JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:4436Middel38/100

Inpassingsplan Natura 2000-gebied Springendal deels beoordeeld onder oud recht

ECLI:NL:RVS:2026:4436, Raad van State, 29-07-2026, 202302562/1/R3

Raad van StateUitspraak: 29 juli 2026Publicatie: 29 juli 2026
Procedure:Tussenuitspraak bestuurlijke lus
Zaaknummer:202302562/1/R3
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Omgevingsrecht
Handhaving
Vergunningen
Milieu
Ruimtelijke Ordening
Natura 2000
Omgevingswet Overgangsrecht
Vernatting
Inpassingsplan
Habitattypen

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 25 januari 2023 hebben provinciale staten van Overijssel het inpassingsplan "Springendal en Dal van de Mosbeek" (het inpassingsplan) gewijzigd vastgesteld. Bij besluit van 4 juli 2013 is het gebied ‘Springendal en Dal van de Mosbeek’ aangewezen als Natura 2000-gebied. Dit gebied heeft een oppervlak van 1.338 ha en ligt voor het grootste deel in de gemeente Tubbergen en voor een klein deel in de gemeente Dinkelland op de stuwwal van Ootmarsum. De noordgrens van het gebied wordt gevormd door de grens met Duitsland. Om de maatregelen te kunnen treffen, is voor een deel van de gronden een bestemmingswijziging nodig. Op die gronden, die vooral buiten het Natura 2000-gebied zijn gelegen, heeft het inpassingsplan betrekking. Het plangebied van het inpassingsplan is kleiner dan dat van het inrichtingsplan. [appellant sub 1A] en [appellant sub 1B], [appellant sub 2] en anderen, Textielreiniging ‘Het Springendal’ B.V. en anderen, [appellant sub 3] en maatschap [appellant sub 4] hebben gronden die deel uitmaken van het plangebied. Zij hebben beroep ingesteld tegen het inpassingsplan.

Kern van de zaak

De Raad van State behandelt beroepen tegen een inpassingsplan voor het Natura 2000-gebied 'Springendal en Dal van de Mosbeek' nabij Tubbergen. Het plan voorziet in vernatting en bemestingsbeperkende maatregelen ter bescherming van habitattypen. Omwonenden en/of agrariërs zijn naar de rechter gestapt vanwege de opgelegde maatregelen.

Beslissing van de rechter

De Raad van State past op deze procedure het recht van vóór 1 januari 2024 toe, omdat het ontwerpplan op 21 december 2021 ter inzage is gelegd. De inhoudelijke beoordeling van het inpassingsplan vindt daarmee plaats op grond van de Wet ruimtelijke ordening en Wet natuurbescherming zoals die golden vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet. De tekst is onvolledig, waardoor de definitieve beslissing op de inhoudelijke beroepsgronden niet volledig kan worden vastgesteld.

38van 100

Impactscore

Middel

De bevestiging van het overgangsrecht is relevant voor vergelijkbare lopende procedures, maar betreft een reeds bekende regel. De inhoudelijke beslissing is op basis van de beschikbare tekst niet volledig te beoordelen, wat de impact-inschatting onzeker maakt.

Belangrijkste punten

  • 1Overgangsrecht Omgevingswet: ontwerpplan ter inzage vóór 1 januari 2024 betekent toepassing van het oude recht tot onherroepelijkheid
  • 2Het betreft een inpassingsplan voor Natura 2000-gebied 'Springendal en Dal van de Mosbeek' (1.338 ha, gemeenten Tubbergen en Dinkelland)
  • 3Maatregelen richten zich op vernatting van habitats en beperking van bemesting op omliggende landbouwgronden
  • 4Grondslag ligt in een gebiedsanalyse uit 2017 en een beheerplan uit 2019 dat knelpunten voor instandhoudingsdoelstellingen signaleerde
  • 5De uitspraak is afkomstig van de Raad van State (afdeling bestuursrechtspraak), wat duidt op een principiële en bindende beoordeling

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de toepassing van het overgangsrecht van artikel 4.6 lid 3 Invoeringswet Omgevingswet: voor inpassingsplannen met een ontwerpbesluit vóór 1 januari 2024 blijft het oude recht van toepassing tot onherroepelijkheid. Dit is relevant voor alle nog lopende procedures over inpassingsplannen uit de pre-Omgevingswet periode.

Praktische impact

Agrariërs en andere grondeigenaren in het plangebied worden geconfronteerd met vernatting en bemestingsbeperkingen op hun gronden. Zolang het plan niet onherroepelijk is, blijft het juridische kader van de oude Wet ruimtelijke ordening en Wet natuurbescherming van toepassing.

Onderwerp-impact

Voor het beheer van Natura 2000-gebieden en de bescherming van habitattypen bevestigt deze zaak het belang van tijdige gebiedsanalyses en beheerplannen als basis voor verplichtende inrichtingsmaatregelen. De vernatting van landbouwgronden rondom beschermde natuurgebieden blijft een juridisch gevoelig thema.

Samenvatting

Deze uitspraak van de Raad van State betreft een beroepsprocedure tegen het inpassingsplan 'Springendal - Dal van de Mosbeek', vastgesteld voor het gelijknamige Natura 2000-gebied in de Overijsselse gemeenten Tubbergen en Dinkelland. Het gebied beslaat 1.338 hectare en is gelegen op de stuwwal van Ootmarsum, grenzend aan Duitsland. Aanleiding voor het inpassingsplan was een gebiedsanalyse uit 2017 waaruit bleek dat de instandhoudingsdoelstellingen voor diverse habitattypen niet werden gehaald. Op basis daarvan werd in 2019 een beheerplan vastgesteld, gevolgd door een inrichtingsplan met maatregelen per deelgebied. Die maatregelen zien met name op de vernatting van habitats en de beperking van bemesting op omliggende landbouwgronden, om uitspoeling van nutriënten naar de beschermde habitats te verminderen. Als eerste rechtsvraag beoordeelt de Raad van State welk recht van toepassing is, gelet op de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024. Op grond van artikel 4.6 lid 3 van de Invoeringswet Omgevingswet geldt dat het oude recht van toepassing blijft op beroepen tegen inpassingsplannen waarvan het ontwerp vóór die datum ter inzage is gelegd. Omdat het ontwerpplan op 21 december 2021 ter inzage is gelegd, wordt deze procedure volledig beoordeeld naar het recht zoals dat gold vóór 1 januari 2024, dus op grond van de Wet ruimtelijke ordening en de Wet natuurbescherming (oud). De beschikbare uitspraaktekst is onvolledig, waardoor de inhoudelijke beoordeling van de beroepsgronden — vermoedelijk aangevoerd door agrariërs of andere belanghebbenden met gronden in of nabij het plangebied — niet volledig kan worden geanalyseerd. De overgangsrechtelijke vaststelling is echter van belang voor alle nog lopende procedures over pre-Omgevingswet inpassingsplannen.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 2 augustus 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak
38van 100
MiddelLees toelichting ↓

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5123Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5123, Raad van State, 09-09-2026, 202203505/1/A3

Raad van State9 sep 2026OverheidHandhaving
28/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5339Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339, Raad van State, 09-09-2026, 202500974/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5354Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5354, Raad van State, 09-09-2026, 202406781/1/A3

Raad van State9 sep 2026OverheidVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5312Middel
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5312, Raad van State, 09-09-2026, 202500668/1/A2

Raad van State9 sep 2026OverheidHandhaving
38/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied