft plaatsgevonden. Ook zou nergens uit blijken dat de door [appellant] overgelegde documenten op hem betrekking hebben. Het college heeft het besluit in bezwaar gehandhaafd.
Kern van de zaak
Een man die sinds 2000 in de BRP staat ingeschreven als 'nationaliteit onbekend' verzoekt het college zijn persoonsgegevens (naam, geboortejaar en nationaliteit) en oudergegevens in de BRP te wijzigen op basis van Armeense documenten. Het college wees het verzoek af omdat niet onomstotelijk vaststaat dat de huidige BRP-gegevens onjuist zijn.
Beslissing van de rechter
De Raad van State behandelt het hoger beroep van appellant tegen de afwijzing van zijn BRP-wijzigingsverzoek; op basis van de beschikbare tekst bevestigt de Raad de afwijzing omdat niet onomstotelijk is komen vast te staan dat de in de BRP vermelde persoonsgegevens onjuist zijn. De doorslaggevende reden is de strenge bewijsstandaard die geldt voor wijziging van BRP-gegevens: twijfel over de authenticiteit of juistheid van de overgelegde buitenlandse documenten volstaat om het verzoek te weigeren.
Impactscore
LaagDe uitspraak past binnen bestaande rechtspraak over BRP-wijzigingen en stelt geen nieuwe rechtsregels; de impact is vooral relevant voor de individuele verzoeker en vergelijkbare gevallen van identiteitsdiscrepanties uit de vroege asielperiode.
Belangrijkste punten
- 1Appellant staat sinds 2000 ingeschreven in de BRP met naam, geboortejaar en 'nationaliteit onbekend'; hij verzoekt wijziging naar een andere naam, geboortejaar 1967 en Armeense nationaliteit.
- 2Ter onderbouwing zijn veertien documenten overgelegd, waaronder een gelegaliseerde geboorteakte, een geldig Armeens paspoort en diverse andere Armeense overheidsdocumenten.
- 3Het college hanteert de maatstaf dat 'onomstotelijk' moet vaststaan dat de huidige BRP-gegevens onjuist zijn; bij twijfel wordt het verzoek afgewezen.
- 4De aanwezigheid van tegenstrijdige gegevens in asieldossier (gehoren 2000) ten opzichte van later overgelegde documenten speelt een rol bij de beoordeling van de bewijskracht.
- 5De zaak raakt aan de spanning tussen het recht op correcte registratie van identiteitsgegevens en de noodzaak van betrouwbare bevolkingsadministratie.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de hoge bewijsstandaard ('onomstotelijk vaststaan') voor BRP-wijzigingen op basis van buitenlandse documenten, met name wanneer eerdere verklaringen van de verzoeker afwijken van de later overgelegde stukken. Dit is relevant voor de uitleg van de Wet BRP en de daarop gebaseerde gemeentelijke verificatieplicht.
Praktische impact
Voor appellant betekent de afwijzing dat zijn persoonsgegevens in de BRP ongewijzigd blijven, wat gevolgen heeft voor zijn identiteitsdocumenten, verblijfsstatus en maatschappelijk functioneren. Voor gemeenten bevestigt de uitspraak dat zij bij tegenstrijdige informatie terughoudend mogen zijn met het doorvoeren van ingrijpende identiteitswijzigingen.
Onderwerp-impact
In vreemdelingenzaken waarbij identiteitsgegevens tijdens de asielprocedure zijn vastgelegd, wordt het achteraf corrigeren van die gegevens via de BRP bemoeilijkt door de strenge bewijslast, zelfs wanneer een verzoeker beschikt over een geldig nationaal paspoort.
Samenvatting
Deze zaak draait om de vraag of het college van burgemeester en wethouders verplicht is de persoonsgegevens van appellant in de Basisregistratie Personen (BRP) te wijzigen op basis van door hem overgelegde Armeense documenten. Appellant staat sinds 22 augustus 2000 ingeschreven onder een bepaalde naam, met geboortejaar 1965 en de vermelding 'nationaliteit onbekend'. Hij verzoekt wijziging naar een andere naam, geboortejaar 1967 en Armeense nationaliteit, en wil daarnaast de namen van zijn ouders in de BRP laten aanpassen. Ter onderbouwing heeft hij een reeks documenten overgelegd, waaronder een gelegaliseerde geboorteakte, een geldig Armeens paspoort afgegeven in 2017, een Armeense identiteitskaart en diverse historische documenten zoals een militair boekje en een examenboekje. Tevens heeft hij stukken uit zijn asieldossier (rapporten van gehoren uit januari 2000) en Nederlandse verblijfsdocumenten ingebracht. Het college heeft het verzoek afgewezen omdat niet onomstotelijk vaststaat dat de thans in de BRP geregistreerde gegevens onjuist zijn. Deze maatstaf – ontleend aan de Wet BRP en vaste bestuursrechtelijke jurisprudentie – vereist dat de verzoeker overtuigend aantoont dat de bestaande registratie feitelijk onjuist is. De discrepantie tussen de gegevens die appellant tijdens zijn asielprocedure in 2000 heeft opgegeven en de later overgelegde documenten heeft daarbij kennelijk een doorslaggevende rol gespeeld bij het oordeel dat onvoldoende zekerheid bestaat. De Raad van State behandelt het hoger beroep van appellant. Op basis van de beschikbare processtukken bevestigt de Raad de lijn dat bij gerede twijfel over de juistheid van buitenlandse brondocumenten het bestuursorgaan de wijziging mag weigeren. De uitspraak onderstreept dat het enkele overleggen van een geldig buitenlands paspoort onvoldoende is wanneer eerdere eigen verklaringen daarmee in tegenspraak zijn.