JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:4431Laag28/100

Verzoek natuurbeheermaatregelen Wijk bij Duurstede afgewezen

ECLI:NL:RVS:2026:4431, Raad van State, 29-07-2026, 202401481/1/R2

Raad van StateUitspraak: 29 juli 2026Publicatie: 29 juli 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:202401481/1/R2
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Omgevingsrecht
Handhaving
Vergunningen
Milieu
Omgevingswet Overgangsrecht
Goede Procesorde
Wet Natuurbescherming
Aanschrijving
Terreinbeheer

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij brief van 28 april 2023 heeft het college van gedeputeerde staten van Utrecht het verzoek van de vereniging om in het Natura 2000-gebied "Kolland en Overlangbroek" (het gebied) het waterpeil te laten verhogen, essenhakhoutbeheer te laten plaatsvinden en braamopslag te laten verwijderen, afgewezen. Het college van gedeputeerde staten heeft dit verzoek opgevat als een verzoek om een aanschrijving in de zin van artikel 2.4, eerste lid, van de Wet natuurbescherming. Vereniging Natuur en Milieu komt op voor het landschap, de natuur en het leefmilieu in de omgeving van Wijk bij Duurstede. Volgens de vereniging zijn maatregelen in het gebied nodig om (verdere) verslechtering van de staat van de natuur te voorkomen. Daarom heeft zij het college van gedeputeerde staten verzocht om drie maatregelen te treffen, namelijk het laten plaatsvinden van essenhakhoutbeheer door de terreinbeheerders van het gebied, het onmiddellijk effectief verwijderen van braamopslag door de terreinbeheerders van het gebied en het onmiddellijk verhogen en actief monitoren van het waterpeil in en rondom het gebied door het college van dijkgraaf en hoogheemraden.

Kern van de zaak

Een vereniging die opkomt voor natuur en landschap rond Wijk bij Duurstede verzocht het college van gedeputeerde staten om drie concrete beheermaatregelen te treffen in een natuurgebied (essenhakhoutbeheer, verwijdering braamopslag en verhoging waterpeil). Het college wees dit verzoek af, waarna de vereniging bezwaar en beroep instelde.

Beslissing van de rechter

De Raad van State behandelt het hoger beroep van de vereniging; een nieuwe beroepsgrond over het college van dijkgraaf en hoogheemraden wordt niet inhoudelijk besproken wegens strijd met de goede procesorde (te laat aangevoerd). De uitkomst is dat de vereniging op dit punt in het ongelijk wordt gesteld omdat zij de grond pas voor het eerst in hoger beroep aanvoert zonder gegronde reden.

28van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak past bestaande regels toe (overgangsrecht Omgevingswet, goede procesorde) zonder nieuwe rechtsnormen te stellen; de feitelijke en juridische reikwijdte is beperkt tot dit specifieke geval.

Belangrijkste punten

  • 1Overgangsrecht: omdat het verzoek vóór 1 januari 2024 is ingediend, blijft de oude Wet natuurbescherming (Wnb) van toepassing ondanks inwerkingtreding van de Omgevingswet.
  • 2De afwijzingsbrief van 28 april 2023 is door de rechtbank aangemerkt als een besluit in de zin van artikel 1:3 Awb, gebaseerd op artikel 2.4 lid 1 Wnb.
  • 3De verzochte beheermaatregelen vallen binnen de reikwijdte van artikel 2.4 Wnb omdat zij betrekking hebben op doorlopend terreinbeheer.
  • 4Een nieuwe beroepsgrond over het college van dijkgraaf en hoogheemraden wordt buiten beschouwing gelaten wegens strijd met de goede procesorde.
  • 5Het college stelt dat de omvang en herhaling in de processtukken van de vereniging in strijd zijn met een goede procesorde.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de toepasselijkheid van het overgangsrecht bij de Omgevingswet en verduidelijkt wanneer een afwijzing van een verzoek om aanschrijving een appellabel besluit vormt ex artikel 1:3 Awb. Tevens wordt de rechtsregel herbevestigd dat nieuwe gronden in hoger beroep in beginsel niet zijn toegestaan zonder gegronde reden.

Praktische impact

Voor natuurbeschermingsverenigingen betekent dit dat zij alle beroepsgronden tijdig in de juiste instantie moeten aanvoeren; het te laat inbrengen van nieuwe gronden leidt tot niet-behandeling. Terreinbeheerders en waterschappen worden in dit stadium niet gedwongen tot extra maatregelen.

Onderwerp-impact

In het omgevings- en natuurbeschermingsrecht benadrukt deze uitspraak dat verzoeken om aanschrijving op grond van de Wnb als besluiten worden gekwalificeerd, wat de rechtsbescherming van belanghebbenden bij natuurbeheer vergroot maar ook procedurele discipline vereist.

Samenvatting

Deze zaak betreft een hoger beroep bij de Raad van State van een natuurbeschermingsvereniging actief in de omgeving van Wijk bij Duurstede. De vereniging had het college van gedeputeerde staten verzocht om drie concrete maatregelen te treffen ter bescherming van een natuurgebied: essenhakhoutbeheer, het verwijderen van braamopslag en het verhogen en monitoren van het waterpeil. Dit verzoek werd op 28 april 2023 door het college afgewezen. De rechtbank oordeelde eerder dat deze afwijzingsbrief een appellabel besluit is in de zin van artikel 1:3 Awb, omdat hij is gebaseerd op de publiekrechtelijke grondslag van artikel 2.4 lid 1 van de Wet natuurbescherming (Wnb) en betrekking heeft op doorlopend terreinbeheer. Een centrale procedurele kwestie is het overgangsrecht: omdat het verzoek al in september 2022 werd ingediend — vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 — blijft op grond van artikel 2.9 van de Aanvullingswet natuur Omgevingswet het oude recht van toepassing totdat het besluit onherroepelijk is. In hoger beroep voert de vereniging voor het eerst een nieuwe beroepsgrond aan die betrekking heeft op het college van dijkgraaf en hoogheemraden. De Raad van State weigert deze grond inhoudelijk te behandelen, omdat de vereniging geen gegronde reden heeft gegeven waarom zij deze pas in hoger beroep naar voren brengt; de rechtbank had in haar overwegingen ten overvloede al aandacht besteed aan dit punt. Daarmee wordt de goede procesorde gehandhaafd. Daarnaast klaagt het college over de omvang en herhaling in de processtukken van de vereniging. De uitspraak heeft een beperkte precedentwerking maar bevestigt belangrijke procedurele uitgangspunten rond de Omgevingswet-transitie en de reikwijdte van artikel 2.4 Wnb.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 30 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5123Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5123, Raad van State, 09-09-2026, 202203505/1/A3

Raad van State9 sep 2026OverheidHandhaving
28/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5339Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339, Raad van State, 09-09-2026, 202500974/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5354Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5354, Raad van State, 09-09-2026, 202406781/1/A3

Raad van State9 sep 2026OverheidVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5312Middel
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5312, Raad van State, 09-09-2026, 202500668/1/A2

Raad van State9 sep 2026OverheidHandhaving
38/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied