JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:4729Laag28/100

RvS buigt zich over handhaving caravan en houtopslag in bosbestemming

ECLI:NL:RVS:2026:4729, Raad van State, 12-08-2026, 202504197/1/R2

Raad van StateUitspraak: 12 augustus 2026Publicatie: 12 augustus 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:202504197/1/R2
Bestuursrecht
Omgevingsrecht
Handhaving
Vergunningen
Ruimtelijke Ordening
Omgevingswet Overgangsrecht
Wabo
Last Onder Dwangsom
Handhavingsverzoek
Bestemmingsplan Bos

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 17 januari 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zundert [wederpartij] een last onder dwangsom opgelegd, inhoudende het verwijderen en verwijderd houden van een stacaravan en de opslag van hout in kratten op het perceel aan de [locatie 1] in Rijsbergen. Aan de [locatie 1] in Rijsbergen is een perceel gelegen dat wordt bewoond door [wederpartij]. Op grond van het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Reparatieplan bestemmingsplan Buitengebied Zundert" rust op het perceel de bestemming "Bos". [appellant] is bewoner van het perceel aan de [locatie 2] in Rijsbergen. Hij heeft een handhavingsverzoek gedaan vanwege de volgens hem met het bestemmingsplan strijdige aanwezigheid van een caravan en opslag van hout op het perceel [locatie 1]. Het college heeft op 2 november 2022 geconstateerd dat er een caravan stond op het perceel en dat vrijgekomen hout van de kap van bomen op het perceel werd opgeslagen in kratten en te koop werd aangeboden aan particulieren. Daarom heeft het college [wederpartij] op 17 januari 2023 een last onder dwangsom opgelegd wegens het aanwezig zijn van de caravan en het opslaan van hout in kratten op het perceel.

Kern van de zaak

Een bewoner van een naastgelegen perceel in Rijsbergen diende een handhavingsverzoek in bij het college van burgemeester en wethouders wegens vermeende strijdigheid met het bestemmingsplan 'Bos': op het perceel stonden een caravan en was hout opgeslagen. Het college legde een last onder dwangsom op, waarna een omgevingsvergunning werd aangevraagd en juridisch geschil volgde.

Beslissing van de rechter

De uitspraak is onvolledig aangeleverd; op basis van de beschikbare tekst kan de einduitkomst niet met zekerheid worden vastgesteld. Wel staat vast dat de Raad van State het recht zoals dat gold vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet (Wabo-regime) van toepassing acht, zowel op de last onder dwangsom (opgelegd 17 januari 2023) als op de ingediende vergunningaanvraag (12 juli 2023), op grond van de overgangsbepalingen van de Invoeringswet Omgevingswet.

28van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak past bestaand en duidelijk gecodificeerd overgangsrecht toe zonder nieuwe rechtsnormen te stellen; de feitelijke context is bovendien kleinschalig (één perceel, lokale handhaving). De onvolledigheid van de tekst verhoogt de onzekerheid over de uiteindelijke impact.

Belangrijkste punten

  • 1Op grond van artikel 4.23 lid 1 Invoeringswet Omgevingswet blijft oud recht (Wabo) van toepassing op vóór 1 januari 2024 opgelegde lasten onder dwangsom.
  • 2Op grond van artikel 4.3 aanhef en onder a Invoeringswet Omgevingswet blijft oud recht van toepassing op vergunningaanvragen ingediend vóór 1 januari 2024, tot het besluit onherroepelijk is.
  • 3Het perceel heeft de bestemming 'Bos' (bestemmingsplan 'Reparatieplan bestemmingsplan Buitengebied Zundert'); een caravan en houtopslag zijn naar het college's oordeel daarmee in strijd.
  • 4De handhavingsprocedure werd gestart op verzoek van een derde-belanghebbende (omwonende).
  • 5De uitspraaktekst is onvolledig; de definitieve beslissing op het hoger beroep is niet leesbaar uit de aangeleverde tekst.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de toepassing van het overgangsrecht Omgevingswet voor handhavingszaken en vergunningprocedures die vóór 1 januari 2024 zijn gestart, wat rechtszeker­heid biedt over het toepasselijke regime in lopende zaken.

Praktische impact

Voor betrokkenen betekent dit dat de last onder dwangsom en de vergunningaanvraag volledig worden beoordeeld naar de Wabo-systematiek, inclusief de daarin geldende procedurele en materiële normen, zonder tussenkomst van het nieuwe Omgevingswet-stelsel.

Onderwerp-impact

In het omgevingsrecht en bij ruimtelijke handhaving schept dit duidelijkheid over welk wettelijk kader geldt bij overgangssituaties rondom de invoering van de Omgevingswet per 1 januari 2024.

Samenvatting

Deze zaak betreft een handhavingsconflict in Rijsbergen, gemeente Zundert, waarbij een bewoner (appellant) aan het college heeft verzocht handhavend op te treden tegen zijn buurman ([wederpartij]) wegens de aanwezigheid van een caravan en houtopslag op een perceel met de bestemmingsplanbestemming 'Bos'. Het college constateerde de overtreding op 2 november 2022 en legde op 17 januari 2023 een last onder dwangsom op. Op 12 juli 2023 diende [wederpartij] een aanvraag om omgevingsvergunning in. De centrale juridische vraag die de Raad van State in het overgangsrechtelijk kader beantwoordt, is welk recht van toepassing is nu de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet per 1 januari 2024 in werking zijn getreden. Op grond van artikel 4.23 lid 1 Invoeringswet Omgevingswet blijft het recht zoals dat gold vóór de inwerkingtreding van toepassing op de last onder dwangsom, zolang deze niet volledig is uitgevoerd, de dwangsom niet volledig is verbeurd en betaald, of de last niet is opgeheven. Op grond van artikel 4.3 aanhef en onder a Invoeringswet Omgevingswet geldt ditzelfde voor de vergunningaanvraag die vóór 1 januari 2024 is ingediend, tot het besluit daarop onherroepelijk wordt. Dat betekent dat de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) het toepasselijke kader vormt voor beide procedures. De uitspraaktekst is onvolledig aangeleverd, waardoor de uiteindelijke beslissing van de Raad van State op het hoger beroep — waaronder de vraag of de handhaving terecht was en of de omgevingsvergunning al dan niet kon worden verleend — niet kan worden vastgesteld. De bevindingen over het overgangsrecht zijn echter duidelijk en in lijn met de heersende jurisprudentie. De zaak illustreert dat in lopende handhavingszaken het Wabo-regime onverminderd geldt, wat rechtszekerheid biedt voor alle betrokkenen.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 3 oktober 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

Hoge Raad·2 okt 2026
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Zorg
ECLI:NL:HR:2026:1585

Hoge Raad vernietigt zorgmachtiging wegens niet horen mentor

62/100Bekijk
Hoge Raad·2 okt 2026
Bestuursrecht
Belastingrecht
Overheid
Financiele Dienstverlening
ECLI:NL:HR:2026:1592

Cassatieberoep niet-ontvankelijk wegens onbetaald griffierecht

28/100Bekijk
Rechtbank Den Haag·1 okt 2026
Bestuursrecht
Vreemdelingenrecht
Overheid
Dienstverlening
ECLI:NL:RBDHA:2026:29076

Syrische bekering tot christendom ongeloofwaardig bevonden, asiel afgewezen

18/100Bekijk
Raad van State·30 sep 2026
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Databescherming
ECLI:NL:RVS:2026:5804

Raad van State buigt zich over Woo-verzoek CVD/BVD-archieven

38/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied