Beroep tegen ORAC-locatie Mauritsstraat deels niet-ontvankelijk, ongegrond
ECLI:NL:RVS:2026:4442, Raad van State, 29-07-2026, 202501268/1/R1
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 24 september 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht een locatie op de hoek van de Mauritsstraat en de Dillenburgstraat ter hoogte van huisnummer 9 aangewezen voor het plaatsen van een ondergrondse restafvalcontainer (ORAC). [appellant] en anderen wonen allen in de omgeving van het kruispunt Dillenburgstraat - Mauritsstraat. Het college heeft eerder, bij besluit van 23 juni 2021, de locatie Mauritsstraat tegenover Dillenburgstraat 11-11 bis aangewezen als locatie voor een ORAC. Het college heeft dit besluit op 4 augustus 2022 ingetrokken. De nu aangewezen locatie ligt op een afstand van ongeveer 3,5 m van de locatie die bij besluit van 23 juni 2021 was aangewezen. [appellant] en anderen betogen dat de gegrondverklaring van het bezwaar in de eerdere procedure betekent dat de locatie niet geschikt is om een ORAC te plaatsten.
Kern van de zaak
Omwonenden van het kruispunt Dillenburgstraat-Mauritsstraat in beroep tegen de aanwijzing van een locatie voor een ondergrondse restafvalcontainer (ORAC) door het college. Een deel van de appellanten had geen bezwaar ingediend. De locatie ligt circa 3,5 meter van een eerder (ingetrokken) aangewezen locatie.
Beslissing van de rechter
De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart het beroep van zeven personen die geen bezwaar hadden ingediend niet-ontvankelijk op grond van artikel 6:13 Awb, en verklaart het beroep van de overige appellanten ongegrond. Het college heeft binnen zijn beleidsruimte de locatie geschikt mogen achten en er was geen zodanig geschiktere alternatieve locatie dat het college daarvoor had moeten kiezen.
Impactscore
LaagDe uitspraak past volledig in de bestaande rechtslijn rondom ORAC-locatiebesluiten en art. 6:13 Awb en schept geen nieuw recht; de feitelijke en juridische reikwijdte is beperkt tot de lokale situatie.
Belangrijkste punten
- 1Appellanten die geen bezwaar hebben ingediend zijn niet-ontvankelijk op grond van art. 6:13 Awb, tenzij hen dit redelijkerwijs niet kan worden verweten.
- 2Het college heeft beleidsruimte bij de keuze van een ORAC-locatie; de Afdeling toetst marginaal op onevenredigheid.
- 3Een alternatieve locatie moet zodanig geschikter zijn dat het college niet voor de aangewezen locatie kon kiezen.
- 4De grond over de brief van 10 september 2022 is ter zitting ingetrokken door appellanten.
- 5De aangewezen locatie ligt slechts 3,5 meter van de eerder (bij besluit van 23 juni 2021) aangewezen, later ingetrokken locatie.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de vaste lijn dat art. 6:13 Awb een harde ontvankelijkheidsdrempel vormt bij het ontbreken van bezwaar, en dat de rechter bij ORAC-locatiebesluiten slechts marginaal toetst op onevenredigheid en de geschiktheid van alternatieve locaties.
Praktische impact
Omwonenden die bezwaar willen maken tegen een ORAC-locatie dienen tijdig en volledig de bezwaarprocedure te doorlopen; wie dat nalaat, kan later niet meer in beroep. Het college behoudt ruime vrijheid bij locatiekeuze.
Onderwerp-impact
Voor gemeenten en lokale overheden bevestigt deze uitspraak dat het aanwijzingsbeleid voor ORAC-locaties standhoudend is zolang de belangen zorgvuldig zijn afgewogen en geen duidelijk betere alternatieve locatie voorhanden is.
Samenvatting
In deze zaak hadden omwonenden van het kruispunt Dillenburgstraat-Mauritsstraat beroep ingesteld tegen het besluit van het college van 24 september 2024 om een locatie aan de Mauritsstraat aan te wijzen voor de plaatsing van een ondergrondse restafvalcontainer (ORAC). De aangewezen locatie ligt op ongeveer 3,5 meter van een eerdere locatie die het college bij besluit van 23 juni 2021 had aangewezen maar nadien, op 4 augustus 2022, had ingetrokken. Het beroep was deels ingesteld door zeven personen die geen bezwaar hadden ingediend tegen het primaire besluit. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat deze personen op grond van artikel 6:13 van de Algemene wet bestuursrecht niet-ontvankelijk zijn, nu er geen bijzondere omstandigheden zijn die rechtvaardigen dat hen het achterwege laten van bezwaar niet kan worden verweten. Voor de overige appellanten gold dat zij wel ontvankelijk waren, maar dat hun beroep inhoudelijk faalt. De Afdeling hanteert bij ORAC-locatiebesluiten een terughoudende toetsingsmaatstaf: beoordeeld wordt of de nadelige gevolgen niet onevenredig zijn in verhouding tot de te dienen doelen, of de locatie geschikt is bevonden, en of een alternatieve locatie zodanig geschikter is dat het college daaraan de voorkeur had moeten geven. Aan die lat voldeed het beroep van appellanten niet. Het college heeft binnen zijn beleidsruimte de locatie geschikt mogen achten, en de gestelde alternatieve locaties waren niet zodanig beter dat het college gehouden was daarvoor te kiezen. Een eerder aangevoerde grond over een onbeantwoorde brief van 10 september 2022 werd door appellanten ter zitting ingetrokken. Het beroep wordt dan ook ongegrond verklaard en de proceskosten worden niet vergoed.