Parlan als bestuursorgaan aangemerkt bij BSO-kostenvergoeding pleegouder
ECLI:NL:RVS:2026:4728, Raad van State, 12-08-2026, 202407876/1/A2
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Op 29 september 2022 heeft Parlan het verzoek van [wederpartij] om de kosten voor de buitenschoolse opvang (BSO) te vergoeden, afgewezen. [wederpartij] is een pleegouder die de zorgt voor twee pleegkinderen en woont in [woonplaats], [gemeente], die valt onder de regio West-Friesland. De afspraken over pleegzorg in de regio zijn vastgelegd in de Raamovereenkomst Pleegzorg. Deze is gesloten met de gemeenten in West-Friesland. De gemeente [gemeente] is een van de gemeenten. Deze gemeenten hebben de aanbesteding, ondertekening en uitvoering van de overeenkomst overgedragen aan de gemeente Hoorn. De gemeente Hoorn heeft de uitvoering van de jeugdzorg aanbesteed en voor de periode 1 januari 2024 tot 1 januari 2025 gegund aan Parlan. Parlan is als jeugdzorgaanbieder werkzaam in de regio Alkmaar en omstreken. In die hoedanigheid sluit zij pleegcontracten met pleegouders, in dit geval met [wederpartij].
Kern van de zaak
Een pleegouder in West-Friesland verzocht jeugdzorgaanbieder Parlan om vergoeding van BSO-kosten (€557/maand) voor twee pleegkinderen. Parlan weigerde dit, stellende dat de gemeente aansprakelijk is en de kosten buiten de bijzondere kostenregeling vallen. De pleegouder stapte naar de rechter om de weigering aan te vechten.
Beslissing van de rechter
De rechtbank heeft Parlan aangemerkt als bestuursorgaan in de zin van artikel 1:1 lid 1 sub b Awb, omdat Parlan op grond van artikel 5.3 Jeugdwet de publiekrechtelijke bevoegdheid heeft om eenzijdig de rechtspositie van pleegouders te bepalen. De uitspraak van de Raad van State betreft (vermoedelijk) het hoger beroep tegen dit oordeel; de tekst is onvolledig, waardoor de eindbeslissing van de Raad van State niet met zekerheid kan worden vastgesteld.
Impactscore
HoogDe Raad van State oordeelt over een principiële vraag — de kwalificatie van een private jeugdzorgaanbieder als bestuursorgaan — die de rechtsbescherming van een kwetsbare groep (pleegouders) structureel raakt en precedentwerking heeft voor vergelijkbare aanbieders in het jeugdzorgdomein.
Belangrijkste punten
- 1Parlan is door de rechtbank gekwalificeerd als bestuursorgaan (b-orgaan) ex artikel 1:1 lid 1 sub b Awb op basis van artikel 5.3 Jeugdwet
- 2De kern van het geschil is of BSO-kosten vallen onder de bijzondere kostenregeling voor pleegouders in de Raamovereenkomst Pleegzorg West-Friesland
- 3Gemeente Hoorn treedt op als centrumgemeente namens de West-Friese gemeenten voor aanbesteding en uitvoering van jeugdzorg
- 4Parlan stelde dat de gemeente een maximumvergoeding van €500 hanteert voor bijzondere kosten en BSO daarbinnen niet valt
- 5De vraag of een private jeugdzorgaanbieder als bestuursorgaan kwalificeert is juridisch cruciaal voor de rechtsbescherming van pleegouders
Impactanalyse
Juridische impact
De kwalificatie van een jeugdzorgaanbieder als b-orgaan heeft grote gevolgen voor de rechtsbescherming van pleegouders: bestuursrechtelijke rechtsmiddelen (bezwaar en beroep) staan dan open, wat de toegang tot de rechter vergemakkelijkt. Dit vraagstuk raakt aan de bredere discussie over de publiekrechtelijke aard van gedelegeerde jeugdzorgtaken.
Praktische impact
Voor pleegouders betekent dit dat zij weigeringen van jeugdzorgaanbieders om kosten te vergoeden kunnen aanvechten via het bestuursrecht. Voor jeugdzorgaanbieders zoals Parlan heeft dit verstrekkende gevolgen: zij moeten voldoen aan bestuursrechtelijke zorgvuldigheidsvereisten en zijn gebonden aan algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
Onderwerp-impact
In de pleegzorgsector schept deze uitspraak duidelijkheid over de rechtspositie van pleegouders tegenover aanbesteede zorgaanbieders, en dwingt gemeenten en aanbieders tot transparantie over de reikwijdte van kostenvergoedingsregelingen.
Samenvatting
Deze zaak draait om de vraag of jeugdzorgaanbieder Parlan, die door de gemeente Hoorn namens West-Friese gemeenten is aanbesteed om pleegzorg uit te voeren, kan worden aangemerkt als een bestuursorgaan in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Aanleiding is een geschil tussen een pleegouder en Parlan over de vergoeding van BSO-kosten voor twee pleegkinderen. De pleegouder betaalt maandelijks €557 (na aftrek van kinderopvangtoeslag) en vroeg in juli 2022 om vergoeding van deze kosten als bijzondere kosten. Parlan weigerde dit in juni 2023, omdat BSO-kosten volgens haar niet binnen de bijzondere kostenregeling vallen en de gemeente bovendien een maximum van €500 hanteert voor dergelijke vergoedingen. De rechtbank verklaarde zich bevoegd door Parlan te kwalificeren als een zogenoemd b-orgaan ex artikel 1:1 lid 1 sub b Awb: een orgaan dat weliswaar geen onderdeel uitmaakt van de overheid, maar dat met openbaar gezag is bekleed. Die bekleding met openbaar gezag vloeit voort uit artikel 5.3 van de Jeugdwet, op grond waarvan Parlan de bevoegdheid heeft om eenzijdig de rechtspositie van pleegouders te bepalen via het sluiten en uitvoeren van pleegcontracten. De zaak is vervolgens in hoger beroep gekomen bij de Raad van State. De uitspraaktop is onvolledig, waardoor de uiteindelijke beslissing van de Raad niet volledig kan worden weergegeven. Desalniettemin is het oordeel van de rechtbank juridisch relevant: het bevestigt dat privaatrechtelijke jeugdzorgaanbieders die publiekrechtelijke taken uitvoeren onder de bestuursrechtelijke normen vallen. Dit vergroot de rechtsbescherming van pleegouders aanzienlijk, omdat zij bij een weigering van een vergoeding bezwaar en beroep kunnen instellen. De uitkomst heeft potentieel brede precedentwerking voor de gehele sector van aanbestede jeugdzorgaanbieders.