Omgevingsvergunning overkapping bij gemeentelijk monument deels geweigerd
ECLI:NL:RVS:2026:4444, Raad van State, 29-07-2026, 202400129/1/R4 en 202400181/1/R4
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 15 november 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Houten aan [appellant B] een omgevingsvergunning verleend voor het plaatsen van een overkapping en een fietsenberging met kliko-ombouw (de fietsenberging) op het adres [locatie 1] in Houten (het perceel). Het perceel is een voormalig boerenerf. Op het perceel staat een monumentale dwarshuisboerderij met de naam "De Grote Geer". Verder staat aan de voorzijde van het perceel een gebouw dat "het Bouwhuys" heet. [appellant B] is eigenaar van het perceel en heeft in De Grote Geer een gezinshuis gevestigd. Zijn aanvraag om omgevingsvergunning heeft betrekking op het realiseren van de fietsenberging aan de voorzijde van het perceel en een overkapping met zonnecollectoren in het achtererfgebied van het perceel. Volgens het bouwplan komt de overkapping aan de zuidzijde van het perceel te staan. [appellant A] woont op het adres [locatie 2]. Vanuit zijn woning kijkt hij recht op de overkapping. In bezwaar heeft hij zich verzet tegen de vergunning voor beide bouwwerken.
Kern van de zaak
Eigenaar van een voormalig boerenerf met gemeentelijk monument 'De Grote Geer' in Houten vroeg een omgevingsvergunning aan voor een fietsenberging en een overkapping met zonnecollectoren. De erfgoedcommissie adviseerde de overkapping te draaien om de historische erfindeling te bewaren. Het college weigerde de vergunning (deels), waarna de eigenaar in beroep ging.
Beslissing van de rechter
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat het college in beroep alsnog deugdelijk heeft gemotiveerd waarom de vergunning (voor de overkapping) geweigerd kon worden. De doorslaggevende reden is dat het college bij de afwijkingsbevoegdheid beleidsruimte toekomt en de betrokken belangen – waaronder het erfgoedbelang – mocht laten prevaleren boven de belangen van de aanvrager.
Impactscore
LaagDe uitspraak past binnen bestaande jurisprudentie over beleidsruimte bij omgevingsvergunningen en erfgoedadvies, en betreft een individuele zaak zonder nieuwe rechtsvragen. De toepassing van het overgangsrecht Omgevingswet is inmiddels standaard.
Belangrijkste punten
- 1Overgangsrecht Omgevingswet: omdat de aanvraag dateert van 30 juli 2021 (vóór 1 januari 2024), blijft de Wabo van toepassing tot het besluit onherroepelijk is.
- 2Het perceel betreft een gemeentelijk monument, waardoor het bouwplan verplicht aan de erfgoedcommissie moest worden voorgelegd.
- 3De erfgoedcommissie adviseerde de overkapping een kwartslag te draaien om de historische erfindeling en compacte boerenerf-opzet te bewaren.
- 4Het college heeft bij de beslissing om al dan niet af te wijken van het bestemmingsplan beleidsruimte; de bestuursrechter toetst op rechtmatigheid en evenredigheid.
- 5De Afdeling bevestigt dat het college de weigering in beroep alsnog deugdelijk heeft gemotiveerd, waarmee de eerdere motiveringsgebreken zijn hersteld.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de vaste lijn dat bij omgevingsvergunningen voor bouwwerken bij gemeentelijke monumenten het college een ruime beoordelingsvrijheid heeft en een negatief erfgoedadvies zwaarwegend mag meewegen. De toets op evenredigheid blijft terughoudend zolang de motivering deugdelijk is.
Praktische impact
Voor de eigenaar betekent dit dat de overkapping in de aangevraagde configuratie niet vergund wordt; hij zal het ontwerp moeten aanpassen conform het advies van de erfgoedcommissie (kwartslag draaien) om alsnog een vergunning te kunnen verkrijgen.
Onderwerp-impact
In de praktijk van erfgoedbeheer en monumentenzorg benadrukt deze uitspraak dat gemeenten bij ruimtelijke ingrepen nabij beschermde monumenten het advies van de erfgoedcommissie substantieel mogen laten doorwerken in de vergunningverlening, ook wanneer de aanvrager het bouwplan herhaaldelijk heeft toegelicht.
Samenvatting
Deze zaak betreft een omgevingsvergunningaanvraag ingediend op 30 juli 2021 door de eigenaar van het voormalige boerenerf 'De Grote Geer' in Houten, een gemeentelijk monument. De aanvraag zag op twee bouwwerken: een fietsenberging aan de voorzijde en een overkapping met zonnecollectoren aan de achterzijde van het perceel. Omdat het om een gemeentelijk monument gaat, is het bouwplan ter advisering voorgelegd aan de erfgoedcommissie van de gemeente Houten. Die commissie adviseerde meermaals – in februari, maart en juni 2021 – om de overkapping niet in oost-westrichting te plaatsen, maar een kwartslag te draaien overeenkomstig de historische situering van een vroegere schuur op het erf. De reden was het bewaren van de karakteristieke compacte opzet van het boerenerf. De aanvrager hield vast aan zijn oorspronkelijke bouwplan, waarop het college de vergunning voor de overkapping weigerde. In beroep bij de rechtbank en vervolgens bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State speelde allereerst het overgangsrecht: omdat de aanvraag dateert van vóór 1 januari 2024, blijft de Wabo van toepassing. Inhoudelijk bevestigt de Afdeling dat het college beleidsruimte heeft bij de beslissing om al dan niet af te wijken van het bestemmingsplan en dat het de betrokken belangen – waaronder het erfgoedbelang – moet afwegen. De bestuursrechter toetst of het besluit in overeenstemming is met het recht, inclusief de evenredigheid. De Afdeling oordeelt dat de rechtbank terecht heeft vastgesteld dat het college in de beroepsfase zijn weigering alsnog deugdelijk heeft gemotiveerd. De uitspraak consolideert bestaande jurisprudentie over de verhouding tussen beleidsruimte, erfgoedadvies en motiveringsplicht, zonder nieuwe rechtsvragen te introduceren.