ECLI:NL:RVS:2026:4433, Raad van State, 29-07-2026, 202503490/1/A2
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 22 juni 2023 heeft de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap een aanvraag van [appellante] om erkenning van haar beroepskwalificaties om te mogen werken als leraar voortgezet onderwijs in het vak Engels en als docent beroepsonderwijs en volwasseneneducatie afgewezen. [appellante] heeft het bezwaarschrift gedagtekend op 14 september 2023 en het op 18 september 2023 per aangetekende post verzonden. Nadat de minister het bezwaarschrift op 20 september 2023 had ontvangen, heeft hij, bij brief van 15 december 2023, aan [appellante] verzocht om uit te leggen waarom zij het bezwaarschrift na het verstrijken van de termijn van artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht heeft ingediend. [appellante] heeft hierop bij brief van 28 december 2023 te kennen gegeven dat zij het besluit heeft ontvangen in de tweede helft van juli 2023 en dat zij, gerekend vanaf het moment dat het besluit bij haar bekend was, het bezwaarschrift binnen de wettelijke termijn heeft ingediend. De minister heeft aan zijn besluit van 23 januari 2024 ten grondslag gelegd dat [appellante] het bezwaarschrift niet binnen de wettelijke termijn van zes weken na de bekendmaking van het besluit van 22 juni 2023 heeft ingediend.
AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.